Otterlo  voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.

Bevrijders van Otterlo keren terug in Nederland in 2005 bij de zestigjarige herdenking van de Slag om Otterloo. Deze mannen waren militairen in het Irish Regiment of Canada, het Regiment dat een belangrijk aandeel had in de verdediging van Otterlo.  



Bewerkt naar het boek van Jan A. Vos, november 2017.
                  Otterlo voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog                           door Jan A. Vos

Voorwoord

Er is en wordt nog steeds veel gepubliceerd over de Tweede Wereldoorlog. Niet zo verwonderlijk wanneer men in aanmerking neemt dat het voor veel mensen, die deze afschuwelijke periode hebben meegemaakt, waarschijnlijk de meest enerverende jaren van hun leven zijn geworden. Sommigen wilden er absoluut niet meer over praten, anderen hebben die stap wel gezet en brachten hun verleden naar buiten. Voor de auteur van dit boek was de belangrijkste reden om dit boek te schrijven gelegen in het feit dat op de plaquette op het Monument voor de Gevallenen aan de Dorpsstraat in Otterlo alléén maar namen staan vermeld. Het leek ons een goed idee om in ieder geval een poging te gaan wagen om via foto’s en levensbeschrijvingen van die gesneuvelde soldaten en burgers u een beter beeld te gaan geven wie deze echte helden zijn geweest. Het eerste hoofdstuk belicht beknopt de ontstaansgeschiedenis van Otterlo en toont wat er zich in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog afspeelde in deze kleine, gesloten gemeenschap. In het tweede hoofdstuk staat de harde strijd centraal en is vooral de Slag om Otterloo van verschillende kanten belicht. Het derde en laatste hoofdstuk laat het hoofddoel zien, namelijk met behulp van foto’s en levensbeschrijvingen de levens van de gesneuvelde soldaten in herinnering roepen en gestalte te geven.
Die nacht van 16 op 17 april 1945 is waarschijnlijk de meest ingrijpende gebeurtenis geweest die de gehele geschiedenis van Otterlo kenmerkt. Voor de bevolking van Otterlo waren de eerste 4 jaren van de oorlog relatief rustig verlopen. Maar juist toen het einde in zicht leek en vooral ook de moegestreden soldaten al met hun gedachten bij thuis waren, brak nog eenmaal de hel los. Volkomen onverwacht vielen de Duitse soldaten ’s nachts de geallieerden in de flank aan met als climax de gevechten tussen 00.00 en 06.00 uur. Aan geallieerde zijde zijn 17 Canadese, 6 Britten en 4 burgers omgekomen. Aan Duitse zijde lopen de schattingen uiteen van 50 tot meer dan 200 gesneuvelde soldaten. Onze speurtocht heeft zich ook op deze discrepantie gericht en daarvan wordt uitvoerig verslag gedaan in dit boek. Een bijzonder feit willen wij hier alvast niet onvermeld laten. Bij het doorzoeken van bronnen over wat er vooral die nacht van 16 op 17 april 1945 precies gebeurde in Otterlo, vonden wij een origineel radiobericht van twee radiojournalisten, Charly Lynch en Matthew Halton van de Canadese omroep CBC die op de ochtend van 17 april hun verslag deden van de gebeurtenissen die de afgelopen nacht hadden plaatsgevonden.

U kunt dat authentieke bericht nog eens in zijn geheel horen wanneer u de link: http://www.cbc.ca/player/play/1726531870/  aanklikt.

Natuurlijk kun je zo’n boek niet alleen produceren, veel dank zijn wij verschuldigd aan Canadese en Engelse vrienden en in de Dankbetuigingen ziet u allen vermeld die ons fantastisch hebben geholpen. Verder zullen vooral oudere Otterloërs in het eerste hoofdstuk veel herkennen maar in onze gedachten waren ook vooral jongeren die wel verhalen over de oorlog hebben gehoord maar een samenhangend beeld ontbrak dan vaak. In het boek staan behalve de Summary ook nogal wat Engelse alinea’s, dat hebben wij bewust gedaan om ook de belangstellenden uit Canada en Engeland te laten zien waar het boek over gaat. Wij spreken oprecht de hoop uit dat het boek de geïnteresseerden een goed beeld zal geven over wat er zich vooral tijdens de Slag om Otterloo heeft afgespeeld.
                                                                                                                                                                                         Jan A. Vos, Otterlo mei 2016

Omdat een derde druk van dit boek financieel een te groot risico voor de schrijver betekende hebben wij als oplossing gekozen voor het samenstellen van een website. Dat is www.slagomotterlo.nl geworden. De verschillende onderwerpen die in het boek behandeld worden zijn nu in de e-Pub editie en deze website opgenomen. De e-Pub editie kunt u hier nalezen.
http://www.pumbo.nl/gratis-ebooks/otterlo-voor-tijdens-en-na-de-tweede-wereldoorlog. NB. zet deze link in de adresbalk van Google Chrome om hem gemakkelijk te kunnen downloaden! 
                                                                                                                                                                                 Jan A. Vos, Otterlo december 2017

Foto hieronder: Major-General Bertram Meryl Hoffmeister (1907-1999), Commanding Canadian 5th Armoured Division, 'the Soldier's General'. Hij  was een natuurlijk leider die midden tussen zijn manschappen stond en veel bewondering heeft  afgedwongen. Na de oorlog vertelde hij thuis vaak het verhaal dat hij in de nacht van 16 op 17 april 1945 pas echt bang is geweest toen hij min of meer opgesloten in zijn 'slaapvertrek' net op bed lag toen de strijd plotseling in alle hevigheid losbarstte (Mededeling van zijn zoon aan Jan Vos).   
    Samenvatting Boek: “Otterlo vóór, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog” door Jan A. Vos.  
De Slag om Otterloo duurde van 15 tot en met 17 april 1945. Het was de laatste grote slag in de Tweede wereldoorlog die op Nederlands grondgebied werd uitgevochten. Tijdens de oorlog had Otterlo ongeveer 800 inwoners. Het dorp lag op een zeer strategisch kruispunt van wegen. Van oost naar west en van noord naar zuid liepen de hoofdwegen, de rest van de wegen waren toen nog veelal zandwegen. De lokale bevolking bestond voornamelijk uit kleine boeren en verder waren er mensen werkzaam in de horeca, als winkeliers of in de bouw als metselaar of timmerman, maar er was totaal geen industrie. Een echt agrarische gemeenschap dus. Tussen de twee wereldoorlogen starten verschillende mensen een pension, nu meestal Bed & Breakfast genoemd en werden er een paar hotels ingericht. Men zag de voordelen van het toerisme en dat is daarna zo gebleven. Toen de Duitsers Nederland binnenvielen op 10 mei 1940 dacht iedereen dat het wel snel voorbij zou zijn…. Tijdens de eerste vier jaar van de oorlog gebeurde er in Otterlo dan ook niet veel. Men schikte zich zo goed en zo kwaad als het ging naar de Duitse overheersing. Uitzonderingen waren de Joodse medeburgers en mensen die in het verzet zaten. Zij moesten zich vooral tijdens razzia’s schuilhouden met alle spanningen van dien. Toen op 15 april de Canadezen en Engelsen Otterlo binnentrokken en het dorp bevrijd werd, dacht iedereen dat het nu echt voorbij was. Maar dat was een stilte voor de storm! Vanuit de richting Hoenderloo trokken zo’n 800 tot 1000 Duitsers richting Grebbelinie en wilde daarbij in de nacht van 16 op 17 april dwars door Otterlo heen breken. Deze onverwachte aanval was slecht voorbereid en overviel de Canadezen en Engelsen totaal. De voorste groepen geallieerde soldaten waren al richting Barneveld door Otterlo heengetrokken en dus was het een lang lint geworden met heel kwetsbare flanken. In die nacht moesten alle beschikbare manschappen aan ‘dek’ en werd er letterlijk vaak man tegen man gevochten door soldaten die in de hele oorlog nog niet een keer hadden geschoten, zij waren de truckers, administratief personeel, koks, enz. Wij willen met dit boek vooral de gesneuvelde geallieerden met een foto en achtergrondinformatie een ‘gezicht’ geven.

Wie waren deze helden die hun jonge leven gaven voor onze vrijheid! Ook hebben we geprobeerd van Duitse kant een beter beeld te krijgen dan alleen maar de zeer ruwe schattingen die tot nu toe beschikbaar waren. Met foto’s hebben we getracht de tekst te verduidelijken. Wij hopen hiermee uw interesse voor deze belangrijkste periode uit de geschiedenis van Otterlo te hebben gewekt.

      Summary Book: “Otterlo before, during and after the Second World War”, by Jan A. Vos.

The Battle of Otterloo 15 – 17 April 1945 was the last great battle that took place in the Netherlands during WWII. In the first chapter of this book we inform you about the local situation in the village of Otterlo in the department Gelderland, situated in the middle of the Netherlands. During wartime, it was a small town with only around 800 inhabitants. But it was situated on an intersection of four main roads connecting East-West and North-South. So from a military point of view, it was an important place to control. The population consisted mainly of farmers and a few men working as constructors, carpenters, grocers, etc. The farms were small and the population was poor. There was no industry at all. Between WWI and WWII the local people started hotels, boarding houses and pubs connected to restaurants because tourist season started in those days to be more and more popular. WWII started in Holland at the 10th of May 1940. Most people believed that it would soon be over… During the first four years hardly anything of importance happened in Otterlo. People tried to live under the German occupation as well as possible. Exceptional cases were the Jewish civilians and people working in the resistance movement. They had hard times during razzia’s and often lived in fear. Close to the end of the war in April 1945, people thought about Liberation and on the 15th of April 1945 Otterlo was liberated quite easily. But it was silence before an unexpected storm! During the night from 16 to 17 April the Germans came from the direction of Hoenderloo and vigorously attacked the few Canadians and British soldiers whom were still in the liberated Otterlo. A bitter fight started and was finished early in the morning of 17 April. From that time Otterlo was finally liberated. Because the attack came suddenly and was surely not well prepared from the German side, it created a chaotic situation on both sides. For example soldiers normally working as administrative staff members, cooks or truck drivers, were mobilized and were shooting for the first and only time during the whole war! And also men to men fights took place during that night. It was really a massacre and from the side of the allies 23 soldiers were killed in action (=KIA’s). At the German side at least around 100 men were KIA’s. Several hundred men were wounded and taken prisoner (=POW’s).We focussed primarily on giving the allied KIA’s a ‘face’ and tried to find more information concerning their background. However, more information about the German KIA’s was also collected and has been given a place in this book. In the book you will find several parts in English to inform you better of what has happened during the Battle of Otterloo. Many photographs have been added to clarify and support the written text.

Foto: Canadese Veteranen luisteren naar een toespraak in voormalig Kamp Westerbork die gehouden werd naar aanleiding van de bevrijding van dit concentratiekamp op 7 mei 2016. Een aantal van hen waren ook bij de Slag om Otterloo betrokken.

Deze website heeft de intentie om als belangrijkste opdracht het verhaal te vertellen van de heldhaftige mannen die in de nacht van 16 op 17 april 1945 onverwacht een aanval van de Duitsers kregen te verduren die met die wanhoopsdaad probeerde een doortocht naar de Grebbelinie te forceren. Een uitgebreide versie van het boek 'Otterlo voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog' kunt u lezen op de e-pub editie die te openen is via de link:


Deze website is te openen als: www.slagomotterlo.nl   
Inleiding

Al heel snel bleek dat het achterhalen van een foto van de jongens, die op de plaquette als gesneuveld vermeld staan, heel erg lastig zou gaan worden. Het is gemakkelijk om in Canada bijvoorbeeld via Archieven zoals War on Records, Library and Archives Canada (LAC), enz. al dan niet betaalde toegang te verkrijgen en in zeer korte tijd zie je de militaire gegevens van de gesneuvelde voor je, dat is allemaal goed gedigitaliseerd, maar het is zelfs bij de wet geregeld dat er bij de gesneuvelden geen foto’s geplaatst mogen worden! Dus moesten we een andere weg vinden om aan foto’s te komen. We kenden een veteraan, die o.a. hier in Otterlo bij de vijfenzestig jarige herdenking aanwezig was, John (Jock) McStuy uit Nova Scotia, Canada en hebben hem om bemiddeling gevraagd. Hij kende iemand in zijn omgeving die weer iemand kende die wellicht kon helpen met research naar de verblijfplaats van familieleden of via media hulp kon mobiliseren. Zelf hebben we ook, vooral lokale kranten aangeschreven en om hulp gevraagd. De kennis van Jock McStuy, Mrs. Donna Maxwell zijn we veel dank!verschuldigd voor haar inzet en respons. Ruim de helft van de foto’s zijn door haar bijeengebracht waarvoor heel veel dank van onze kant. Natuurlijk laat de kwaliteit van de foto’s soms te wensen over maar in alle gevallen is de man of vrouw toch herkenbaar genoeg om af te drukken in onze publicatie. Sommige foto’s zijn uitgesproken scherp en goed zichtbaar, maar vooral foto’s uit kranten van zeventig jaar geleden zijn soms ‘vervaagd’ en niet zelden beschadigd. Een aantal beschadigde foto’s zijn voorzichtig bijgewerkt door vader en zoon Riezebos (Harskamp) waarvoor ook veel dank!

Waar kwamen deze jongens vandaan?

Op een kaart van Canada hebben we de plaatsen, waar de gevallenen als kind zijn geboren of hebben gewoond, ingetekend. In één oogopslag ziet men dat het vooral Winnipeg (Manitoba), Toronto (Ontario) en directe omgeving zijn met één uitzondering, namelijk Eerste Luitenant Paul W.M.Brunet die kwam uit het Franstalige deel van Canada, namelijk Montreal (Quebec). Dat wil niet zeggen dat er bijna geen Franstalige militairen aan de strijd hebben deelgenomen. Denk alleen maar aan de landingen op D-Day op 6 juni 1944 toen op Juno Beach de Canadese mannen van Le Régiment de la Chaudière als een der eersten aan land gingen. 
 Canada was totaal niet voorbereid om een oorlog te gaan voeren, zeker niet op de schaal van een Tweede Wereldoorlog. In de dagboeken, regiment beschrijvingen, naslagwerken over de oorlog, enz. komt steeds hetzelfde beeld naar voren, namelijk géén deskundig kader, géén materiaal om goed te kunnen trainen, onvoldoende accommodatie en uitrusting om de stroom rekruten onder te brengen, te voeden en te kleden. Het kwam er in het begin van de oorlog, eind 1939 en begin 1940, vooral op aan om de rekruten veel te laten lopen, op vooral zaterdagen parades af te nemen, maar tijd inruimen voor bijvoorbeeld  schietoefeningen of trainen met militair materiaal zoals tanks  daar was geen mogelijkheid voor, doodeenvoudig omdat er niets was! Gelukkig had Canada nog altijd goede betrekkingen onderhouden met Engeland en was het een uitkomst dat het Canadese leger afspraken kon maken met de Engelsen om, na de eerste basistrainingsweken, de manschappen in te schepen en naar Engeland te brengen waar ze verder geschoold werden in opvangcentra. De oorlogsindustrie kwam op gang en spoedig nadat de eerste troepen in begin jaren veertig in Engeland aangekomen waren, kwamen ook de eerste transporten met zwaar materieel en handwapens aan. Een taalprobleem was er niet maar wel keken de Canadezen hun ogen uit naar de verschillen in gewoonten tussen Britten en Canadezen. Natuurlijk gaf de aanwezigheid van de jonge soldaten in uniform aanleiding tot jaloezie bij de lokale bevolking wanneer er tijdens verlof uitgaanscentra werden aangedaan. Later in de oorlog, toen de Amerikanen naar Engeland kwamen, deden zich dezelfde problemen voor.  

Wie waren deze jongens? 

Van een aantal van deze jongens weten we dat ze nog niet eens aan een normale werksituatie gewend waren toen ze kozen voor militaire dienst. Wat we daarover terugvinden, vooral in dagboeken, is een zekere zucht naar ‘iets’ avontuurlijks….. Ze hadden geen benul wat oorlog voeren eigenlijk inhield. Hun leeftijden varieerden van 19 jaar zoals Soldaat Gordon McCutcheon, hij gaf bijvoorbeeld zelf aan dat hij niet in 1925 maar in 1924 geboren was! tot 31 jaar zoals Eerste Luitenant Mackinnon, dat wil zeggen een leeftijd in 1945 toen ze sneuvelden, dus toen ze in dienst gingen waren ze 3 tot 5 jaar jonger. Het gebeurde vaker dat de jongens bij de aanmelding niet de juiste geboortedatum opgaven omdat ze dan te jong waren om in dienst te kunnen gaan.  Sommigen waren student (Lt.Brunet en Lt. Keely bijvoorbeeld), anderen waren vertegenwoordiger (Kapitein Donnelly) of werkten als bouwvakker (Soldaat Kenney) of als boer (Soldaat McCutcheon) of als verver in de leerlooierij (Kanonnier Near). Een aantal was al getrouwd zoals Lt. Brunet, Lt.Keely, Soldaat King, Kanonnier Vogt en Kanonnier Nicolson. De laatste staat afgebeeld met zijn dochtertje Laurie op de foto.
  

Het Herdenkingsmonument 1940-1945 aan de Dorpsstraat in Otterlo. Op de plaquette staan de namen van 17 Canadese, 6 Britse en 4 burgerslachtoffers die tijdens de Slag om Otterlo in de nacht van 16 op 17 april 1945 zijn omgekomen. Ieder jaar wordt op de avond van 4 mei op deze plaats een herdenkingsbijeenkomst gehouden waaraan met name ook de schoolkinderen van de Ericaschool actief deelnemen. Op de Algemene begraafplaats die pal achter het monument ligt, zijn drie Britse militairen die tijdens de Slag gesneuveld zijn begraven. De meeste Canadezen liggen op de Canadese Begraafplaats in Groesbeek, een Canadees ligt op de Canadese Begraafplaats in Holten en drie Britse militairen liggen op het Airborne Cemetery in Oosterbeek. Voor de vier burgerslachtoffers is een gezamenlijk monument op de Algemene begraafplaats in Otterlo ingericht.

De 17 gesneuvelde Canadezen zijn:
Gunner William ‘Bill’ BANCESCU,
 Bill Bancescu was born in the little village of Flintoft, Saskatchewan in Canada as son of Elie and Lena Bancescu on the 14th of January 1919. During the night of 16 to 17th April 1945 Cawkwell’s watch was the only one in the driver’s section of Fox troop. A watch is an important tool fur gunners and that night Bill Bancescu was wearing Cawkwell’s watch. Bill has awakened all drivers before the Germans hit the wagon lines. But the Canadians were out numbered and out gunned and the best he could do at this moment for Bill was to take another gunner with him down the road. But a mortar bomb hit the ditch on Bill’s side and a lot of shrapnels felt down, also on him. Bill’s last words to the other gunner were: “ See that Cawkwell will get his watch back!”. At the aid station Bill died. Clarence Cawkwell has worn this watch everyday during the rest of his live!

Gunner William ‘Bill’ BANCESCU,
werd geboren op 14 Januari 1919 in het plaatsje Flintoft, in de provincie Saskatchewan in Canada  als zoon van Elie an Lena Bancescu. Lang was het een mysterie hoe hij was omgekomen tijdens de zware gevechten in de nacht van 16 op 17 April 1945 in de Slag om Otterlo. Zelfs stond hij, tot nu toe, niet eens vermeld op de plaquette van het Oorlogsmonument bij de Algemene Begraafplaats aan de Dorpsstraat in Otterlo. Hij sneuvelde die nacht tezamen met Gunner Ken Nicolson van de Fox Troop van het 17th Field Regiment Royal Canadian Artillery. Verder werden die nacht nog veertien andere Gunners, e.a. van dit Regiment min of meer ernstig gewond, dat waren de Gunners Clarence Cawkell, Tom Coll, Art Hamilton, H. Kahgee, Jockie Mcmillan, P.Bourdon, E.Jones, J.A.Rose, N.J. Sawyshn, A.M.Somerville, H.E.Iverson, R.A.Leverton, Sargent S.A.Robertson and Bdr. J.D.Wells. Bill droeg die nacht het horloge van Clarence Cawkwell en zijn laatste woorden waren: “Zorg dat Cawkwell zijn horloge terugkrijgt” hetgeen aangeeft hoe belangrijk een goede tijdwaarneming was tijdens de gevechten. 
Trooper George BOWMAN,
 Trooper George Bowman was born on the 30th of December 1918 as son of William and Majorie Ann Bowman in Winnipeg, Manitoba, Canada. He served in Lord Strathcona’s Horse R.C.A.C. as a Trooper. After Arnhem he came  near Otterlo with his squadron and on the 15th of April 1945 they reached the village. Just outside of the village the ‘A’ squadron’s leading tank troop under command of Lieutenant Angus Mackinnon descended a slight slope of a hill towards Otterlo. His Sherman tank was stuck by a 88 mm shell and started to burn. Troopers George Bowman , Clarence Graham and Corporal Harald Forde were immediately killed. The surviving crew member saw Lt. Mackinnon roll badly wounded into a ditch beside the road. One member of Mackinnon’s troop knocked out the 88 mm gun. Mackinnon himself died on the 17th of April in the hospital in Ede.

Trooper George BOWMAN,
Trooper George Bowman was geboren op 30-12-1918 als zoon van William en Majorie Ann Bowman in Winnipeg, Manitoba, Canada. Hij heeft de gehele oorlog bij de Lord Strathcona’s Horse Artillery gediend. Als onderdeel van het 5th Armoured Division leger onder leiding van Generaal Majoor Bert Hoffmeister kwam hij op 15-04-1945 vanuit Arnhem richting Otterlo. Kort na het middaguur passeerde de Dragoons de Strathcona’s en gingen zij op Otterlo aan. De leidende Sherman tank werd door een 88 mm granaat getroffen en vloog in brand. De Troopers George Bowman, Clarence Graham en Corporal Harald Forde waren direct dodelijk getroffen. Lt. Mackinnon rolde zwaar gewond in de greppel langs de weg en werd later door dokter Verdicchio opgehaald. Die onderhandelde, te midden van de hem omringende Duitsers, over het overbrengen van Mackinnon naar het ziekenhuis in Ede, hetgeen toegestaan werd. Daar overleed Mackinnon twee dagen later aan de opgelopen verwondingen. Trooper Bowman ligt begraven op het Groesbeek Canadian War Cemetery in de provincie Gelderland.  
Lieutenant Paul Wilfred Michael BRUNET
Lieutenant Paul Brunet was born in 1916 in Montreal, Province of Quebec, Canada as son of Paul and Ruth Brunet. He had four sisters and was married to Olive L. Walker. He received his education at Mont St. Louis College and was well known in local athletic clubs. He took active part in icehockey and rowing and won the Westmont Singles Tennis Championship in 1935. In August 1940 he enlisted in the Canadian Grenadier Guards of Montreal and rose to the rank of sergeant. In June 1942 he won his commission at Brockville, Ontario and he proceeded to England in March 1943. By enemy action his ship was sunk while en route to North Africa but he survived. He served with the British 8th Army in Italy for 15 months prior to being posted to the Northwest European front. He served in Lord Strathcona’s Horse Royal Canadians during the Battle of Otterlo where he was killed in action on the 16th of April 1945. Besides his parents he is survived by four sisters and his wife, the former Olive L.Walker. Paul Brunet’s location of burial is Groesbeek Canadian War Cemetery, Province of Gelderland, Netherlands.

  Lieutenant Paul Wilfred Michael BRUNET. 
werd in Montreal, Provincie Quebec, Canada geboren in 1916. Zijn exacte geboorte datum is ons niet bekend. Hij was de zoon van Paul en Ruth Brunet, had vier zusters en was getrouwd met Olive L. Walker. Paul was een goed sportsman en blonk uit in ijshockey, roeien en tennis. In de laatste sport werd hij zelfs kampioen in 1935 in Westmont. Ook hij ging al meteen in 1940 in militaire dienst en werd ingelijfd bij de Canadian Grenadier Guards of Montreal. Via zijn basis- en verdere opleidingen ging hij in Maart 1943 naar Engeland. Op weg naar Noord Afrika werd zijn schip getorpedeerd door de Duitse marine maar hij overleefde dat avontuur. In Italië diende hij vijftien maanden alvorens hij overgeplaatst werd naar het Noordwest front in Europa. Tijdens de Slag om Otterlo werd hij dodelijk gewond op 16 April 1945. Hij ligt begraven op het Groesbeek Canadian War Cemetery in de Provincie Gelderland, Nederland.  
Captain Thomas Edward Emmett CLARKE,
Thomas Edward Emmett Clarke was born in 1916 in Ottawa, Canada as son of Francis Joseph and Veronica Ann Clarke. He served in the Artillery Light Anti Aircraft Regiment as Lieutenant since 1st of July 1940. Like allmost all other soldiers fighting in the Battle of Otterlo, he was send to Italy in 1943 after a training period in England. In the beginning of 1944 he transferred to the Canadian Provost Corps (=MP) and was killed in action on 17th of April 1945 in Otterlo (Netherlands). Below you see the Mention in Despatches (Posthumously) send to his mother in Ottawa.  

Captain Thomas Edward Emmett CLARKE
Hij nam al vroeg in 1940 dienst in het Canadese leger en werd Luitenant bij een Anti Luchtdoel Regiment. Ook hij ging, na zijn basis training in Canada, naar Engeland voor verdere opleiding en werd bevorderd tot Captain bij het Canadian Provost Corps (=Militaire Politie). Zijn moeder ontving onderstaand bericht naar aanleiding van het toekennen van een postume onderscheiding voor betoonde moed in oorlogstijd. Hij is maar 29 jaar oud geworden en ligt begraven op Groesbeek Canadian War Cemetery.
Private Allan Emmerson DOLEY,
Allan Emmerson DOLEY was born on the 20th of February 1915 in  Macauley Township, Muskoka District, Ontario, Canada. His father was James William and his mother Mary Ann Doley. He had two brothers and three sisters. Before he enlisted in the Army he worked as Press operator in Munition Factory. Date of enlistment was 14th of May 1943 and he became Private in the Irish Regiment of Canada since the 3rd of May 1944 in Italy. He was killed in action during the Battle of Otterloo on the 17th of April 1945. His friend Milton Ruttan’s grandson Derric wrote a song named “Where the Train Don’t Stop” to remember  about Pte. Allan Doley. There is also a lake named Doley Lake after him and it is located near Parry Sound, Ontario. Location of burial: Groesbeek Canadian War Cemetery,Province of Gelderland, Netherlands. 

Soldaat Allan Emmerson DOLEY,
werd op 20 februari 1915 geboren in Macauley Township, Muskoka District, Ontario, Canada. Zijn vader was James William en zijn moeder was Mary Ann Doley. Hij kwam uit een groot gezin met twee andere broers en drie zusters. Op 14 mei 1943 ging hij in dienst en bijna een jaar later op 3 mei 1944 werd hij Private (Soldaat) in het Irish Regiment of Canada tijdens de strijd in Italië. Tijdens de Slag om Otterloo werd hij op 17 april 1945 gedood door een sniper. De kleinzoon Derric van zijn boezemvriend Milton Ruttan schreef een lied over Soldaat Doley getiteld: “Where the Train Don’t Stop”. Bovendien is er, in de omgeving van Parry Sound, Ontario een meer naar hem vernoemd,  Doley Lake. Een reactie van neven en nichten van Allan: “Uncle Allan we are so proud of your courage going off the war to fight for our freedom. We will not forget”! Hij ligt op de Groesbeek Canadian War Cemetery in de provincie Gelderland, begraven. 
Captain James ‘Mel’ Melvin DONNELLY,
 ‘Mel’ Donnelly was born in 1921 as a son of Frank and Agnes Donnelly he came at the age of three to Fort Frances, a small town in Ontario, Canada and received his basic education overthere. Prior to enlistment he was employed by Newman Motor Sales in Fort Frances. James enlisted in Fort Frances  with the 37th Medium Battery Royal Canadian Artillery in July 1940. He did his training  at Camp Shilo and Petawawa prior to going overseas to England as a sergeant in 1941. He took his officer’s training in England and was commissioned as a lieutenant in 1943. That year he went to North Africa and Italy, where he was promoted to captain and moved to the Northwest Europe front. In Otterlo he died on the 15th of April 1945 where he served in the 8th Field Regiment,RCA.

Captain James 'Mel' Melvin DONNELLY,
werd als zoon van Frank en Agnes Donnelly in 1921 geboren. In 1924 kwam hij op driejarige leeftijd met zijn ouders naar Fort Frances, een provincie stadje in Ontario, Canada en maakte daar zijn schoolopleiding af. Daarna ging hij werken bij Newman Motor Sales. Op 19-jarige leeftijd ging hij in zijn woonplaats in Juli 1940 het leger in en wel bij het 37ste Medium Battery Royal Canadian Artillery Regiment. Basistraining kreeg hij in Camp Shilo and Petawawa en als sergeant kwam hij in 1941 naar Engeland. Zijn officiersopleiding in Engeland sloot hij af als lieutenant in 1943. Via Noord Afrika en Italië, waar hij werd bevorderd tot captain ging hij naar het front in Noordwest Europa. Bij de zware gevechten in Otterlo werd hij op 15 April dodelijk getroffen. Hij ligt in het Groesbeek Canadian Cemetery begraven.
Corporal Harold Raymond FORDE,
Born on 7th of May 1921 as son of Harold Charles and Florence Myrtle Forde from Swift Current a small town in Saskatchewan, Canada. He served in Strathcona’s Horse Regiment as Corporal. Their Sherman tank exploded after being hit by a 88 mm granate. The tank burned out and Harold and the Troopers Georg Bowman and Clarence Graham were immediately killed. Lieutenant Angus Mackinnon escaped from the burning tank but died later in the hospital in Ede because of serious wounds. The ‘A’ squadron eliminated the German 88 mm gun. Captain Mel Donnelly was killed the same day. One bullet passed the helmet of a tank commander and he wasn’t wounded at all. So close can live or dead be together. Corporal Harold Forde died on the 15th of April 1945. His location of burial is Holten Canadian War Cemetery, Province of Overijssel, Netherlands.   

Korporaal Harold Raymond FORDE,
Korporaal Harold Raymond FORDE werd op 7 mei 1921 geboren in Swift Current, een klein stadje in Saskatchewan, Canada als zoon van Harold Charles en Florence Myrtle Forde. Nadat hij in het leger ging kwam hij bij  het Lord Strathcona’s Horse Regiment en kreeg na de basisopleiding de rang van Korporaal. Toen zijn squadron, via Arnhem, op weg was naar Otterlo kwamen ze ongeveer 1 km voor Otterlo een helling van een heuvel afrijden. Dat vond plaats in het begin van de middag op 15 april 1945.  Een strategisch opgesteld antitank kanon van de Duitsers vuurde een 88 mm granaat af die de leidende tank van het squadron, waarin o.a. Korporaal Forde zat, vol raakte en in brand schoot. Bij die voltreffer kwam behalve Korporaal Forde ook de Huzaren Bowman en Graham direct om het leven. De tankcommandant Luitenant Mackinnon rolde zwaar gewond uit de tank in een greppel langs de weg en overleed twee dagen later in het ziekenhuis in Ede. Korporaal Forde ligt begraven in het Holten Canadian War Cemetery in de provincie Overijssel.
Trooper Clarance David GRAHAM,
Clarance Graham was born 18th of March 1915 as son of Wallace and Eunice Graham. We do not know where the family was living or what education Graham had before he enlisted the Army. He served as Trooper in Lord Strathcona’s Horse R.C.A.C. During liberation of Otterlo, that started on the 15th of April 1945, the leading tank of his squadron  almost entered Otterlo short after noon when suddenly an 88 mm shell hit their tank and  immediately killed Trooper Clarance Graham, his mate Trooper George Bowman and Corporal Harold Forde.  Their tankcommander Lt.Angus Mackinnon also died, two days later in the hospital in Ede. These casualties were the most serious event during the Battle of Otterlo done in one hit by the Germans. The 88 mm guns were the most dangerous weapons the Germans had to defend their lines and the allies had serious feared this weapon.  

Huzaar Clarance David GRAHAM,
Huzaar Clarance Graham werd op 18 maart 1915 geboren als zoon van Wallace en Eunice Graham. Jammer genoeg kunnen we  niet meer achterhalen waar hij geboren en opgegroeid is. Hij is als Huzaar bij het Lord Strathcons’s Regiment ingelijfd en kwam voor de bevrijding van noordwest Europa via Arnhem naar het noorden om via Otterlo, Barneveld naar Harderwijk de Zuiderzee te bereiken en zo de Duitsers de pas af te snijden en te isoleren in West Nederland. Op de 15de april 1945 kwam hij in het begin van de middag met zijn leidende tank recht op Otterlo af. Zij reden vanaf een lichte helling naar beneden en boden  even een bijna niet te missen doel voor de daar opgestelde 88 mm antitank kanon van de Duitsers. Die schoten de voorste tank in brand en zowel de Huzaren Clarance Graham als George Bowman en Korporaal Harold Forde waren direct dodelijk getroffen. Hun tankcommandant werd zeer zwaar gewond in een greppel gevonden en overleed twee dagen later in het ziekenhuis in Ede. Huzaar Clarance Graham ligt in het Groesbeek Canadian War Cemetery  in de provincie Gelderland begraven.  
Lieutenant Harlan ‘Hal’ David KEELY. Lieutenant Hal Keely was born in 1921, his father George and his mother Georgina Keely lived with him in Toronto, Ontario. He was married with Joan (Spencer) Keely. He got his education at the COTO University of Toronto for two years. In September 1942 he enlisted in the 2nd/10th Dragoons en went on the 19th of December 1944 to Italy after first serving in Canada and UK for basic training in the army. At the 22nd of February 1945 he went to the Northwest front in Europe. On the 16th of April 1945 at 13.00 hours, while leading a fighting patrol of the “B “ compagny to clear Harskamp Barracks, a village close to Otterlo, the patrol was ambushed by the Germans. He was killed by a sniper. Lieutenant Keely was an excellent officer and very well liked throughout the Irish Regiment. Losing him was felt by all ranks. Private Maxwell Warren King was also killed during het attack on Harskamp Barracs on the same day.

Lieutenant Harlan D. Keely.
 Eerste Luitenant Harlan ‘Hal’ David KEELY. Lt. ‘Hal’ Keely werd geboren in 1921 als zoon van George en Georgina Keely in Toronto, Ontario, Canada. Hij was getrouwd met Joan (Spencer) Keely. Na een tweejarig verblijf op de COTO University of Toronto ging hij in september 1942 in militaire dienst bij het gecombineerde 2de / 10de Dragoons Regiment.  Zoals alle Canadese militairen die we beschrijven in de Battle of Otterloo ging ook hij na een basistraining in Canada voor verdere opleiding naar Engeland. Daar diende hij in het Irish Regiment of Canada. Na drie maanden gevochten te hebben in Italië werd hij naar het noordwest europese front gestuurd. Vanuit Arnhem kreeg de eenheid waartoe hij behoorde opdracht om via Otterlo, Barneveld door te stoten naar de Zuiderzee bij Harderwijk en op die manier de Duitsers de pas af te snijden. Na de eerste verovering van Otterlo ging hij als commandant van een patrouille van de “B” compagnie richting Harskamp Barracs toen hij door een scherpschutter (sniper) dodelijk werd getroffen. Ook Soldaat Maxwell W.King kwam die middag om het leven. Lt. Hal Keely was een geliefd officier en zijn dood heeft veel verslagenheid in zijn Regiment teweeg gebracht.In zijn kerk, Forest Hill United Church in Toronto is een gebrandschilderd raam geplaatst ter nagedachtenis aan hem. Hij ligt op het Groesbeek Canadian War Cemetery, provincie Gelderland begraven.
Private Elmer Stephen KENNEY  Elmer was born on the 1st of July 1921 in Westmeath Township, Renfrew County, Ontario, Canada. His father was James William and his mother Laura Jane Kenney. He had one brother named Robert James. After completing school grade 8 public school he worked as a labourer in the surroundings of Westmeath Township. At the age of 21 he enlisted in Parry Sound for the army. Service dates: Canada: 6 April 1943 till 3 August 1944, after the basic training period he went to England from 4 August 1944 till 12 December 1944 in Irish Regiment of Canada. He went to Italy from 13 December 1944 till 19 Februari 1945 and finally he came to Northwest Europe from 20 Februari 1945 untill his date of death on 17 April 1945 during the Battle of Otterloo (Netherlands). Location of burial: Groesbeek Canadian War Cemetery, Province of Gelderland, Netherlands.

Soldaat Elmer Stephen KENNEY,
werd als zoon van James William en Laura Jane Kenney geboren in Westmeath Township, Renfrew County, Ontario in Canada. Na de basisschool doorlopen te hebben ging hij als bouwvakker aan het werk in de omgeving van Westmeath Township. Op 21 jarige leeftijd koos hij ervoor om in dienst te gaan in het opleidingskamp Parry Sound. De basistraining kreeg hij van 6 april 1943 tot 3 augustus 1944 in Canada, daarna de verdere voorbereiding om naar het front te gaan in Engeland van 4 augustus 1944 tot 12 december 1944. Tijdens de campagne in Italië van 13 december 1944 tot 19 februari 1945 maakte hij kennis met de harde werkelijkheid van het oorlog voeren. Tot slot kwam hij naar noordwest Europa en verloor zijn leven bij de Slag om Otterloo op 17 april 1945. Hij ligt op Groesbeek Canadian War Cemetery, provincie Gelderland begraven.
Private Maxwell Warren KING,
Maxwell Warren KING was born on the 24th of March 1921 as son of Solomon and Alice King and married later on Bernice Wilma King. As young boy he came to Christian Island, Ontario and lived in a Indian land Reservation. He was a aboriginal (Native Indian). He enlisted in the Irish Regiment of Canada and was killed in action by a German sniper, together with Lt. H.Keely, during a scouting patrouille in the surroundings of Otterlo on the 16th of April 1945. Location of burial: Groesbeek Canadian War Cemetery, Province of Gelderland, Netherlands. In front of his gravestone you can observe a medical pouche send by his family members from Canada.

Soldaat Maxwell Warren KING,
Maxwell Warren King werd op 24 maart 1921 als zoon van Solomon en Alice King geboren. Later trouwde hij met Bernice Wilma King die ondertussen is overleden en begraven ligt op Christian Island, Ontario. Daar is Maxwell ook opgegroeid als Aboriginal in een Indianen Reservaat. Hij heeft gediend in het Irish Regiment of Canada en werd gedood tijdens een patrouille die op verkenning was net buiten Otterlo, richting Harskamp. Tijdens dat vuurgevecht kwam ook Lt. H.Keely om, getroffen doorkogels van een Duitse scherpschutter. Dat gebeurde omstreeks het middaguur op de 16de april 1945. Hij ligt begraven op Groesbeek Canadian War Cemetery, provincie Gelderland. Wij hebben via Mrs.Donna Maxwell uit Canada een soort ‘bag’ ontvangen met daarin speciale medicijnen die Indianen meegeven aan overledenen op hun reis naar de hemel. Deze ‘bag’ plaatsen wij ieder jaar tijdens de herdenking korte tijd op het graf en bewaren hem daarna op een droge plaats in huis. De oranjekleurige ‘bag’ ziet u in het midden van de grafsteen liggen. Een foto hebben we niet gekregen van de familie omdat hun geloof verbied om afbeeldingen van overledenen weer te geven. Uiteraard hebben we dat gerespecteerd. Wel hebben we een gedicht ontvangen wat hiernaast geplaatst is en dat zijn eenwording met de hemel symboliseert.
Lieutenant Angus Moring MACKINNON,
Lieutenant Angus Moring Mackinnon was born in 1914 in Toronto, Ontario, Canada as son of Ross and Daisy Moring Mackinnon. He served in Lord Strathcona’s Horse R.C.A.C. as Lieutenant and was commander of the leading tank when they entered the village of Otterlo (Netherlands). During the Battle of Otterloo, that started on the 15th of April 1945, just before entering the main street of this village around noon, the tank was hit by an 88 mm shell. Troopers Clarence Graham and George Bowman but also Corporal Harold Forde were immediately dead. Angus was able to get out of the burning tank and roll into a ditch beside the road. He was heavily wounded and transported to a hospital in Ede where he died on the 17th of April 1945. The 88 mm gun was eliminated by the ‘A’ Squadron. Later on that afternoon Captain James Donnelly was also killed by the Germans. Because the Germans had a strong defense position into the forest around Otterlo, the commanders decided to withdraw and wait till next morning to start another attack on the village. Lieutenant Angus Mackinnon’s location of burial is Groesbeek Canadian War Cemetery , province of Gelderland.

Eerste Luitenant Angus Moring MACKINNON,
Eerste Luitenant Angus Moring Mackinnon werd in 1914 geboren in Toronto, Ontario, Canada. Zoals vaker bij militairen uit die tijd is geen exacte geboortedatum van hem bekend. Hij was de zoon van Ross en Daisy Moring Mackinnon. Als commandant van de leidende tank van zijn eenheid bij de Lord Strathcona’s Horse R.C.A.C. reed hij richting Otterlo toen deze tank op 15 april 1945, vlak voor het binnenrijden van de hoofdstraat in dit dorp, vol getroffen werd door een, door de geallieerden zo gevreesde, 88 mm granaat van een verdekt opgesteld staand kanon van de Duitsers. De tank werd in brand geschoten en de Huzaren Clarence Graham en George Bowman en de Korporaal Harold Forde waren direct gesneuveld. Lt. Angus Mackinnon kon de tank nog verlaten en rolde zwaar gewond in een greppel naast de weg. De arts Kapitein Verdicchio ging na de aanval terug naar de na-smeulende tank en heeft met handen en voeten de hem omringende Duitse soldaten kunnen overtuigen dat Mackinnon direct naar een ziekenhuis moest. In Ede overleed hij twee dagen later aan de opgedane verwondingen. Hij ligt in Groesbeek Canadian War Cemetery, provincie Gelderland begraven. 
Private Gordon Clifford McCutcheon,
Private Gordon McCutcheon was born on the 13th of April 1925 ( in his papers he claimed that he was born 1924!) as son of Bertram Lorne and Ella Delia McCutcheon in Toronto, Ontario, Canada. He served in the Irish Regiment of Canada. His education ended after Grade 6 and he worked as farmer before enlisted in the army on the 16th of September1942. After 18th of June 1943 he served in the Irish Regiment of Canada. After service he expressed an interest in seeking employment as a  sailor. On the 15th of December 1944 he was promoted to Corporal but at his own request he was effective as Private since the 20th of February 1945. On the 17th of April 1945 he was killed in action during the Battle of Otterlo when the Regiment was attacked by a strong enemy German force. His location of burial is Groesbeek Canadian War Cemetery, Province of Gelderland,Netherlands

Soldaat Gordon Clifford McCutcheon,
Gordon McCutcheon werd op 13 april 1925 geboren als zoon van Bertram en Ella McCutcheon in Toronto, Ontario, Canada. In zijn papieren claimde hij dat hij in 1924 geboren was! Na de basisschool ging hij als boer werken alvorens hij in het leger ging op 16 september 1942. Na de basistraining in Canada en UK ging hij in oktober 1943 naar Italië en vocht met het Irish Regiment of Canada vanaf 26 februari 1945 in noordwest Europa. Zijn wens was om na de oorlog verder te gaan als zeeman! Toen hij op 15 december 1944 tot Korporaal werd benoemd vroeg hij om gewoon Private (soldaat) te mogen blijven wat ook gebeurde. In Otterlo werd op 17 april 1945 zijn eenheid aangevallen door een fanatieke groep Duitse en Nederlandse SS-ers en werd hij dodelijk gewond. Hij ligt begraven op het Groesbeek Canadian War Cemetery in de provincie Gelderland.  
Gunner Franklin Woodrow NEAR,
Franklin Woodrow Near, born on the 13th of April 1921 as a son of William and Mary Ada Near, in a small town called Acton, Ontario, Canada. He worked as leather-dyer in the firm Beardmore & Co. He was enlisted in September 1939 and trained at Guelph- , Kingston-  and Petawawa Camp. He landed overseas in the UK at Christmas Day 1940 and served 18 months in Italy. On the 17th of April 1945, the day of his death, he worked as dispatch-rider in the 17th Field Regiment, Royal Canadian Artillery. Belonging to an artillery unit, he should be referred to as Gunner, rather than Trooper. Location of his burial is Groesbeek Canadian War Cemetery, province of Gelderland, Netherlands

Kanonnier Franklin Woodrow NEAR,
Kanonnier Franklin Woodrow Near werd op 13 april 1921 als zoon van William en Mary Ada Near geboren in een klein stadje, Acton (Ontario, Canada) genaamd. Hij werkte, voordat hij in militaire dienst ging, als leerbewerker (verver) bij de Firma Beardmore & Co.  Al vroeg, namelijk in september 1939, ging hij in militaire dienst en doorliep de trainingskampen in Guelph, Kingston en Petawawa. Daarna volgde de verdere opleiding in Engeland en ging hij voor 18 maanden vechten in Italië. Op de dag van zijn overlijden fungeerde hij als motorordonnans in het 17th Field Regiment, Royal Canadian Artillery in de Slag om Otterloo. Omdat hij voor een artillerie eenheid vocht wordt hij als Kanonnier in plaats van Huzaar vermeld op zijn grafsteen. Hij ligt begraven in Groesbeek Canadian War Cemetery in de provincie Gelderland.   
 Gunner Kenneth Robert NICOLSON Gunner Kenneth Robert Nicolson was born on the 7th of June 1917 as son of Kenneth and Jessie Nicolson in Winnipeg, Manitoba, Canada. He was married with Eileen Laurie Nicolson and they had one daugther, Laurie, here on a photo (111) with a proud father. He served  as a Gunner in the 17th Field R.C.A. Regiment.. A poem illustrates the family feelings for Kenneth and his little child Laurie: “Sunshine passes, shadows fall, Love’s remembrance outlasts all, And  through the years may be many or few, They are filled with memories of you, Lovingly remembered by his wife Eileen and daughter Laurie “                             

Kanonnier  Kenneth Robert NICOLSON,
Kanonnier Kenneth Robert Nicolson werd geboren op de 7de juni 1917 als zoon van Kenneth en Jessie Nicolson in Winnipeg, Manitoba, Canada. Hij was getrouwd met Eileen Laurie Nicolson en zij hadden een dochter, Laurie genaamd, hierboven op de foto met haar vader Kenneth. Als herinnering aan hem liet de familie een gedicht in de krant publiceren dat de warme gevoelens voor hem tot uitdrukking bracht. Hij was Kanonnier in het 17de Field  Regiment Royal Canadian Artillery en toen hij gewond werd vroeg hij de Sergeant-Majoor Bannerman of hij hem kon helpen en naar een hulppost kon brengen. Helaas is hij aan zijn verwondingen bezweken op 17 april 1945. Hij ligt op Groesbeek Canadian War Cemetery in  de provincie Gelderland begraven.
Corporal Herbert Dixon STITT,
was born on 1st of December 1921 as son of Herbert and Mary Stitt from Toronto, Ontario, Canada. He served in The Governor General’s Horse Guards and after his basic training in Canada before he went overseas to UK. During the Battle of Otterlo the tank under command of Cpl.Herbert Stitt had been struck by a bazooka bomb, which made the traverse unworkable, but with his usual almost legendary coolness he climbed outside the turret and pushing the gun by hand continued the engage. In the end the Germans withdrew. Like all soldiers he was, of course, also tired after the whole night fighting against the Germans and took a nap beside his tank. During his sleep he was killed by a truck which ran over his body. A real tragedy for this man who had come unscathed through the battle in an accident when the real scrap was over! This awful accident happened on 17th of April 1945. Herbert Stitt got the Distinguished Conduct Medal (D.C.M.). His location of burial is Groesbeek Canadian War Cemetery, Province of Gelderland, Netherlands.

Korporaal Herbert Dixon STITT,
 Herbert Dixon Stitt werd op 1 december 1921 geboren als zoon van Herbert en Mary Stitt in Toronto, Ontario, Canada. Hij was ingelijfd bij het Governor General’s Horse Guards Regiment en na zijn basis training in Canada ging hij overzee naar Engeland voor verdere militaire training. Tijdens de Slag om Otterloo werd de tank, die onder commando stond van Korporaal Herbert Stitt, getroffen door een door de vijand afgevuurde bazooka granaat die de tank onbestuurbaar maakte. Hij klom, koelbloedig als hij altijd was, uit de koepel en ging verder met het geweer in de hand de vijand te lijf. Die moest zich toen terugtrekken en langs de weg ingraven. Omdat Herbert, net als zijn kameraden, natuurlijk oververmoeid was na zo’n zware nacht, nam hij zijn kans waar om een poosje te gaan slapen naast de tank. Hij werd daar overreden door een truck en was op slag dood. Heel tragisch wanneer men bedenkt dat hij de gevechten door gekomen was zonder een schrammetje opgelopen te hebben en na afloop zo om het leven kwam! Dit incident speelde zich af op 17 april 1945. Herbert Stitt heeft de Distinguished Conduct Medal (D.C.M.) gekregen. Hij ligt op Groesbeek Canadian War Cemetery begraven, provincie Gelderland.
Gunner Norman VOGT  Gunner Norman Vogt was born on the 17th of May 1915 as son of Peter and Sarah Vogt in Aberdeen, Saskatchewan, Canada. He was married with Ann Vogt and worked at the Winnipeg Free Press and Canada Packers before he enlisted in July 1942. He was in Italy, France, Belgium, Germany and Holland. His grandparents were Dutch, his real name was Van Vogt, but someone shortened it.He served, like Gunners Near and Nicolson, in the 17th Field Regiment Royal Canadian Artillery. In the 17th Field’s most memorable night of the total war the Gunners had inflicted an estimated two hundred German casualties, while suffering three Gunners, besides Norman also Franklin Near and Kenneth Nicolson and thirty wounded as well as much damage to guns and equipment. The Regiment’s personnel received for their heroism that night two M.C.’s *) (Lt.A.M.Ross and Lt.J.H.Stone), one M.M.*) (Gunner R.Bouchard) and six Mentions in Despatches*). One Regiments officer said afterwards: “The remaining action in Northwest Europe was really dull after Otterlo “. Norman died om the 17th of April 1945 and lies in Groesbeek Canadian War Cemetery, Province Gelderland, Netherlands.

Kanonnier Norman VOGT,
Kanonnier Norman Vogt werd geboren op 17 mei 1915 als zoon van Peter en Sarah Vogt in Aberdeen, Saskatchewan, Canada. Hij was getrouwd met Ann Vogt-Ruta en werkte bij de Winnipeg Free Press en Canada Packers alvorens hij in dienst ging. Zijn grootouders waren Nederlanders en hun naam Van Vogt werd ingekort tot Vogt, dat deden meer mensen in die dagen. In het 17de Field Regiment R.C.A. diende hij gelijk met de Kanonniers Franklin Near en Kenneth Nicolson. In de nacht van 16 op 17 april 1945, die later de meest memorabele nacht van het Regiment in de gehele oorlog zou worden genoemd, hebben ze ongeveer tweehonderd slachtoffers gemaakt aan Duitse zijde. Aan Regiments zijde waren er drie gesneuvelde militairen, namelijk behalve Norman ook Franklin en Kenneth en dertig gewonden. Bovendien was er veel schade aan de wapens en uitrusting. Het Regiment heeft voor deze heldhaftige nacht veel onderscheidingen ontvangen, namelijk twee M.C.’s*) (Lt.A.M.Ross en Lt.J.H.Stone), een M.M.*) (Gunner R.Bouchard) en zes Mention in Despatches*). Een Regiments officier zei na de oorlog: “De verdere acties in noordwest Europa waren echt saai na Otterlo”. Norman overleed op 17de april 1945 en ligt begraven op Groesbeek Canadian War Cemetery, provincie Gelderland.   
Het 3rd Medium Regiment Royal Artillery heeft niet alleen in Italië gevochten zoals het Regiment Shield laat zien, maar ook heeft met name de 2/11 Battery deelgenomen aan de Operation Cleanser (14 - 18 april 1945) die vanuit Arnhem gestart werd en eindigde in Harderwijk aan de toenmalige Zuiderzee, nu IJsselmeer. Deze Britse onderdelen waren in een groter verband bij het 5th Canadian Armoured Division ingedeeld. De Duitse aanval begon om 12.00 uur in de nacht van 16 op 17 april 1945 onverwacht. Een horde min of meer ongeregelde troepen wilde door de verdedigingslinie van de geallieerden heen breken om de Grebbelinie te bereiken. Omdat de oprukkende geallieerden relatief snel gegaan waren, na de start in Arnhem, richting IJsselmeer was er dus sprake van een 'lang lint' in plaats van een compacte verdedigingsstrategie. In die nacht moesten 'alle hens aan dek', hetgeen bleek uit het feit dat bijvoorbeeld de leger kok Roger Narey een pistool in de hand gedrukt kraag om mee te vechten, terwijl hij in de gehele oorlog nog niet eenmaal een wapen had gehanteerd! Helaas werd hij vrijwel meteen daarna dodelijk getroffen. Maar ook administratief personeel, chauffeurs en bewakingspersoneel moesten meevechten. Om ongeveer 4.30 uur was de situatie zelfs kritisch maar door een gelukkig toeval kwamen de Britse 42ste Assault Regiment Royal Engineers de Canadezen en Britten te hulp. Captain Ambrose Harry Ward kreeg voor zijn moedig gedrag de Second Award Bar uitgereikt.
Besides the 17 Canadians there were 6 British soldiers killed in action during

the Battle of Otterloo, hereby there names and more details concerning

their lives.

Gunner Clarence CROWTHER (Kanonnier)    Born the 1st of May 1911 as son of William and Betty Crowther in Morley, Yorkshire UK. He was married with Lilian Crowther and they had three children, named Joan 13 years, Terry 9 years and Kathleen 2 years. He worked as a mill worker for J & S Rhodes, Morley. Enlisted as Gunner by the 3rd Medium Regiment Royal Artillery. He was killed in action on the 17th of April 1945 in Otterlo. The original Message of Death (below) was send to his mother on the 24th of April 1945. Location of burial of Gunner Clarence Crowther is Airborne Cemetery Oosterbeek, Province of Gelderland, Netherlands. 

Kanonnier Clarence CROWTHER,
is op 1 mei 1911 geboren als zoon van William en Betty Crowther in Morley, Yorkshire, UK. Hij was getrouwd met Lilian Crowther en zij hadden samen drie kinderen namelijk Joan 13 jaar, Terry 9 jaar en Kathleen 2 jaar. Hij werkte als fabrieksarbeider bij de Firma J & S Rhodes, Morley. Hij was kanonnier in het 3rd Medium Regiment RA en is op 17 april 1945 gesneuveld in de Slag om Otterloo. Hij ligt begraven op het Airborne Cemetery in Oosterbeek, provincie Gelderland. 
Lance Serjeant George Roland HANCOX (Onderofficier),
Born in 1912 as son of James and Fanny Geraldine Hancox and husband of Iris Hancox, Hill Fields, Coventry, UK. Enlisted as a Lance Serjeant in the 617 Assault Squadron, Royal Engineers. Hereby a picture of him. George Hancox had three sons at the time of his death, Keith was 12 years old, Tony was 9 years old and Michael was 4 years old. He was killed in action on the 17th of April 1945 in Otterlo. Location of burial is the General Cemetery at the Dorpsstraat in Otterlo.

  Onderofficier George Roland HANCOX,
is in 1912 geboren in Hill Fields, Coventry, UK als zoon van James en Fanny Geraldine Hancox. Hij is getrouwd geweest met Iris Hancox. Hij was een Lance Serjeant, dat is een onderofficiersrang bij het 617de Assault Squadron van de Royal Engineers. Gesneuveld op 17 april 1945 in Otterlo en aldaar begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Dorpsstraat, provincie Gelderland.
Gunner Thomas MORRICE (Kanonnier),
 Gunner Thomas Morrice served in the Army in 3rd Medium Regiment RA. Birthday: abt 1908 ,Birth place: Aberdeen, Scotland. Last known place of residence: Bedfordshire, England. He was kiled in action during the Batlle of Otterloo on the 17th of April 1945 at the age of 37 years. Location of burial of Gunner Thomas Morrice, together with his comrades Gnr. Clarence Crowther and Gnr. Arthur F. Tillyer, is Airborne Cemetery Oosterbeek, Province of Gelderland, Netherlands.

Kanonnier Thomas MORRICE,
Kanonnier Thomas MORRICE werd geboren in 1908 in Aberdeen, Schotland. Zijn laatst bekende verblijfplaats in Engeland was Bedfordshire alvorens hij in militaire dienst ging.  Hij diende in het leger in het 3rd Medium Regiment Royal Artillery en omdat dit Regiment direct na de oorlog in 1945 is ontbonden, bemoeilijkte dit vooral onze pogingen om meer over hem te weten te komen. Hij is gesneuveld tijdens de Slag om Otterloo op 17 april 1945 en ligt met twee van zijn voormalige kameraden, kanonnier Clarence Crowther en kanonnier Arthur F. Tillyer begraven op het Airborne Cemetery in Oosterbeek, provincie Gelderland.
Private Roger NAREY (Soldaat = Kok),
Roger Narey served in the Army Catering Corps in the Division Royal Artillery. He was a son of Roger and Hannah Narey, had one brother and one sister and became husband of Sarah Ann Narey of Staithes, Yorkshire, UK. He was born in Manchester. His age was 42 years and oldest of all soldiers killed in action during the Battle of Otterloo. His work in the army was to be a cook. Because there was during the night of 16/17 april 1945 a sudden attack of German soldiers tremendous lack of men to sustain the attack caused serious problems. For that reason all available men were mobilized to active soldiers and most of them handled for the first and last time during this war small arms and killed Germans from a very short distance, in face of each other. Clear that this has a tremendous impact on the soldiers.“B” Troop cookhouse received a direct hit and Private Cook Roger Narey was killed on the 17 april 1945. Buried at the General Cemetery in Otterlo, Netherlands.

Soldaat Roger NAREY (Soldaat = Kok).
Hij deed dienst in het Army Catering Corps als kok en was met zijn 42 jaar de oudste gesneuvelde militair in de Battle of Otterloo. Hij komt van Staithes, Yorkshire, UK, werd geboren als zoon van Roger en Hannah Narey in Manchester en was getrouwd met Sarah Ann Narey. Omdat de Duitsers in de nacht van 16 op 17 april 1945 plotseling de linies van de Canadezen en Engelsen aanvielen en er niet voldoende manschappen beschikbaar waren om zich te verdedigen, werden ook anderen zoals truck chauffeurs en administratief personeel ingezet. Ook de kok Roger Narey moest plotseling met een handwapen de Duitsers te lijf, vaak op zeer korte afstand, hij werd direct getroffen en sneuvelde ter plaatse. Deze soort gevechten hebben een geweldige indruk op alle soldaten gemaakt, juist die van de artillery want die schoten onder ‘normale’ omstandigheden immers van grote, onzichtbare afstand. Hij ligt begraven op de Algemene Begraafplaats in Otterlo, Nederland. 
Gunner Harry TAMBLING (Kanonnier)
Born in 1914 as son of Edwin and Emily Louisa Tambling of East Looe, Cornwall, UK. He was a bachelor and left his estate to his father, a fisherman. Gunner Harry Tambling served in the Army in 3rd Medium Regiment RA. Birthday: abt 1914 ,Birth place: East Looe, Cornwall. Last known place of residence: Liskeard, Cornwall, England. He was killed in action during the Batlle of Otterloo on the 17th of April 1945 at the age of 31 years. Location of burial of Gunner Thomas Morrice is General Cemetery Otterlo, Province of Gelderland, Netherlands. The Gunners Harry Tambling and Arthur Frank Tillyer are, inspite of very serious research to find a picture of them, the only two soldiers about whom we were not succesful sofar. For that reason we can publish also only a picture of his grave in Otterlo, General Cemetery, Province of Gelderland, Netherlands.

Kanonnier Harry TAMBLING.                                       
Kanonnier Harry TAMBLING werd geboren in 1914 in East Looe, Cornwall ,UK. Zijn laatst bekende verblijfplaats in Engeland was Liskeard, Cornwall alvorens hij in militaire dienst ging. Ook voor hem geldt hetzelfde als voor de kanonnier Arthur Frank Tillyer het feit dat een foto van deze twee militairen tot op heden nog niet is achterhaald. Extra moeilijk maakte het feit dat hij als vrijgezel in dienst is geweest. Hij diende in het leger in het 3rd Medium Regiment Royal Artillery en omdat dit Regiment direct na de oorlog in 1945 is ontbonden, bemoeilijkte dit vooral onze pogingen om meer over hem te weten te komen. Hij is gesneuveld tijdens de Slag om Otterloo op 17 april 1945 op de leeftijd van 31 jaar en ligt met twee van zijn voormalige kameraden begraven de Algemene Begraafplaats in Otterlo, provincie Gelderland.
 Gunner Arthur Frank TILLYER,
Born in 1915 as son of William Tillyer, Southampton, UK. His father was labourer at Gas Work’s in district South Stoneham, UK. The family had five children, one of them was Arthur Frank. Arthur served in the Army in 3rd Medium Regiment RA. In 1942 he married Dorothy Diaper in Southampton. Last known place of residence: South Stoneham, England. He was kiled in action during the Batlle of Otterloo on the 18th of April 1945 at the age of 30 years. Location of burial of Gunner Arthur F.Tillyer is Airborne Cemetery Oosterbeek, Province of Gelderland, Netherlands.  Harry Tambling and Arthur Frank Tillyer are, inspite of very serious research to find a picture of them, the only two soldiers about whom we were not succesful sofar. For that reason we can publish also only a picture of his grave in Airborne Cemetery Oosterbeek, Netherlands.

Kanonnier Arthur Frank TILLYER,
werd als zoon van William een werknemer van het districtsgasbedrijf geboren in 1915. Hij was lid van een familie met vijf kinderen. Hij trouwde met Dorothy Diaper in 1942 in Southampton. Vanuit zijn laatst bekende verblijfplaats in Engeland, namelijk South Stoneham, is hij in dienst gegaan. Evenals dat geldt voor zijn kameraad Harry Tambling, is het ons tot op heden niet gelukt om ook van Artheur F. Tillyer een foto te verkrijgen. Arthur diende als kanonnier bij het 3rd Medium Regiment Royal Artillery en is op 30-jarige leeftijd gesneuveld tijdens de Slag om Otterloo op 18 april 1945. Hij ligt begraven op de Airborne Begraafplaats in Oosterbeek, provincie Gelderland, Nederland.
 Willem van den Ham,
geboren op 22 november 1893 en overleden tijdens de Slag om Otterloo op 15 april 1945. Vader Willem en zoon Sander van den Ham woonden aan de Hoenderloseweg 2 in Otterlo en kwamen tussen de aanvallende Duitsers en zich verdedigende Canadezen en Engelsen klem te zitten in de kleine schuilkelder van hun huis. Het gezin van den Ham bestond uit vader, moeder en acht kinderen die anstige uren beleefden in die schuilkelder. Vader van den Ham keek door een raampje bij de deur naar buiten om te kijken of de schuilkelder in de wal buiten het huis een betere schuilplaats zou kunnen zijn. Echter een voltreffer trof de voordeur die met een hoeveelheid puin omviel en Willem van den Ham werd eronder bedolven en was dodelijk getroffen. De rest van de familie wilden een veilig heenkomen zoeken en kwamen uit de schuilkelder. Buiten werd er “Liggen! Liggen! “ geschreeuwd. Maar helaas werd ook Sander, de 11-jarige zoon, door granaatscherven in zijn hoofd getroffen en overleed ook hij ter plaatse
Sander van den Ham,
Foto genomen op de lagere school (Ericaschool). Triest is het feit dat beiden, vader en zoon van den Ham, door Canadees vuur zijn omgekomen. Hun huis werd later die avond geraakt en in brand geschoten, alleen de plaats waar de vader had gestaan was nog intact. Een zakhorloge en portefeuille waren de enige aandenken die over gebleven zijn.  Hoe zwaar moet het voor de weduwe met zeven kleine kinderen zijn geweest om verder te gaan met hun leven! Na de oorlog is er een houten barak als noodwoning voor het gezin neergezet. Daar hebben ze vijf jaar in gewoond.
Peter Harmsen, 21 maart 1927 – 16 april 1945 is op 18 jarige leeftijd omgekomen tijdens de beschietingen in de avond van 16 april 1945. Hij woonde met zijn ouders aan de Edescheweg. Een granaat vliegt letterlijk dwars door het huis en Peter roept nog “Ik ben geraakt!”. Hij was dodelijk getroffen. Zijn broertje die bij hem op schoot zat werd ook geraakt door een granaatscherf aan zijn been maar kon door het Rode Kruis geholpen worden. Zijn vader kreeg een schot door zijn arm en moest naar het noodziekenhuis in het museum. Het huis van de familie Harmsen was ook zwaar getroffen en het gezin moest een tijdje bij de buren ondergebracht worden. Van Jan Bruil, geboren op 27 februari 1940, dus vlak voor het uitbreken van de oorlog, is geen enkele foto beschikbaar.  
 Van Jan Bruil, geboren op 27 februari 1940, dus vlak voor het uitbreken van de oorlog in Nederland, is helaas geen enkele foto beschikbaar. Dat kan men zich voorstellen in een tijd waarin fotograferen nog helemaal geen algemeen geaccepteerde bezigheid was. Ook het materiaal zoals een camera en fotorolletje was een schaars goed. Jantje Bruil kwam uit een gezin van vier kinderen. Hij zat bij zijn vader op schoot en verbleef met de buren en nog twee kinderen in hun kleine kelder, die was dus echt vol te noemen. In de omgeving van hun huis zaten de Duitsers in hun schuttersputjes en maar een paar honderd meter verderop zaten de Canadezen. De Canadezen dachten dat het huis ook vol Duitsers zat en opende het vuur. Een granaatscherf ketste via de muur in de kelder en trof Jan Bruil recht in zijn hartstreek. In paniek vluchtte het gezin naar een schuilkelder van de buren en even later was een voltreffer voldoende om hun net verlaten huis kapot te schieten. Vader Bruil was een timmerman en maakte in ruim een half jaar zijn huis , met hulp van familieleden, weer bewoonbaar. In de tussentijd leefde de familie in een stenen schuur van de buren. Jantje overleed in de avond van de 16de april, net voor de Slag om Otterlo.
Op de Algemene Begraafplaats in Otterlo is vorenstaand grafmonument als herinnering aan de burgerslachtoffers van de Slag om Otterloo terug te vinden. De namen van de Ham moeten echter van den Ham zijn. De dochter van Willem van den Ham gaf haar ooggetuigeverslag als volgt weer in 2010: „’t Was zo verschrikkelijk.” In haar woonkamer in woon-zorghuis Eureka in Otterlo spreekt H. van den Brink-van den Ham (81) de woorden meermalen uit. Ze kijkt terug op de bevrijding van Otterlo, die op 16 april 1945 begon. In en rond het Veluwse dorp leverden de Duitsers dagenlang zware tegenstand tegen de bevrijders. Zeventien Canadese en zes Britse soldaten sneuvelden en honderden Duitsers kwamen om. Tijdens de Slag om Otterlo vonden vier dorpelingen de dood. In huize Van den Ham aan de Hoenderloseweg kwamen vader Willem en zoontje Sander door Canadees vuur om. Het gezin bevond zich tussen de strijdende partijen. Mevrouw Van den Brink-van den Ham herinnert zich nog scherp hoe de Duitsers daags voor de Slag om Otterlo even bij hen thuis waren. „Ik zie nog een stuk of tien jongens van amper zeventien, achttien jaar op een rij zitten.” Op zondagavond verschansen vader, moeder en acht kinderen zich in een schuilkeldertje in de woning. Hevige beschietingen breken los. „Het was heel onrustig. Wij zaten daar aan de Hoenderloseweg, tegenover de ingang van het kerkhof, in een gevaarlijke hoekje”, blikt mevrouw Van den Brink terug. Haar man, die destijds in het nabijgelegen Harskamp woonde: „Wij dachten: Ze schieten heel Otterlo plat.” Het gaat mis als vader Van den Ham vanuit het schuilkeldertje naar buiten wil, om te kijken of er gelegenheid is om dekking te zoeken in een schuilkelder in een wal buiten het huis. „Een voltreffer raakte de voordeur. Die viel achterover. De zaak stortte in. Mijn vader is gevallen en kwam onder de deur terecht. Hij bleek later te zijn omgekomen.” In het keldertje in de woning beseffen de benarde moeder en haar kinderen dat ze snel een veilig heenkomen moeten zoeken. Mevrouw Van den Ham, toen een meisje van zestien jaar: „Ik zie alles zo weer voor me. Overal was stof. Toen heb ik echt ervaren dat God ons beschermde. Dat was zo’n werkelijkheid. Daar kun je nooit dankbaar genoeg voor zijn. Zelfs mijn broertje van drie jaar, Marinus, wist uit het kelder te komen. Heel apart, zo’n ventje. Toen we buiten kwamen, werd er geschreeuwd: Liggen! Liggen!”Niet alleen vader overlijdt, ook broertje Sander, 11 jaar, wordt buiten getroffen door een kogel. „Het bloed liep over zijn slaap, zo de grond over.” Al gauw breekt er brand uit in de woning. „Ik hoorde het varken nog gillen, dat arme dier.” Berooid blijft de familie achter. „Mijn moeder had alleen nog een pantoffel over.” De volgende twee nachten verblijven de Van den Hams opnieuw in andere schuilkelders vanwege de aanhoudende gevechten. „Je zat te luisteren naar de kanonschoten en was bang dat ze in de buurt zouden ontploffen.” Met afschuw denkt mevrouw Van den Brink terug aan de oorlogswreedheden in Otterlo. „Duitsers verbrandden toen ze werden aangevallen met vuurwerpers. Je hoorde die mannen alles bij elkaar gillen van de pijn. Mensen worden ook hard. Er lagen tientallen lichamen van gesneuvelde Duitsers. Inwoners van Otterlo namen de laarzen van die soldaten mee. De mensen hadden ook niets in die dagen.” Na de oorlog belandt ze met tuberculose in een sanatorium. Daar kampt ze met de verschrikking van de oorlog. „Dan komt alles op je af. Ik lag elke middag in bed te huilen.”     
In Otterlo was meteen bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog al een eerste slachtoffer te betreuren.

De eerste militair uit Otterlo die in de meidagen van 1940 is gesneuveld was Johannes (Joop) Marinus van Hunen, geboren op 17 mei 1920 (Foto). Hij werd in februari 1940 opgeroepen voor militaire dienst en was gelegerd in Den Haag. Zijn taak bij het 22ste Depotcompagnie Bewakingstroepen was om, als bemanning van een lichte mitrailleur,het vliegveld Ockenburg te beschermen tegen de luchtlandingen van de Duitsers. Daar is hij op 10 mei 1940 gewond geraakt en is op 11 mei 1940 gestorven in het Rode Kruis Ziekenhuis in Den Haag. Hij ligt begraven op het Militaire Erehof bij het monument De Haagse Schouw, Gemeentelijke Begraafplaats aan de Kerkhoflaan, dat is ook de plaats waar zijn naam op het monument vermeld staat. Aan de bloemenzee bij zijn graf was te zien hoe groot het medeleven was in die eerste meidagen van 1940 toen de mensen zich met een schok realiseerden wat de oorlog betekende. Zijn naam staat ook in Ede in het mausoleum op de Paasberg vermeld. De slag om de vliegvelden Ockenburg , Ypenburg en Valkenburg heeft de Duitsers veel verliezen, zowel aan manschappen als aan materieel opgeleverd. Het sterkste onderdeel van het leger was de luchtdoelafweer, dit in tegenstelling tot de sterk achtergebleven uitrusting van de soldaten die in mei 1940 plotseling met de invallende Duitsers geconfronteerd werden. De verliezen aan Duitse kant deden zich nog lang gelden, onder andere in de Slag om Engeland korte tijd later.
Hoe zag de plattegrond van Otterlo eruit in 1945? Dat laat de foto van de situatie hierboven zien. Stafkaartdeel van Otterlo, zoals de situatie was in 1945, direct na de oorlog.
De streepjes = = = wegen waren nog zandwegen en verkeer uit Hoenderloo ging via de Dorpsstraat wanneer het richting Harskamp, Ede of Arnhem moest gaan. Het Buurtschap Eschoten staat zelfs groter aangegeven dan Otterlo met de omliggende boerderijen die de namen Elzenbosch, Munnikhof, Welgelegen, Houtkamp, enz. droegen. Natuurbad “De Zanding” staat in het Engels als New Construction ingetekend, resultaat van een werkverschaffingsproject uit de jaren dertig. De zwarte blokjes zijn de veelal vrijstaande huizen, maar soms ook gewoon kippenschuren zoals links naast de Begraafplaats. Daar ligt nu wijk 6, Boumanlaan, dokter Beumerlaan, Pothovenlaan, Groeneweg en Meester Engelenweg. De rode stippen geven de getroffen woningen aan, voor maar liefst 68 % veroorzaakt tijdens de gevechten op 16 en 17 april 1945. Deze cijfers geven aan hoe zwaar het dorp getroffen werd in een korte tijd. Het waren niet alleen de Duitse granaten die de huizen troffen maar vooral ook de Canadese en Engelse kanonnen hebben veel schade veroorzaakt bij de bevrijding van het dorp. Vooral de Dorpsstraat heeft het moeten ontgelden zoals goed te zien is op bovenstaande overzichtskaart. 

De aanloop naar de Tweede Wereldoorlog

In de tijd die voorafging aan de Duitse inval, die op 10 mei 1940 ’s nachts om 03.55 uur plaatsvond, namen de Duitsers luchtfoto’s van militaire doelen in Nederland. Bunkers, maar ook loopgraven, denk aan de Grebbelinie, stonden op de Duitse kaarten ingetekend. Ook waren ze op de hoogte waar springladingen in bruggen zaten en hadden ze bijvoorbeeld een pasklaar brugdeel voorbereid dat bij het stadje Doesburg over de IJssel moest worden gelegd. Hoe was de stemming onder de Nederlanders wanneer de aanstaande oorlog ter sprake kwam? Wij waren neutraal, net zoals in de Eerste Wereldoorlog, dus wat kon ons gebeuren? Pas op donderdag 24 augustus 1939 werd in Nederland de voor-mobilisatie afgekondigd. Ongeveer 50.000 man werd opgeroepen. Kort daarna op dinsdag 29 augustus volgde de algemene mobilisatie voor de dienstplichtigen van de lichtingen 1924 tot 1939, samen ongeveer 150.000 man. De soldaten kregen een zinken identiteitsplaatje om de nek, maar men dacht nog steeds massaal dat het niet zo’n vaart zou lopen! Het dagelijks leven van een dienstplichtige bestond uit exerceren, marcheren, theorie, o.a. rangen en standen uit het hoofd leren, geweren schoonmaken, niet schieten want er was geen munitie!, op bezoek bij de lokale bevolking, soms naar de bioscoop en vanaf november 1939 mochten de eerste dienstplichtigen al met zaken- of studieverlof. In de eerste vijf oorlogsdagen sneuvelden in de landmacht 119 officieren, 274 onderofficieren, 162 korporaals en 1477 soldaten. Vergeten wordt vaak dat er ook 2700 militairen gewond werden, sommigen zo ernstig dat ze levenslang gehandicapt bleven. Ook maar liefst 2159 burgers kwamen in die dagen om het leven, vooral het bombardement op Rotterdam heeft veel slachtoffers geëist.
 Een bijzonder incident vond plaats toen Sergeant Christiaan Meijer met zijn eenheid zich terugtrok van de gevechten op de Grebbelinie richting Nieuwersluis. Zij waren bij een pantser afweergeschutstelling betrokken. Onderweg schijnt hij zich negatief uitgelaten te hebben tegen de mensen die hij passeerde en gaf aan dat de Grebbelinie gevallen was. Dat was echter (nog) niet het geval. De legerkorpscommandant Jacob Harberts wilde een voorbeeld stellen en Chris Meijer en zijn manschappen werden gevangengenomen en Chris moest voor de krijgsraad verschijnen. Hij vroeg nog om teruggestuurd te mogen worden maar Harberts wilde duidelijk een voorbeeld stellen en het verzoek werd afgewezen. Hij werd tot het vuurpeloton veroordeeld. Tegen Ds. Faber zei hij vlak voor de executie: “Ik ben niet gedeserteerd. Wij konden het in het artillerievuur van de Duitsers niet langer volhouden en trokken ons daarom terug”. Meijer wilde geen blinddoek voor en stond rechtop voor het vuurpeloton. Zijn mede soldaten en ooggetuigen kenmerkten hem als een moedige vent. Zijn grootste fout was dat hij onderweg naar Nieuwersluis liet blijken dat het zinloos was om verder te vechten. Harberts wilde een voorbeeld ter afschrikking stellen, maar zeer merkwaardig is het feit dat hij de executie verbood dat het bij de soldaten bekendgemaakt mocht worden. Dus het beoogde effect heeft nooit plaatsgevonden. Zijn ouders en verloofde hebben niets van de executie geweten en dachten dat hij aan de oorlogsverwondingen was overleden. Hij ligt op de Algemene Begraafplaats in Dieren begraven met op zijn grafsteen de toch wel wrange tekst: “Den Vaderlandt Ghetrouwe”. 

De oorlogsjaren

Foto hiernaast: Deze ‘boerderijen’ stonden vooral in de directe omgeving van het vliegveld Deelen. Ze lijken bedrieglijk echt op boerderijen maar het zijn bunkers en hangars. De beschildering was camouflage voor de bombardementen die de geallieerde vliegtuigen uitvoerden.

Van de vijf oorlogsjaren verliepen de eerste vier jaren relatief rustig in Otterlo. Je moest de Duitsers niet voor de voeten lopen, dat was de algemene opvatting. Alleen in de laatste ‘Hongerwinter’ zaten de Duitsers hier ingekwartierd. De SS-ers kwamen hier om te herstellen van de inspanningen elders in Europa en deden dat in de legerplaats Harskamp, dat waren de Göring en Hitler Divisies. De commandant van de Harskamp wilde daar geen razzia’s omdat daar burgers werkten, waaronder mensen uit Otterlo. Na Dolle Dinsdag (5 september 1944) werd alles anders, met een handbijltje in de hand werd deze dag “Bijltjesdag” genoemd. De bezetters vluchtten uit de legerplaats en die werd toen leeggeplunderd. Maar …. de Duitsers kwamen door de Harskamp terug en de burgers werden gesommeerd om de bezittingen terug te brengen, op straffe van de doodstraf! Dat hielp want alles kwam weer terug. De mannen uit Otterlo werden opgeroepen om in Duitsland voor de oorlogsindustrie te gaan werken, maar sommigen konden daaronder uitkomen bijvoorbeeld omdat ze onmisbaar werden verklaard voor de Vrijwillige Brandweer. Ook de verzetsmensen zoals bakker Veen hebben mensen geholpen om onder te duiken en zo uit handen te blijven van de Duitsers.  
Evacuatie september 1944

Foto hiernaast: Deel van de groep evacuees waarover in het verslag gesproken wordt, Harskamp 1944. Wat gebeurde er in de verlaten steden en dorpen tijdens de evacuatietijd? In Arnhem was het Feldwirtschaftskommando 10 uitermate actief. Zij haalden onder andere zware machines weg bijvoorbeeld bij de AKU ( nu Akzo) en de Kema aan de Utrechtseweg. Veel goederen uit de huizen gingen met behulp van NSDAP mensen vooral naar Westgauen, niet ver over de grens in Duitsland. Na de oorlog is een deel teruggevonden en teruggebracht naar Arnhem. 
Op 17 september 1944 vond de landing van de Airborne troepen bij Oosterbeek plaats. Na een week van harde gevechten moesten de Engelsen zich overgeven en kwam op 24 september de Duitse order dat Arnhem binnen 24 uur geëvacueerd moest zijn. Zij trokken toen in grote groepen richting noorden en oosten uit de stad, dus ook richting Otterlo. Op die zondag 24 september 1944 vond ’s morgens een vergadering in “Jagersrust” plaats waar onder andere de agenten van politie de heren W van Zwetselaar en G.J. Michels aanwezig waren, evenals drie artsen uit de Arnhemse ziekenhuizen (Gemeente Ziekenhuis, Diaconessen Ziekenhuis en St-Elisabeth Ziekenhuis), dokter Beumer, aannemer Beumer, dominee W. de Bruijn en de directeur van het Kröller-Müller Museum de heer Auping. Een heel praktische afspraak werd gemaakt dat de gezinnen thuis meteen bruin bonensoep zouden gaan maken en die werd dan in gamellen verzameld. Die soep ging voor een deel naar het museum maar helaas de meeste patiënten lusten deze zware kost niet of konden die in ieder geval niet verdragen. Een ander belangrijk punt was dat er voor het noodziekenhuis in het museum, dat stond immers leeg, onder de naam “Evacuatie Ziekenhuis Otterlo” een aantal noodvoorzieningen getroffen moesten worden. Er kwam immers een stoet van maar liefst 300 patiënten op platte wagens richting Otterlo en die mensen waren provisorisch afgedekt met een zeiltje of deken tegen de neervallende regen. Allereerst kwam er een afdak voor een geïmproviseerde keuken zodat er gekookt kon worden, vooral moest er eerst warm water komen. Dat water werd met een tankwagen uit Otterlo aangevoerd door Gert van de Kamp en personeel van de Hoge Veluwe zorgde voor hout als brandstof.

Bij het Rode Kruismagazijn, dat lag in het Dienstgebouw bij het Museum in het Park, werden eenvoudige houten bedden opgehaald, eveneens een eerste behoefte voor de groep patiënten die daar aangevoerd werden vanuit Otterlo.  Ook al spoedig waren er doodskisten nodig omdat een aantal patiënten de reis naar Otterlo niet overleefd hadden. Aannemer Beumer en zijn zoon Jas Beumer hebben zich op die taak toegelegd. De doodskisten werden sober in elkaar gezet van steigerplanken hout dat voldoende voorradig was bij het museum. Voor die Hongerwinter zijn zo’n 100 doodskisten vervaardigd. Diegenen die in het Nationaal Park en museum in de buitendienst werkten werden ingeschreven als lid van het Rode Kruis. Na januari 1945 werden dennenboompjes in het Park omgezaagd en werden daarvan primitieve doodskisten gemaakt, die werden gewoon dichtgespijkerd.

In het Evacuatie Ziekenhuis waren drie artsen werkzaam, namelijk Dr. L.Schalm, die woonde tijdelijk met zijn gezin op het terrein op de Pampel, Dr. G.A.Charbon die woonde tijdelijk in bij het gezin van huisarts Beumer in de Dorpsstraat en Dr.N. van der Horst die als anesthesist fungeerde. Dr. Van der Does had het evacuatie besluit getekend. Ook was er een apotheker, namelijk Witteveen uit Arnhem aan het team verbonden. De algehele leiding van de gehele evacuatie stond onder leiding van Dr. E. van der Voort Maarschalk van het Rode Kruis. Gert van de Kamp kwam met de etenswagen de gamellen brengen en nam de doodskisten mee terug naar Otterlo. De zoon van dokter Charbon reed op een oude Ford Transit bus met een groot Rood Kruis erop en binnenin plaats voor 6 patiënten op tweemaal drie stapelbedden. De brandweer van Huissen zorgde aanvankelijk voor de benodigde benzine, maar toen die bron wegviel plaatste men een op hout gestookte gasgenerator op de bus.

Op het dak van de lagere school in Otterlo en op het Noodziekenhuis in het Museum werd een groot Rood Kruis geschilderd. Want in de school, die dienst deed als kinderziekenhuis, waren ook de zusters van het Rode Kruis ingekwartierd, zij verzorgden ook de maaltijden. In het dorp Otterlo fungeerde Jagersrust als een evacuatiecentrum met informatie over vervoer, apotheek, telefoonkantoortje en zelfs in de hoek een kapsalon. Op zondagmorgen werd in de timmermanswerkplaats er een R.K. kerkdienst gehouden. In het bos waren enkele barakken voor besmettelijke ziekten ingericht en de lagere school deed dienst als kinderziekenhuis. In de pastorie het bureau van de dokters. In het dienstgebouw op het terrein van De Hoge Veluwe was een kraaminrichting. De werkmensen van het Rode Kruis vonden onderdak in de werkplaats van Bruil en in de Waldhoorn was een polikliniek. Bij de fietsenmaker van den Brink was een magazijn ingericht. Veel inwoners van Otterlo hadden evacués in huis. Tegenover de Hervormde Kerk konden die mensen bij de gaarkeuken eten krijgen en evacués die laat arriveerden sliepen of bij bakker van Lunteren, boer Pluim of Fluit en wanneer daar geen plaats meer was dan werden ze in de kerk ondergebracht. Op maandag 3 oktober werd Huissen zwaar gebombardeerd en moest de bevolking een goed heenkomen zoeken. Toen ook de Brug bij Arnhem nog een paar dagen later werd gebombardeerd was Huissen vanuit Noord Arnhem onbereikbaar geworden. Hele gezinnen zijn daarbij omgekomen en ook de broeikassen in de omgeving van Huissen werden vrijwel totaal vernield. Alles was men kwijt. Op 22 en 23 oktober hebben de onverschrokken mensen van het Rode Kruis met drie grote auto’s per keer 150 mensen uit het belegerde Huissen gehaald, totaal dus 450 mensen, onder artillerievuur van de Engelsen die de dijk tussen Arnhem en Huissen onder vuur namen. Deze opgehaalde mensen werden naar Barneveld gebracht. 


Verzetsactiviteiten in Otterlo

Was er sprake van verzet of een verzetsgroep in Otterlo?  Ja, dat was er wel degelijk. Bakker Veen behoorde tot een verzetsgroep die zijn zetel had in Bennekom. Bij Heiwegen was een Jodin ondergedoken en bij Jan van der Iest en Jan van der Meijden waren twee Joodse meisjes van 14 en 18 jaar ondergedoken en hadden een schuilplaats in de hooiberg. Wanneer er een razzia op komst was werden ze gewaarschuwd door de politiemensen Zwetselaar en Michels. Samen met huisarts Beumer waren deze drie mensen de enigen die van het bestaan van onderduikers afwisten. En verder Jannes Rap, daarover later meer. In de herfst van 1944 kwam een verzetsgroep regelmatig in “Jagersrust” bijeen onder leiding van ‘Karel’ die goede connecties in de hogere regionen van het verzet had. De groep stond telefonisch in verbinding met de geallieerden aan de overkant van de Rijn. Achter het huis waar nu kapper Prophitius zijn zaak heeft aan de Dorpsstraat staat nu nog op dezelfde plaats een elektriciteitshuisje van de toenmalige PGEM, door technische mensen van de telefoondienst was daar een telefoon intact gehouden die door de Duitsers over het hoofd is gezien. Zij gaven de sleutel van dat huisje aan de verzetsgroep van ‘Karel’. Vergaderingen met de geallieerden in ‘Jagersrust’ konden via die telefoonverbinding worden afgesproken. Die officieren verkleden zich als politieagent of boswachter en konden op die manier aan de vergadering deelnemen.  Op 14 april 1945 zegt ‘Karel’ tegen de groep: “Morgen gaat het gebeuren, hier in Otterlo”.

De eerste Canadezen kwamen uit de ingang van het Nationaal Park vanaf de Houtkampweg richting de Dorpsstraat. Voor het “Witte Hoes” van dokter Beumer zaten jonge soldaten in hun schuttersputjes en mikten met hun ‘Panzerfausten’ op de oprukkende Canadese tanks. Precies achter de op de tank geschilderde ster ging de eerste tank de lucht in. Alle inzittenden kwamen om, de commandant Mackinnnon rolde uit de tank in de greppel, zeer zwaargewond en een dag later overleden in het ziekenhuis in Ede. De situatie was erg onoverzichtelijk op de 15 april. Aan de ene kant van de weg groepen evacuees aan de andere kant de bewoners van Otterlo in hun kelders met Duitse soldaten boven hun hoofd. In de boerderij van Beumer aan het begin van de Dorpsstraat zaten zo’n veertig Duitsers in het hooi en twee officieren in de ‘beste kamer’ ingekwartierd. Omstreeks 12 uur werden patronen en handgranaten uitgedeeld en werd er geroepen: “mensen in de kelder, de Tommy komt”. Het kanon stond voor de deur, tegenwoordig de parkeerplaats naast de Waldhoorn en voor de fietsenzaak, had een ruim schootsveld richting Houtkamp over de lengte van de Dorpsstraat. Na het eerste schot waren alle ruiten gesprongen en bij het tweede schot werden de rupsbanden van de tank aan flarden geschoten. Nadat de eerste tank van de Canadezen was opgeblazen door een voltreffer, trokken de geallieerden zich terug in het Park. In de boerderij van Beumer was het paard dodelijk getroffen maar de koeien leefden nog. Op het woonhuis viel een granaat wat iedereen natuurlijk goed zenuwachtig maakte.

Op de volgende dag, maandag dus, werd iedereen gewekt door een bombardement waarna de Canadezen wederom Otterlo binnentrokken. Nu met een grote overmacht aan tanks. Voor het keldergat klonk plotseling een Engelse stem en de moeder van ‘Karel’ zei tegen hem: “Toe Karel zeg wat terug, je spreekt immers Engels”. De opmars verliep nu snel, eigenlijk te snel. Immers er werd nu een lang lint gevormd van Otterlo richting Barneveld/ Voorthuizen en dat maakte verdedigen tot een hachelijke zaak. Midden in de nacht vielen de Duitsers totaal onverwacht aan. De bovengenoemde telefoonlijn is van vitaal belang geweest om de kopgroep van de Canadezen te waarschuwen, die zaten in de buurt van Barneveld, hoe de toestand ervoor stond in Otterlo. Bij de familie Beumer sliepen nu ongeveer 15 Canadezen in de keuken. De Duitsers kwamen tot aan de lagere school. In het huis van Beumer stonden drie mitrailleurs opgesteld en de burgers zaten allemaal in de kelder. Als nieuwsgierige jongens ging Jas Beumer en een vriendje een kijkje nemen bij de voordeur, maar ze werden direct door geweervuur weer de kelder ingejaagd. Korte tijd later zagen de mensen uit de kelder de eerste krijgsgevangenen. Buiten was het chaos troef. Veel branden, in schuttersputjes zaten dode Duitsers in een hurkhouding alsof ze sliepen. De Canadezen namen horloges, portemonnee, enz. van de Duitsers af en zeiden met een grijns “Souvenir”. Pas later werden de lijken opgehaald en geïdentificeerd, voor zover dat mogelijk was. Op die laatste dag zijn nog drie Canadezen doodgeschoten die bij de familie Beumer in huis hadden geslapen! Onder andere bij “De Lindenhof” aan de Hoenderloseweg zaten nog een paar fanatieke Duitsers. Een Canadese commandant en een jonge officier bij hem speurde de omgeving af en toen de oudere commandant zag dat zijn jonge officier blinkende knopen en insignes droeg, sneed hij die van zijn uniform en redde daarmee zeer waarschijnlijk zijn leven.

Op 17 april 1945 was de strijd in Otterlo gestreden en vonden er geen schermutselingen meer plaats. Opgave van toen spraken van 21 gedode Canadezen en 125 Duitsers. Op het schoolplein stond een gaarkeuken en in gamellen ging een deel van het eten naar het Noodhospitaal in het Museum. De evacuees, mensen uit het dorp en zusters uit het noodziekenhuis zorgden voor het bereiden van het eten, het ging daarbij vaak om grote hoeveelheden zoals 1000 liter soep, dat wijst op de enorme behoefte die er was en hoeveel mensen er ook geholpen moesten worden. Bij de Mossel had boer Prangsma genoeg fabrieksaardappelen op zijn land beschikbaar voor de bevolking van Otterlo. In Jagersrust was een Noodgemeentehuis ingericht. Verzetsmensen zoals ‘Karel’ en zijn zuster speelden een bemiddelende rol. De zuster ging elke vrijdag naar Apeldoorn om daar geld op te halen en dat geld werd dan aan de mensen, veelal ook diegenen die gezinnen moesten onderhouden, uitbetaald. De zuster kwam ook op 8 maart 1945 langs De Woeste Hoeve toen zij gedwongen werd door de Duitsers om langs de zojuist gefusilleerde gegijzelden te lopen met de tas met geld op haar fiets. Ze lieten haar verder gewoon doorgaan zonder nader onderzoek. Ook na de oorlog is er uitbetaald, dat lijkt op achterstallig loon, ongetrouwde  vrijgezellen, zij konden in oorlogstijd het geld beter missen dan getrouwde mannen met gezinnen.  
Verraad gepleegd in Otterlo

Bij Dr. Voûte zat een gezin ondergedoken in het huisje tegenover de boerderij De Houtkamp. De ondergedoken man was onvoorzichtig, dit in tegenstelling tot zijn vrouw en kinderen. Hij liep bijvoorbeeld gewoon in het dorp zonder Jodenster op. Later zijn ze naar het houten huisje bij “De Lindenhof ” aan de Hoenderloseweg gegaan. In oktober 1944 omsingelden Hollandse SS-ers het huisje en de vrouw liet de man en jongen in de WC en sloot die af. De vrouw en dochter waren blond en hadden geen Joods uiterlijk. De vader en zoon kropen door het WC-raampje naar buiten en vluchten weg. Alles werd door de SS kort en klein geslagen en de vrouw en meisje werden meegenomen. Zij zijn nooit meer teruggekomen en een eenvoudig monument bij ‘De Lindenhof’ is de herinnering aan deze tragische gebeurtenis. Wie dit verraad heeft gepleegd is nooit opgehelderd ook niet na de oorlog. Ook waren er twee gewonde para’s in Otterlo ondergebracht. Ook hier kwam de Hollandse SS achter. Eén gewonde para werd ter plaatse in de nek doodgeschoten en de andere werd op de fiets meegenomen.  Er waren genoeg boeven die als overtuigd Nazi een zeer kwalijke rol hebben gespeeld in de oorlog in Ede en omgeving. Een schrijnend geval van falen van de overheid om dit soort mensen hun verdiende straf te laten ondergaan is wel het feit dat ‘men’ Abraham Kipp heeft laten ontsnappen naar Argentinië en dat nota bene twee verslaggevers van het Haarlems Dagblad (!) zijn verblijfplaats moesten ontdekken. Deze man staat symbool voor veel leed dat vooral ook de verzetsmensen, joden en onderduikers is aangedaan. 




Razzia slachtoffers in Otterlo

Een herdenkingssteen die geplaatst is vlak bij de plaats waar de Familie van Veen zo tragisch uit elkaar gerukt werd. Deze steen staat op het terrein van de Lindenhof bij de kruising Hoenderloseweg-Apeldoornseweg in Otterlo.
De tekst op de steen luidt als volgt:
Lest We Forget, ter nagedachtenis aan onze lieve Erika Eddy en Sandra van Veen welke voor het laatst met ons samen waren te Otterloo op 25 januari 1944 Uit het leven weggerukt 5 maart 1944  Auschwitz Polen
De Joodse slachtoffers uit Otterlo zijn
1. Edgar (Eddy) van Veen: Geboren: 14-12-1929 en overleden in Auschwitz op 6-3-1944. (14 jaar).
2. Sandra Joyce van Veen: Geboren: 29-6-1939 en overleden in Auschwitz op 6-3-1944. (4 jaar).
3. Alice Erika van Veen-Kahn: Geboren: 24-09-1904 en overleden in Auschwitz op 6-3-1944 ( 39 jaar).
4. Jenny Rosenberg-van Bienen: Geboren: 3-7-1873 en overleden in Auschwitz op 11-2-1944 (70 jaar).
5. Joseph Rosenberg: Geboren in Antwerpen(B) op 12-3-1908 en overleden op 14-4-1945 in Dachau.
6. Stefan Reichsthaler, geboren 14 september 1912. Stateloos en afkomstig uit Neurenberg en komt via Voorburg op 10 september 1940 naar Otterlo. Hij woont op het adres Dorpsstraat 15b. Ook schijnt hij op de Arnhemseweg 30 te hebben gewoond en hij werkte voor de firma van der Berg, een technisch bedrijf. Met een “Ausweis” via de dominee van de Hervormde Kerk verkregen wist hij uit handen van de Duitsers te blijven.
7. Er is nog een Joodse inwoner van Otterlo, namelijk Ernst L.H.I.Meijer, geboren 19 oktober 1917 te  vermelden. Hij was een monteur en radiotechnicus, gevlucht uit Duitsland en kwam op 15 oktober 1940 op het adres Dorpsstraat 15b te wonen. Hij werd opgepakt en bekend is dat hij op 2 mei 1943 in Sobibor in Polen is omgebracht.

In het boek “Ede, 1940-1945” van V.Lagerwij en G.Plekkringa vinden we een aantal Joodse inwoners van Otterlo vermeld. Dat waren o.a.  Stefan Reichsthaler, geboren 14 september 1912 (zie hierboven) en 
 Josef Grosz of Gross, geboren op 16 april 1881 ontvluchtte Duitsland op 16 februari 1939 en woonde in 1943 in de Dorpsstraat 19. In juni 1940 werd hij even vastgehouden met vijf andere Duitse vluchtelingen, maar korte tijd later alweer vrijgelaten. Zijn kinderen hebben hem financieel ondersteund.
Een niet Joodse inwoner van Otterlo die in Duitsland tewerk was gesteld en tijdens een razzia was opgepakt, heette Reijer Scheperkamp. Hij werkte bij de ENKA in Ede en moest via de ‘Arbeitseinsatz’ in een Duitse wagonfabriek gaan werken. Hij kreeg daar tuberculose en mocht naar huis, maar het was al te laat. Hij overleed na drie maanden op bed te hebben gelegen op 16 juli 1944 in Otterlo.
(N.B. (Alice) Erika, Eddy en Sandra van Veen zijn dus gezamenlijk op 6 maart 1944 in Auschwitz omgekomen en niet op 5 maart zoals op de grafzerk staat vermeld). 

Foto hiernaast: De Familie Siegel verbleef in het tot 'woning' omgebouwde kippenhok op het terrein van boer van der Iest en werden vooral verzorgd door Jan van der Meijden die bij van der Iest in dienst was. Later zijn de dochters van de familie Siegel, Margot en Ruth Siegel in plaats van vader en moeder Siegel daar ingetrokken. Zij hebben allen de oorlog overleefd maar zoals vele lotgenoten was het heel moeilijk om hun oorspronkelijke bezittingen in Nederland weer terug te krijgen. De houding van de Nederlandse overheid ten opzichte van de Joodse overlevenden mag op zijn minst als laakbaar gekenmerkt worden en recent is daar ook het Nederlandse Rode Kruis aan toegevoegd (Onderzoek van dr .Regina Grüter getiteld 'Kwesties van Leven en Dood', 2017.
Een goed gedocumenteerd boek over de belevenissen van de Familie Siegel, waarin ook de periode Otterlo uitvoerig wordt besproken, is Locomotieven trekken wagons, 1933-1945 van Paul Siegel, Uitgeverij Van Gruting,2000. 

Razzia’s in Otterlo 

Na Dolle Dinsdag 5 september 1944 en de landingen in september 1944 bij Oosterbeek kwamen de grote razzia’s op gang. Een onderduiker bij de familie Beumer aan de Dorpsstraat wilde naar Wageningen maar keerde rap op zijn schreden terug toen hij merkte dat het gehele dorp omsingeld was. Beumer Sr. maakte een schuilplaats in het hooi en samen met zijn zoon Jas Beumer verbleef de onderduiker daar tot de kust weer veilig was. De opgepakte jonge jongens werden naar de school gebracht en de oudere mannen naar ‘Jagersrust’. Op deze manier zijn er 125 mannen opgepakt. Dat is natuurlijk een groot aantal voor een klein dorp maar we moeten ook bedenken dat er veel evacuees in het dorp waren. Toen de Duitsers bij moeder Beumer kwamen hing die over de onderdeur en op de vraag van de commandant of er nog mannen in huis waren zei ze heel rustig: “Och, die zitten allang in de school” waarop de man zei: “Oh, dan is het goed” en ging verder. Maar zo verging het niet iedereen. De broer van Jas Beumer was net getrouwd, hij woonde in Eschoten en zijn vrouw kwam huilend aanfietsen en zei dat ze Gerrit hadden meegenomen. “Oh, zei moeder Beumer toen, dan moeten we eens kijken wat we daaraan kunnen doen”. Moeder stapte naar buiten en zei tegen de bewakende soldaat: “Ik wil direct de commandant spreken”. Toen de commandant kwam zei ze: “Jullie hebben mijn zoon gepakt, maar heeft die pas een blindedarmoperatie achter de rug, die kan niet werken”. Dat de operatie al twee jaar geleden had plaatsgevonden vermeldde ze natuurlijk niet! “Wie is het?” vroeg de commandant. “Die” zei mijn moeder en met een “Heraus” vloog hij letterlijk terug naar huis. Dokter Beumer heeft ook nog een keer via een brief de blindedarm gebruikt als middel om Gerrit niet naar Duitsland te moeten laten gaan. Dat deed hij in de zomer van 1943.

Dezelfde dokter Beumer liet zich ook niet weerhouden om Engelse parachutisten die gevonden waren bij de Mossel te gaan helpen. Bij een tweede grote razzia ging het vooral om de fietsen maar toch kwamen twee meisjes huilend met een kind bij moeder Beumer aan en zeiden: “Ze hebben weer het gehele dorp afgezet en dit is een joods kindje dat we naar Wageningen moeten brengen”. Dat kindje in toen ook in een schuilplaats in de hooiberg gebracht en niet gevonden. Op 16 november ’s morgens om 06.00 uur werd er weer in Otterlo een razzia gehouden. Iedereen moest naar het centrum in het dorp. Van deze groep mannen werden er 200 naar Arnhem gebracht om in de stellingen te gaan werken. Maar de Rode Kruis mannen werden extra gestraft omdat er een zender gevonden was bij de geëvacueerde Huissense brandweer. Zij moesten uniformpetten, armband en koppels met verbandtassen afstaan. Uiteindelijk moesten 3 man mee naar Arnhem. Verder moesten ze 22 auto’s en motoren naar Apeldoorn brengen als straf. Wekerom werd op 26 november 1944 gebombardeerd met 3 doden en 6 gewonden als gevolg. Voor de kinderen in Otterlo werd een geslaagd Sinterklaasfeest georganiseerd. Maar eind 1944 kwam er met de komst van de NSB-er Piek, een beruchte Winterhulpcollectant, een nieuwe leider van het Rode Kruis in Otterlo. Daardoor viel het team van Rode Kruismensen uiteen, zij hebben zich nog wel individueel verdienstelijk kunnen maken, maar dan wel buiten die meneer Piek om.  
 Een geval apart was de ontsnapping van de Airborne divisiearts Colonel Graeme Warrack die in de Willem III kazerne in Apeldoorn als krijgsgevangene opgesloten zat en hij wist te ontsnappen uit die kazerne en vluchtte naar Otterlo en werd daar ondergebracht bij de familie Kröner. Hij overleefde de oorlog als onderduiker. Er zaten zeker nog zo’n 40 tal parachutisten in de omgeving van Otterlo en Ede. Een bekende naam uit die tijd was die van de leider van de ondergrondse activiteiten Pieter Kruijff, alias “Piet van Arnhem”. Samen met de bekende “Bill” Wildeboer uit Ede en een groep medewerkers hielden zijn controle over een groot netwerk van schuilplaatsen zoals hooizolders, schaapskooien en afgelegen schuren. Waar kwamen die parachutisten vandaan? Na de Slag om Arnhem waren ze gevlucht in de bossen rond Ede en Otterlo. Zij werden soms gevangen genomen en bijvoorbeeld vaak in de Willem III kazerne in Apeldoorn opgesloten. Van daaruit ontsnapten ze, maar ook uit ziekenhuizen of uit de vrij primitieve interneringskampen in Stroe of Harskamp. Heel veel dank is men verschuldigd aan gewone mensen zoals “ oom Aart” en “tante Mien” Roelofsen van de boerderij “Het Nieuwe Erf” in Lunteren of Kees Mulder die vooral de gevaarlijke overtochten over de Rijn naar bevrijd gebied organiseerde. In het verbindingsschema  van de inlichtingendienst van de verzetsbeweging Apeldoorn ziet u hoe de lijnen lopen die de verschillende verzetsgroepen met elkaar verbinden en voor die communicatie hebben vele gewone mensen meerdere malen hun leven gewaagd! Opvallend is dat kleinere plaatsen als Posterenk, Ugchelen, Hoenderloo en Velp zo’n centrale rol hebben gespeeld. Men viel dan minder op dan in de grote steden. De koeriersdiensten werden tweemaal per week uitgevoerd.

 
Foto hiernaast:  Bonkaarten met een origineel krantenbericht uit de oorlogstijd waarin aanwijzingen voor de mensen stonden. Deze bonkaarten waren een erg geliefd object voor overvallen op distributiekantoren in de oorlogstijd, bijvoorbeeld om vooral ook onderduikers en verzetsmensen van bonnen te kunnen voorzien. Waar betaalde men mee in de oorlogstijd? Hieronder enkele voorbeelden van papiergeld waarmee in de oorlog in Nederland, Duitsland en België werd betaald. 

Voorbeelden van bankbiljetten die in oorlogstijd zowel in Nederland als Duitsland en België werden gebruikt.
Bij de Bonkaarten hierboven staan in verschillende kleuren vermeld waarvoor de bonnen dienden zoals bijvoorbeeld geel voor vlees, groen voor reserve en paars voor beschuit. Deze bonnen hier afgebeeld gelden voor de periode 1 october-25 november 1944, de zogenaamde 'Hongerwinter' stond voor de deur! In het vergeelde krantenbericht rechts naast de Bonkaart worden de nummers aangegeven waarop men de vermelde etenswaren ko verkrijgen, tenminste als ze (nog) waren!!
Ook waren er bijzondere bonnen zoals een bon voor hondenvoer of toiletzeep. Het dagelijks leven werd sterk beheerst door het hebben van de 'goede' bonnen en vooral op tijd zijn om met die bonnen te kunnen kopen wat direct nodig was. 
Het spreekt vanzelf dat er altijd mensen waren die misbruik van de situatie maakten, dat waren onder andere de zwarthandelaren ook wel OW-ers genoemd, een afkorting die stond voor Oorlogswinst maken. Na de oorlog zijn een aantal van hen voor de rechter gebracht.
Deze bonnen bemachtigen was vooral ook een taak voor de mensen die in het verzet zaten en die voedsel voor de onderduikers nodig hadden.
De Slag om Otterloo (15 – 17 april 1945)

Inleiding

 In het artikel ‘Their names liveth for evermore’ hebben we een poging gedaan om de militairen die gesneuveld zijn voor onze vrijheid tijdens de Slag om Otterloo een ‘gezicht’ te geven. Met een foto en levensbeschrijving denken we deze helden beter tot hun recht te laten komen dan alléén maar met een naam op een plaquette. Tijdens ons onderzoek kwamen we er al snel achter dat er minimaal één man ‘vergeten’ was om te vermelden op die plaquette, namelijk Kanonnier William Bancescu. Er is relatief veel over de Slag om Otterloo geschreven maar veelal gebeurde dit vanuit één enkel standpunt. Wij schrijven bewust de Slag om Otterloo, met dubbel ‘oo’, omdat in die tijd Otterloo nog met dubbel ‘oo’ geschreven werd! Ook is er zeer zeker geen sprake van een eensluidend oordeel over hoe de Slag is verlopen en wat de inbreng van de verschillende onderdelen is geweest. Wij doen een poging om dit te gaan toelichten in dit artikel. Dat het een zeer chaotische nacht is geweest van 16 op 17 april 1945 mag blijken uit de verderop aangehaalde militaire ooggetuigenverslagen. Voornamelijk het aantal gesneuvelde en gewonde militairen aan Duitse zijde varieert enorm (zie Tabel B). Zeker is dit een triest feit te noemen omdat deze veelal nog zeer jonge mannen de tol moesten betalen met hun jonge leven en we niet eens de naam van deze jongens kennen of weten hoeveel het nu precies geweest zijn die zijn omgekomen vooral dus van Duitse zijde! Dat men in en na de oorlog weinig medelijden had met fanatieke Nazi’s en zeker niet met de Hollandse SS-ers is voorstelbaar, maar de geschiedenis van dienstplichtige Wehrmachtsoldaten van 13 tot 16 jaar dat is een ander verhaal. 

   Deelnemers aan de Slag om Otterloo

Bij het begin van de Slag om Otterloo op 15 april 1945 werden 4 militairen gedood, 3 van Lord Strathcona’s Horse Regiment (Huzaar G.Bowman; Korporaal H.Forde; Huzaar C.Graham) en 1 van 8th Field Regiment RCA (Kapitein J.Donnelly). Op 16 april 1945 sneuvelden 3 militairen, dat waren 2 man van het Irish Regiment of Canada (Luitenant H.Keely en Soldaat M. King) en 1 van Lord Strathcona’s Horse Regiment (Luitenant P.Brunet). Op 17 april 1945 kwamen 15 militairen om. Dat waren 4 man van het 17th Field Regiment RCA
(Kanonniers W.Bancescu; F.Near; K.Nicolson;  N.Vogt), 3 van het Irish Regiment of Canada (Soldaten A.Doley; E.Kenney; G.McCutcheon), 3 van het 3rd Medium Regiment RA (Kanonniers C.Crowther; T.Morrice;  H.Tambling), 1 van het Provost Corps (Kapitein T.Clarke), 1 van Lord Strathcona’s Horse Regiment (Luitenant A.Mackinnon), 1 van Army Catering Corps (kok R.Narey), 1 van Governor’s General Horse  Guard Regiment (Korporaal H.Stitt) en 1 van het 79th British Armoured Division (Sgt.G.Hancox). Op 18 april 1945 overleed nog een militair aan de opgelopen verwondingen in de strijd op 16 en 17 April, namelijk 1 man van het 3rd Medium Regiment RA (Kanonnier A.Tillyer). Alleen al uit de samenstelling van de lijst met gesneuvelden blijkt de grote verscheidenheid in legeronderdelen, veel verschillende eenheden en nationaliteiten. Britse militairen van het 3rd Medium Regiment, Royal Canadian Artillery komen uit een relatief nieuw regiment. Immers dit Regiment werd pas op 26 oktober 1942 in Petawawa in Canada opgericht. Twee vroegere kustbatterijen, namelijk het 5de van de Westkust en het 87ste van de Oostkust werden samengevoegd tot het 3rd Medium Regiment RCA. Het Regiment was uitgerust met 5,5 inch medium kanon/houwitsers die later werden vervangen door 4,5 inch kanonnen. In maart 1942 werd het 3rd Medium Regiment ingelijfd bij het First Canadian Corps in Engeland. In juli 1944 werd de eenheid opgenomen in het Second Canadian Corps voor dienst in noordwest Europa. Het Regiment werd ontbonden op 16 november 1945. In het 3rd Medium Regiment RCA dat vocht in Otterlo waren het de manschappen van de samengevoegde 2de en 11de batterijen (weergegeven als 2/11) die de strijd met 5 doden en 7 gewonden afsloten. Zij namen 75 Prisoners Of War (=POW), Duitse krijgsgevangenen, mee naar de opvangcentra voor POW’s. Dat er van commandozijde ook veel waardering voor het optreden van het 3rd Medium Regiment RCA bestond mag blijken uit vorenstaande brief van Major-General Bert Hoffmeister, Commandant van de 5th Canadian Armoured Division. 
Operatie Cleanser

De Duitsers kwamen in drie groepen uit de richting Apeldoorn naar het westen. Groep I bereikte het IJsselmeer (Zuiderzee) en kon ontkomen met een stel gevorderde boten. Groep II trok langs het strand van de Zuiderzee richting Amersfoort en Groep III wilde via een zuidwest route doorbreken naar de Grebbelinie en dwars door de oprukkende 5th Armoured Division van de Canadezen heen snijden. Deze laatste groep III van naar schatting 800 tot 1000 man ongeregelde troepen bestond vooral uit Hitler Jugend (veelal 13 tot hooguit 16 jarigen!!) die soms pas een paar weken onder de wapenen waren en totaal geen oorlogservaring hadden. Verder waren er militairen van het 952 Volksgrenadiers Regiment en Bataljons restanten van het 858 Grenadier Regiment in totaal ongeveer 250 manschappen. Het tweede bataljon van het 951 en 953 Volksgrenadier Regiment leverde zo’n 180 manschappen en het 803 Nord Caucasian Ost Bataljon nog eens ongeveer 50 manschappen. Wat er nog over was van de twee Compagnieën van het 1071ste Sicherung Bataljon en de tweede en derde batterijen van het 361ste Artillerie Regiment vochten verder nog mee als infanteriesoldaten, een taak waar ze niet voor waren opgeleid. Onder deze zeer gemêleerde troep soldaten bevonden zich ook fanatieke SS-ers, vooral Nederlandse SS-ers, die een wanhopige poging deden om de Grebbelinie te bereiken.

Zij kwamen richting Otterlo vanuit de richting Apeldoornseweg en Hoenderloseweg naar een reeds ‘bevrijd’ Otterlo. De inlichtingenofficieren van het Irish Regiment of Canada rapporteerden op maandag 16 april om 14.00 uur dat het dorp Otterlo en omgeving vrijgemaakt was van vijandelijke invloeden. Vroeg in de maandag morgen waren de eerste tanks vanuit de Arnhemseweg Otterlo binnengerold. De vele Canadezen en Engelsen werden ingekwartierd in Otterlo. Het leek op een relatief rustige en snelle bezetting van Otterlo te worden. Maar omstreeks middernacht veranderede de situatie plotseling totaal. Deze nieuwe aanval kwam totaal onverwacht voor de Canadezen die hun Hoofdkwartier (HQ = Head Quarters) rond en in de Hervormde Kerk van Otterlo hadden ingericht. Aan de oostzijde van het dorp stonden de kanonnen van het 17th Field Regiment RCA en de 2/11 Battery van het 3rd Medium Regiment RA met hun tanks opgesteld. Toen de Duitsers massaal tot de wilde aanval overgingen moesten de Canadezen en later ook de Engelsen alles inzetten wat beschikbaar was. Dat waren behalve stafofficieren en manschappen ook administratief personeel, chauffeurs, koks, enz. die zij aan zij vochten tegen de Duitse overmacht. Vooral de deelname van deze jongens aan de strijd mag, achteraf, uniek genoemd worden in deze oorlog. Assistentie van het Irish Regiment en het 17th Field Regiment RCA was zeer dringend gewenst en zij hebben dan ook een belangrijk aandeel in de overwinning van de Slag om Otterloo gehad. Zij namen enkele honderden ‘Jerries’ of ‘Krauts’ zoals de Duitsers toen vaak genoemd werden, gevangen. Apeldoorn werd door de 1st Division van de Canadezen bevrijd op 17 april en op 18 april 1945 bereikte de 5th Armoured Division, o.a. 8ste New Brunswick Hussars de Zuiderzee kust.

 Kaart hierboven: …………. Frontlijn op 15 april 1945. O = Otterlo (16-04-’45) X = Barneveld –   Voorthuizen. (16-04-’45).  De legersamenstelling bij Otterlo bestond uit: 5th Canadian Armoured Division HQ, 1st Battalion Canadian Irish Rifles, 1 Squadron van Sherman tanks, 2 Battery’s van 25 pounders en 1 Battery van 55 Mediums. De 6 AVRE’s arriveerden later in de nacht. De Duitsers waren zwaarbewapend met LMG’s, Panzerfausts, granaten en een paar Russische (!) zware machinegeweren op wielen. 16-04-’45. Deel van de troepen ’s avonds teruggetrokken naar Otterlo om bij de Slag om Otterloo ondersteuning te verlenen.  De Duitse troepen zaten nu volledig geïsoleerd opgesloten in West Nederland en verschansten zich achter de Grebbelinie. Generaal Blaskowitz, bevelhebber van het 25ste Legerkorps in West Nederland had nog ongeveer 120.000 manschappen van zeer verschillende kwaliteit onder zich en de geallieerden konden daar maar 2 divisies tegenover stellen. Dit was geen uitgangspunt om de sterke defensie ‘snel’ te overmeesteren. 
Maar er vonden meerdere operaties plaats in April 1945 op en om de Veluwe. Bijvoorbeeld aan de Operatie Cleanser gingen de Operaties Cannonshot op 11 - 17 April 1945 en de Operatie Anger op 12 - 16 April 1945 vooraf. Zij staken respectievelijk bij Wilp en Westervoort de IJssel over. De Operatie Anger had als hoofddoel het bevrijden van Arnhem als een revanche voor de Slag om Arnhem (september 1944) en Cannonshot was een soort voorbereiding op Cleanser. Aan deze Operatie namen deel: Lord Strathcona's Horse Guards; The Governor General's Horse Guards; 8th Canadian Hussars (Princess Louise's ); The British Columbia Dragoons; The Perth Regiment; The Westminster Regiment; The Irish Regiment of Canada en The Cape Breton Highlanders. Het 8th Field Regiment RCA kreeg ondersteuning van het 3rd Medium Regiment RA (Britten) die vochten vooral tijdens de Slag om Otterlo. Tijdens de Operatie Cleanser werden 34 Duitse officieren en 1755 lagere rangen krijgsgevangen (=POW's=Prisoners Of War) gemaakt. 

Wat gebeurde er eigenlijk elders in Europa en de wereld tijdens deze spannende dagen in de tweede helft van april 1945?
Een paar voorbeelden:
15 april: 1. Pieter Gerbrandy, Minister van Buitenlandse Zaken in Londen, spreekt met Churchill over de situatie in Nederland en zegt: "We have them in our grip"..... Dat zijn Engels niet perfect was blijkt ook uit de volgende anekdote: Bij hun eerste ontmoeting zegt Gerbrandy bij het binnenkomen: "Goodby Mr. Churchill ", waarop Churchill heel gevat antwoord geeft met: "This is the shortest meeting I ever had". 2. Bij Zoutkamp bereiken de Canadezen de Waddenzee. 3. Leeuwarden wordt bevrijd en meteen ook de gehele provincie Friesland. 4. Doesburg wordt bevrijd evenals 5. Concentratiekamp Bergen-Belsen wordt bevrijd.
16 april: 1. Duitse troepen capituleren in de stad Groningen. 2. Bevrijding concentratiekamp Buchenwald. 3. Het Rode Leger begint met een enorme beschieting van Berlijn. 4. Russen vallen Praag aan. 5. In Italië rukt het 8th Britse Leger op. 6. Het Amerikaanse Leger verovert Luzon. 7. Ede, Wageningen, Barneveld en Apeldoorn worden bevrijd.
17 april: 1. Hannie Schaft, 'het meisje met het Rode Haar' wordt geëxecuteerd. 2. De Wieringermeerdijk wordt op 2 plaatsen door de Duitsers doorgestoken. 3.Het Duitse Leger in het Ruhrgebied geeft zich over! 4. Amerikaanse troepen landen op Mindanao op de Filipijnen. 
18 april: Het Canadese Leger bereikt de Zuiderzee! Einddoel Operatie Cleanser bereikt! 2. Alleen op de Waddeneilanden en in de Delfzijl 'pocket' zijn de Duitsers nog (even) de baas. 3. Britten akkoord met Eisenhower's plan: Berlijn is niet ons hoofddoel! 4. Britten veroveren Luxemburg. 5. Amerikanen gaan de Tsjechische grens over. 6. 9de Amerikaanse Leger verovert Maagdenburg
19 april: Operatie Cleanser wordt voltooid en afgesloten.

Het Regiment in actie.

Commandant van de troepen die als Irish Regiment in actie kwamen in Otterlo was Lt-Kol (Overste) L.H.C.Payne. We beginnen ons overzicht op 15 april 1945. Het Irish Regiment dacht dat ze toe waren aan een paar dagen rust maar ze kregen orders om in actie te komen. De 49 Divisie was de IJssel, ten oosten van Arnhem, overgestoken en het 5de Canadian Armoured Division (=CAD) werd in stelling gebracht om een doorbraak door Holland tot aan de Zuiderzee (nu IJsselmeer) te volbrengen. De ochtend van de 15de april vertrokken de militairen vanuit Oosterhout (bij Nijmegen) en staken aan de oostzijde de Rijn over en draaiden toen noordwaarts en voegden zich bij de Brigade. Overste Payne en Inlichtingen Officier Luitenant J.E.Forrester bevonden zich in de voorste linies toen ze Arnhem binnen trokken en werden met het Irish Regiment verenigd rond 12.00 uur in Arnhem-stad. Een verkenningsgroep onder leiding van Kapitein N.H.Shaw werd naar het noorden van de stad gestuurd om een geschikte plaats te vinden voor een nieuw Tactisch Hoofdkwartier voor het geval dat ze bevel kregen om verder op te rukken. Ze doodden een soldaat en namen er zes gevangen. Arnhem was een verlaten stad, leeggeroofd door de Duitsers en toen verlaten vóór de Canadezen binnentrokken. Eerst zouden ze de bossen ten noorden van Arnhem gaan zuiveren, maar na 16.00 uur werd besloten dat men die nacht in Arnhem zou blijven.
Foto: Cpl. Nix, heldhaftig optreden.

Het C Squadron onder leiding van Majoor “Bing” Crosby was nog steeds bij de hoofdmacht. De weersomstandigheden: het was bewolkt en koud voor de tijd van het jaar.

  In de vroege uren van 16 april 1945 direct bij het licht worden kregen de troepen bevel om naar Otterlo op te rukken. Om 08.15 uur passeerden ze in TCV’s ( trucks geschikt voor infanterie soldaten vervoer) tot op ongeveer 1 mijl (=1609 meter) van Otterlo. Van daar gingen ze te voet verder terwijl de tanks van New Brunswick Hussars (NBH) al begonnen waren om het dorp te zuiveren. De B- compagnie zond een verkenningspatrouille uit onder leiding van Luitenant H. Keely die op een sterke tegenstand stootte en omstreeks 13.00 uur werd Lt. Keely door een sluipschutter gedood. Dat gaf veel consternatie onder de soldaten omdat Lt. Keely een zeer geliefde officier was. Omstreeks 14.00 uur werd het dorp ‘vrij van vijanden’ verklaard. De A-compagnie had 10 Duitsers gevangengenomen, allen van de 346 Infanterie Divisie die in Harskamp gelegerd lag. Een patrouille bestaande uit een peloton infanterie soldaten van de C- compagnie en een peloton van de Governor General’s Horse Guards Regiment (=GGHGR) verloren soldaat M.W.King. Soldaat King was een Aboriginal (Indiaan) en deze mannen waren zeer geschikt om vrijwel onhoorbaar de vijand te besluipen en daarom in verkenningspatrouilles van onschatbare waarde. Omdat Duitse sluipschutters (=snipers) de patrouille voortdurend bestookten werd besloten om het Divisie Hoofdkwartier die komende nacht in Otterlo onder te brengen. De weersomstandigheden waren warm te noemen.

Om 00.30 uur op 17 april, dus even na middernacht, kwam onverwacht een Duitse patrouille onder aanvoering van een zeer fanatieke SSofficier met 25 man soldaten het dorp vanuit de richting Apeldoorn/Hoenderloo binnenstormen. Deze plotselinge gebeurtenis kan achteraf niet anders gezien worden dan een wanhoopspoging, immers het dorp was al gezuiverd en nu vielen deze troepen ineens weer aan. Overste Payne werd ruw gewekt door een salvo van automatische wapens door het raam en werd gedurende een aantal minuten in zijn kamer opgesloten. Het Irish Regiment verloor vier man en de Duitsers verloren verschillende manschappen en de bevelvoerende SS-er werd gewond. Om 01.00 uur rapporteerde de C-compagnie dat er vijandelijke bewegingen waren ten noorden van het dorp en vijandelijk vuur dat op Otterlo werd gericht. Om 01.30 uur werd duidelijk dat grote groepen vijandelijke soldaten zich samentrokken in front van de B en C-compagnie van het Irish Regiment die vergezeld waren van door paarden getrokken artillerie en 81 mm mortieren (Zie handgetekende kaarten A en B verderop in dit Hoofdstuk). Om 02.00 uur vraagt het Hoofdkwartier om steun van een peloton infanterie en Lt. J.Maltby en zijn peloton van de A compagnie werden beschikbaar gesteld. Lt G.H.Clawson van de D compagnie kwam met zijn manschappen ook het Hoofdkwartier ontzetten. Om 04.30 uur vuurde de vijand met een artillerie en mortierbarrage op het Hoofdkwartier en de B-compagnie. Kapitein N.H.Shaw en Sgt-maj. Bill Hemmings werden gewond nog voordat de aanval goed op gang was gekomen. Kleinere eenheden van de 17th Field Regiment Royal Canadian Artillery, naast de C- compagnie, werden onder de voet gelopen, maar de hoofdaanval kwam in het gebied van de B-compagnie. De vijand infiltreerde in en rond het Hoofdkwartier, evenals in het gebied van het Engelse 3rd Medium Regiment Royal Artillery achter de positie van het Irish Regiment. Bij het aanbreken van de dag zond de commandant een sectie met twee vlammenwerpers (=WASP’s) naar de B- compagnie en die maakten een rigoureus einde aan de verdere aspiraties van de vijand.

Door een gelukkige samenloop van omstandigheden zorgden 6 Churchill tanks voor extra steun en de vijand vluchtte in een ongeorganiseerde massa waarbij de machinegeweren op de tanks en de geweren van het Irish Regiment veel slachtoffers konden maken. Het totale aantal vijandelijke aanvallers wordt op 800 geschat, de vlammenwerpers zorgden voor 50 en de wapens op de tanks en in handen van de infanterie namen ongeveer 150 gesneuvelde Duitsers voor hun rekening. Er werden 23 Duitse krijgsgevangenen gemaakt. De verliezen aan geallieerde zijde waren: Irish Regiment drie doden, te weten Soldaten E.S. Kenny, A.E.Doley en G.C.McCutcheon. Veertien manschappen werden min of meer ernstig gewond, zoals Kapitein N.H. Shaw, Ltn.A.W.Robb, Pte.C.A.Berry, Kpl. J.A.Carpenter, Soldaten S.Thib, F.Harrison, F.Churchill, B.C.Heber,T.L.Senior, Kpl. A.A.LaPierre, Sgt.L.W.Hinds, Soldaten J.J.Egan, E.Sackfield, Sgt.Major W.Hemmings. Het weer: warm voor de tijd van het jaar. Om 10.00 uur was de omgeving gezuiverd en waren er nog 16 Duitsers krijgsgevangen gemaakt. Ook werden drie 75 mm infanterie kanonnen buit gemaakt. Generaal-Majoor Bert M. Hoffmeister, CBE, DSO, ED bracht de commandant in Otterlo zijn felicitaties over voor de geweldige acties gedaan door het Irish Regiment en dank voor de steun die de commandant regelde door het sturen van een peloton infanterie om het Divisie hoofdkwartier te ontzetten.

Het Divisie hoofdkwartier nam meer dan 100 man krijgsgevangen tijdens de aanval. Men bleef waakzaam, bedacht op weer een mogelijke aanval voor de komende nacht maar die kwam niet meer. Na de turbulente nacht van 16 op 17 april volgde nu een rustige nacht zonder vijandelijke activiteiten. Een patrouille o.l.v. Lt.G.R.Maybee van de C-compagnie vond om 04.30 uur dat in Harskamp het barakkenkamp al bezet was. Om 09.25 uur ontving de Perth compagnie orders om terug te keren naar hun eigen Regiment en het Irish Regiment kreeg orders om zich die morgen klaar te maken om verder te gaan richting Voorthuizen en verder door te stoten via Ermelo naar Harderwijk, het voorlopige einddoel namelijk de Zuiderzee en zo de resterende Duitse troepen de pas afsnijden. Om 16.00 uur kwamen de troepen in Ermelo aan en om 18.00 uur had het Regiment het dorp en directe omgeving gezuiverd van de vijand. Hierbij werden nog 56 Duitse soldaten gevangengenomen van de 6de Para Divisie.               

Ooggetuigenverslag Major Gordon Wood (The Irish Regiment of Canada) deed als volgt verslag van de Slag om

Otterloo (16/17 april 1945).

Na de nacht in de verlaten en geplunderde stad Arnhem te hebben doorgebracht trok het Regiment, onder aanvoering van Kolonel Payne, met de rest van de 5th Armoured Division naar het noorden om met een snelle doorbraak ineens van Arnhem naar de Zuiderzee (Harderwijk) door te stoten. Op 16 april bewoog de eenheid zich richting Otterlo en wilde het gebied rondom Otterlo gaan zuiveren van de vijandelijke troepen die daar waren. Tijdens die poging werd Lt. Hal Keely van de “B” Compagnie dodelijk getroffen door een sniper (scherpschutter). Ook Soldaat Maxwell W.King sneuvelde die middag. Omstreeks middernacht kwam een SS-officier met ongeveer 25 soldaten met veel lawaai Otterlo binnen stormen en viel het Tactical HQ (=Hoofdkwartier) aan. Dit was de eerste aanwijzing dat er een sterke tegenaanval van de Duitsers op komst was. Om ongeveer 01.30 uur in de morgen van de 17de april werd een grote strijdmacht vlak voor de “B” en “C” compagnieën waargenomen. Het Divisie HQ lag ook onder vuur en vroeg om assistentie van een peloton van het Irish Regiment. In het open veld voor het dorp vuurde het 17de Field Regiment op de vijandelijke infanterie toen zij infiltreerden tussen de kanonnen door. Om 04.30 uur in de ochtend was de aanval het hevigst, voorafgegaan door een hevig bombardement op Otterlo, waarbij Kapitein Nat Shaw en Sgt-Maj. Bill Hemmings zwaar werden gewond. De frontaanval van de vijand werd door de “B“-Compagnie onder leiding van Majoor Bill Elder afgeslagen. Kpl. Red Asselstine (DCM) van de Support Company kwam met de WASP’s (=vlammenwerpers) naar voren en schakelde de vijand, die dekking had gezocht in de greppels naast de weg, uit. In de ochtend van 17 april telde men ongeveer 200 Duitse doden en werden er ‘maar’ 22 POW’s (Prisoners Of War= krijgsgevangenen) gevangengenomen. In het 17th Field Regiment RCA heeft de Slag om Otterloo eenzelfde plaats als de Liri Valley, Monte Maggiore, Coriano en de Marerchio, Fiumicino en Lamour veldslagen in Italië. 

  Ooggetuigenverslag van Sam Doggart (The Irish Regiment of Canada).

Wij kwamen op 16de april 1945 richting Otterlo zonder al te veel tegenstand ontmoet te hebben. We hoorden dat er in een boerderij zo’n 800 meter voor Otterlo een vijandelijke haard zat. De “B” Compagnie van The Irish Regiment zond een patrouille uit om dat te onderzoeken. Na ongeveer 20 minuten hoorden we geweervuur op afstand. Sommige leden van de patrouille keerden terug maar Lt.Keely en Soldaat King waren door een sniper gedood. Majoor Bill Elder gaf onze Sgt-Major opdracht om met een paar pelotons naar de plaats waar de aanslag was geweest te gaan en zoveel mogelijk POW’s gevangen te nemen om in het HQ verder te ondervragen. We gingen op weg gevolgd door een tank van de Governor General Horse Guards. Op de plek aangekomen vuurde de tank en de omgeving van de boerderij vloog in vlam. Wij verspreidden ons en na een tiental minuten vonden we een aantal Duitsers verborgen in een bosje. We sommeerden ze om tevoorschijn te komen, dat deden ze en ze hadden bij het fouilleren geen wapens meer bij zich. Bij het doorzoeken van hun papieren zagen we tot onze stomme verbazing dat één van hen vijftien jaar oud was en pas dertig dagen in militaire dienst was! Een andere soldaat was net zestien jaar oud en ‘al’ twee maanden in dienst. Mijn buddy, die goed Duits sprak, zei me dat de jongens lid waren van de Hitler Jugend en dat hun aanvoerende officier, een fanatieke SS-er hen had verteld dat ze wanneer ze zich zouden overgeven door de Canadezen zouden worden doodgeschoten! We hebben ze, toen we terug waren bij de tank, overgedragen aan de Military Police (MP). In totaal werden 57 Duitsers gevangengenomen, de meesten waren Hitler Jugend en maar drie van hen waren ouder dan twintig jaar.

We arriveerden in open terrein waar we een groepje huizen zagen staan. Bij het naderen van een van die huizen stond een man met een kind in de deuropening. De man sprak Engels en vroeg ons binnen te komen. Dus met geweer in aanslag gingen we naar binnen. Tot mijn verbazing gaf hij me een klein glas met kersen op sap die hij voor een speciale gelegenheid had bewaard en omdat we hem net hadden bevrijd kon hij zich geen betere gelegenheid wensen dan om dit nu te doen. Eric, mijn maat, haalde een reep chocolade uit zijn zak en gaf die aan de jongen. We gingen terug naar Otterlo waar de nieuwe commandant, Lt.Hare, ons vertelde dat we een paar dagen in reserve werden gehouden. We kregen onderdak in een huis en voor het eerst in ruim een maand deed ik mijn schoenen en enkele kledingstukken uit. Net toen we wilden gaan slapen werden we omstreeks 23.00 uur gewekt door mortiervuur en we stonden daar in onze lange ondergoed, half naakt. Binnen een halve minuut waren we aangekleed. Ik klom uit het raam en groef een schuttersputje zo snel ik dat kon. Er kwam een Duitse patrouille voorbij en onze Bren schutter, “Red” Senior, opende het vuur en de hel brak los. Luitenant C.H.Clawson riep tegen de Duitsers “Surrender, you are surrounded” maar alles wat ze deden was terugschieten. Toen verscheen een verkenningswagen op de weg die kunstmatig maanlicht verspreidde en een van de mannen schreeuwde “Over here Harry” om hem aan te geven wat hij moest doen terwijl de granaten en kogels ons om de oren vlogen.

Wat een komedie van vergissingen! Een Churchill tank, die langs de weg stond opgesteld, begon met zijn Houwitser te vuren in onze richting! Kpl. Nix die naast me aan het graven was, rende naar de tank, klom erop, opende de koepel, en met een handgranaat in zijn hand riep hij ze toe dat als ze niet zouden stoppen om op ons te schieten hij de ‘bloody handgrenade’ naar binnen zou gooien en de koepel zou sluiten. Het 17th Field Regiment Artillery, dat ons steun verleende, vuurde hun 25 pounders af toen de tegenaanval in volle gang was. De officieren van de Governor General’s Horse Guards Regiment zaten met de “O” Group in de kerk opgesloten en moesten daar blijven tot het eind van de gevechten. De Regiments Troop Sergeants hadden geen problemen om hun verdediging te organiseren en al gauw ging het verhaal rond: “Zijn officieren wel echt nodig als het er opaan komt?”. Toen de vijand te dichtbij kwam trokken we ons terug naar een open veld ten zuiden van en net buiten het dorp. De gevechten duurden voort tot ongeveer 04.00 uur toen de Support Company arriveerde met hun WASP’s Bren Gun Carriers met vlammenwerpers). Zij vuurden op de aanvallende vijand en bij het ochtendgloren op de 17de april 1945 waren de gevechten over. Ongeveer 200 Duitsers waren omgekomen en 22 waren POW's. 
Foto: Een WASP vlammenwerper gemonteerd op een Bren Gun Carrier in actie langs de Hoenderloseweg in Otterlo. Deze WASP's konden tot 120 meter ver een vlam wegschieten. De brandstof werd door samengeperst stikstofgas naar het vuurkanon geleid dat op de plaats van de mitrailleur gemonteerd zat. Ze werden Hobart's Funnies genoemd naar de geniale uitvinder Sir Percy Hobart die verschillende zeer nuttige aanpassingen heeft geconstrueerd zoals bijvoorbeeld de AVRE (Armoured Vehicle Royal Engineers), een Churchill tank omgebouwd tot genietank.  
Onderstaand dagboek verslag is ontleend aan het originele boek The History of 3rd Medium Regiment Royal Artillery 1939-1945 dat werd gepubliceerd in juli 1945. Diary: History of the 3rd Medium Regiment, Royal Artillery 16-17 April 1945.                                                       

The Battle at OTTERLOO

2/11 Battery occupied the position at Deelen, but were not required to fire from it, which was just as well as the C.P.O. went forward with the data for computing “B” Troop’s coordinates in his pocket! At 2000 hours on the 16th April 1945, 2/11 Battery received orders to move forward to the Otterloo area. This area had been captured by tanks but it was known that the enemy still occupied the surrounding woods in fairly large numbers. Otterloo is situated some ten miles North-West of Arnhem. The recce parties duly set out. The first sign of excitement was that the Battery Sergeant-Major captured fifteen Germans shortly after his arrival in this area. “A” Troop Sergeant-Major also succeeded in capturing a prisoner. However, by the time the guns arrived, Otterloo was fairly quiet and the occupation was quite normal. Shortly after, at 1530 hours, there were several bursts of Bren fire directed at a troublesome enemy sniper in the woods. At 1630 hours, the G.P.O. of “B” Troop led a patrol into the woods to the left of his position and emerged shortly afterwards with twenty-two prisoners to their credit.
Foto: Captain Ambrose Harry WARDE MC

By 1700 hours there were established in the Otterloo area, one battalion of infantery, one squadron of tanks, a Field Regiment and a Divisional Headquarters. R.H.Q. was situated about half-a-mile outside the village. The evening was quiet and the stage was set for an extremely weird sort of battle. The first warning the Battery had was an outbreak of small arms fire in the centre of the village.  This was quickly followed by a “Stand to“ from R.H.Q. shortly after midnight. Double sentries were posted: C.P.O. and G.P.O.’s remained in the Command Posts; Troop Leaders were out on the guns; the Signal Officer manned the telephone exchange and the Battery Captain held a roving commission. The B.C. was with the Infantery Brigade.
                                                         
 At about 0030 hours, both Troops reported that all was well, in spite of considerable small arms fire on gun positions and light mortaring on “B” Troop. Shortly after this, the mortaring became extremely intense and all link lines were out. Wireless sets were opened up at Troop positions and the first target, range 1900, was taken on twenty minutes later.  Both troops suffered casualties in the first enemy onslaught. “B” Troop cookhouse received a direct hit and “A“-Troop Nr.2 gun a very near miss. Casualties were evacuated to the A.D.S. very quickly.         
 The Troop B.S.M. brought in “B” Troop wounded by jeep, while the Troop Leader supervised the evacuation of “A” Troop wounded. The Wagon Lines, adjacent to “B” Troop were also mortared and sustained casualties. By the time the C.O. had arrived on “B” Troop position and visited all guns and Command Post, afterwards proceeding, with the Battery Captain, around the Command Post and “A”troop areas.  A patrol crossed in front of “A” Troop, passing within fifteen yards of Nr. 4 gun. Shots were fired, but the only damage was a punctured tractor tire. A “B” Troop sentry shot a German officer at point-blank range. “A” Troop, with one of their rounds, hit the village church spire when engaging a target at short range, killing twelve enemy who found at the foot of the spire next morning. 

 The guns continued to fire at ranges between 1500 and 2000 yards, with switches, anything up to 150 degrees right and 40 degrees left of zero lines. Mortar shells were consistently falling and landing around the two troops positions. There was also a considerable amount of sniping when torches for laying switched on and when lighting the director for changing of zero line. One gun was sniped every time the detachment took post. All his continued until about 0430 hours, when mortaring seemed to lessen. At this time the Battery Command Post received some light but accurate mortaring. The small arms fire continued unabated as did the firing of the Battery guns. The link lines had been kept through after their initial breaks. Signallers had to be kept out on them constantly throuhout the night. At the time the Regiment was exchanging information about the battle with the Field Regiment and Division, on the Div. forward control net. As soon as down broke, stock was taken of the damage and casualties. The total of five killed and seven wounded, with five vihicles out of action, might have been far worse. Information was now to be trickle in and it appeared that a strong enemy attempt to break through the corridor between east and west Holland had been frustrated. In all during the night, the enemy had lost about one hundred killed and four hundred prisoners, including fifteen captured at first light. By 0800 hours the last mortar-bomb had fallen and the small arms firing had ceased. The tanks and infantery soon did all necessary mopping up and Otterloo was quiet again. Whilst 2/11 Battery was enjoying breakfast, the Divisional Commander visited the troop positions and personally thanked the men for, as he expressed it, “a damned fine show”. 

Despite the undeniable seriousness of the situation, there were nevertheless, several amusing incidents, one of which is well worth recording. At the initial warning to “Stand to” Sig.J.G.Thompson, leapt from his downy couch and being a little pushed, an unusual thing for him, grabbed the first pair of boots to hand, assuming them to be his, crammed his feet into them and went out to do his job, keeping the lines through. This he did together with the rest of the signallers in a manner beyond praise. Unfortunately, the boots he had hastily climbed into were not his, but whatever he had on, he certainly was not wearing his beetle crushers. The Dolcis agent in Maryport has Sig. Thompson’s size down in his books as eights (large) and the Waukezee merchant in Great Yarmouth has Sgt. Gray’s size as six. Mathematicians may argue, but in this case eight into six won’t go, not for long, anyway! So intensely were Sig. Thompson’s puppies paining him that when he arrived in “A” Troop C.P., having traced a break in the line through for exchange, he looked such a picture of abject misery the the G.P.O. immediately jumped to the conclusion that he had been wounded and took a lot of convincing that it was nothing more serious than a lack of ‘Lebensraum’ in the perambulation dept.

  Acties van het 3rd Medium Regiment Royal Canadian Artillery (RCA)

Op 26 januari 1942 werd het 3rd Medium Regiment als onderdeel bij het Canadese leger ingelijfd, dat vond plaats in Petawawa, Ontario. Het Regiment werd gevormd door samenvoeging van het 5de West Coast en het 87ste Coast Battery van de East Coast van Canada. Uitgerust met 5,5 inch medium kanon/houwitser en later met een 4,5 inch kanon die o.a. in Otterlo ook ingezet zijn. Kort na de oprichting werd het 3rd Medium Regiment aan het 1ste Canadese Leger Corps toegevoegd. In juli 1944 werd de eenheid ondergebracht bij het 2de Canadese Leger Corps om vooral dienst te gaan doen bij de Bevrijding van Noordwest-Europa. Aan het einde van de oorlog werd het onder commando van het 1ste Canadese Leger Corps geplaatst in de Legergroep 2 (2nd AGRCA). Op 16 november 1945 werd het 3rd Medium Regiment, RCA ontbonden. Tijdens de gevechten in Otterlo zijn de kanonniers C.Crowther, T.Morrice, H.Tambling, A.F.Tillyer van het 3rd Medium Regiment in de nacht van 16 op 17 april, tijdens een ‘wilde’, ongecoördineerde aanval van de Duitsers, omgekomen terwijl ook Private (soldaat) R.Narey van het Army Catering Corps sneuvelde. Private R.Narey was een leger kok en werd ook ingezet om te vechten toen iedereen die een wapen kon hanteren ingezet werd om te vechten. Voor een aantal mensen zoals koks, chauffeurs, administratief personeel, enz. was dit de enige keer in de gehele oorlog dat ze zich met een wapen moesten verdedigen!  Om aan te geven hoe gemêleerd de samenstelling in het leger op dat moment was een voorbeeld: De Lance Sergeant George Roland Hancox sneuvelde ook, hij behoorde tot het 79th British Royal Engineers Armoured Division. In het totaal zijn er die nacht maar liefst 9 verschillende Regimenten van het Canadese en Britse leger bij de harde gevechten betrokken. In de Roll of Honour kunt u de verschillende Regimenten terugvinden.

      
 Een krijgsgevangen genomen Duitser gaf aan Kaptein A.Heale, Sgt-maj. Flippence en Gun position officer Fleet van de C eenheid de plaats aan waar nog een groep Duitsers in het bos verscholen moest zitten. Met z’n drieën gingen ze per Jeep ernaartoe. Na een duidelijk geroepen “Kommen Sie hier” kwamen de Duitsers tevoorschijn, maar liefst 23 man werden gevangengenomen. Verder stonden er drie 105 mm houwitsers en troffen ze een grote hoeveelheid munitie aan. Eén kanon was uitgeschakeld en twee kanonnen stonden gereed om te vuren. Dit alles vond plaats op de 16 april 1945, een dag waarop ook veel gewonden vielen aan geallieerde zijde. Het was die nacht van 16 op 17 april ook precies het tijdstip waarop de laatste grote aanval van de Russen op Berlijn werd ingezet. Van de B-eenheid werd bijvoorbeeld de keukeneenheid direct getroffen en doodde een granaat de Kok R. Narey. De A-eenheid vuurde op de kerktorenspits van de Hervormde Kerk in Otterlo omdat dit een uitstekend uitkijkpunt van de vijand kon zijn. Zij schoten de spits van de toren aan flarden en de volgende ochtend vonden ze 12 dode Duitsers aan de voet van de kerktoren. De 2/11 Battery leed 12 slachtoffers, 5 doden, namelijk Kanonnier Clarence Crowther, Onderofficier George R. Hancox, Kanonnier Thomas Morrice, Kanonnier Harry Tambling en Kanonnier Arthur F. Tillyer en 7 gewonden. In totaal werden er 75 krijgsgevangenen (=POW=Prisoners Of War) gemaakt onder de Duitse troepen. Captain Ambrose Harry Warde, (zie Foto hierboven) Military Cross and Second Award Bar werd geboren op 23-08-1921 in Burton-on-Trent en volgde zijn opleiding in Bradfield en werd ingenieur op de Birmingham University. In 1941 ging hij in het leger. Hij werd commandant van het 42ste Assault Regiment Royal Engineers. In de nacht van 16 op 17 april 1945 kreeg hij een bericht dat er een sterke Duitse legergroep op het dorp Otterlo afkwam. Hij alarmeerde zijn manschappen en acht minuten later waren 6 AVRE’s onderweg die de vijand compleet verraste. Zonder infanterie steun opende hij met Besa machinegeweren het vuur, waarbij geen POW’s werden gemaakt. In het dorp Otterlo gebruikten zij Petards (“flying dustbins”), mortiergeschut, om door de vijand bezette huizen te bestormen. Zijn tank werd viermaal getroffen en Warde ging in tijgersluipgang naar het HQ van het Irish Regiment RA. Daar maakte hij met officieren van het Irish Reg. een aanvalsplan als tegenstoot. Nu werden de AVRE’s ondersteunt door infanteriesoldaten. De vijand werd compleet gedemoraliseerd door de felle tegenaanval en vluchtte het omringende bosgebied in. Voor deze betoonde moed ontving hij de Second Award Bar bij zijn Military Medal. Hij overleed op 89-jarige leeftijd in 2010 in Surrey,UK.   
Afbeelding: Originele kaart uit Dagboek 3rd Medium Regiment RA over de Battle of Otterloo en strijd op de Veluwe richting toenmalige Zuider Zee (1945). Op 6 april 1945 vertrok het Regiment over de Maas bij Appeltern naar Nijmegen, buigt af naar Nijmegen en via het Reichswald en Kleef de Rijn over naar Emmerich. Dan door het Montferland richting Arnhem en doorstoten naar Terlet. Via de Compagnieberg naar Otterlo, na de Slag om Otterloo verder via Barneveld, Voorthuizen en Putten naar het einddoel Harderwijk en bereiken van de Zuider Zee op 18 april 1945. Vanaf 14 april 1945 bij de start in Arnhem werd deze veldtocht Operation Cleanser genoemd. De order hield in dat het doel, het bereiken van het IJsselmeer op 18 april 1945 bereikt moest zijn, hetgeen gelukt is. De felste strijd werd in De Slag om Otterloo geleverd. Na de 18de april ging de 5th Canadian Armoured Division naar Groningen en daar is met name om de 'pocket van Delfzijl' nog hevige strijd geleverd. 
Foto: Een tank schermt de doorgaande troepen af bij de bossen in de omgeving van Otterlo. Er zijn niet veel foto's van actieve strijdmomenten in de omgeving van Otterlo maar hier is goed te zien dat er volop actie is.
Foto:  Soldaten van het Irish Regiment of Canada bij een Roadblock  (wegversperring) en een antitankwal ten zuiden van Otterlo. De Duitsers hadden twee van deze antitank-wallen in de hoofdingangen naar het dorp Otterlo gebouwd.  
Handgetekende, Originele Kaart van Slag Om Otterloo (16/17 april 1945). 
1 = 'F' eenheid 76th Battery RCA (=Royal Canadian Artillery); 2 = 'D' eenheid 76th Battery RCA; 3 = 'C' eenheid Irish Regiment of Canada (=IRC); 4 = 'D' eenheid IRC; 5 = 'A' eenheid 60th Battery RCA; 6 = 'A' eenheid IRC; 7 = 'B' eenheid 60th Battery RCA; 8 = 3rd Medium Regiment RA; 9 = Head Quarters (=HQ) Irish Regiment of Canada; 10 = HQ of Governor General's Horse Guards (=GGHG); 11 = HQ of 5th Canadian Armoured Division (=CAD); 12 = 'B' eenheid IRC; 13 = 'C' eenheid 37th Battery RCA; 14 = 'E' eenheid 76th Battery RCA.    
Handgetekende, Originele Kaart van Slag om Otterloo (16/17 april 1945).
Rood zijn de aanvalslijnen van de Duitsers vanuit Hoenderloo (Apeldoorn).
1 = Boerderij De Houtkamp, Reg. HQ 17th Field Regiment; 2 = Commandopost 60th Battery; 3 = 'A' eenheid, kanon positie; 4 = 'B' eenheid, kanonpositie 37th Battery; 5 = Commandopost 37th Battery; 6 = 'C' eenheid, kanon positie; 7 = 'D' eenheid, kanon positie 76th Battery; 8 = Commandopost 76th Battery; 9 = 'E' eenheid, kanon positie; 10 = 'F' eenheid, kanon positie; 11 = Commandopost 'F' eenheid; 12 = Wagenpark 76th Battery, bij het kerkhof, Dorpsstraat; 13 = Verkenningsgroep 37th Battery.    

Foto: Luchtfoto van het gebied rondom Otterlo waar de verschillende batterijen opgesteld stonden tijdens de Slag om Otterloo. Op de handgetekende kaarten hierboven zijn de locaties ook aangegeven. Het was een Multi-groep van verschillende onderdelen. De ingetekende afkortingen staan voor: HQGGHG = Head Quarters Governor General's Horse Guards; IRCD = Irish Regiment of Canada 'D' troop; IRCA = Irish Regiment of Canada 'C' troop; HQ5CAD = Head Quarters 5th Canadian Armoured Division; IRHQ = Irish Regiment of Canada Head Quarters; EHBO post = Noodhospitaal (Garage van de Brink aan de Arnhemseweg); HQIRC = Head Quarters Irish Regiment of Canada.
Opvallende acties van individuele militairen tijdens de Slag om Otterloo.

Alexander Murdock Ross (Eerste Luitenant). Lt. Ross was Gun Position Officer van de “F“-eenheid van het 17th Canadian Field Regiment en lag met zijn groep ongeveer 100 meter ten noorden van het dorp Otterlo. Van middernacht van 16 op 17 april 1945 tot ruim zes uur later hebben ze onder vuur gelegen van aanvallende Duitse troepen. Om munitie te sparen gaf Lt. Ross opdracht om pas van heel dichtbij te vuren. De eenheid werd gaandeweg omsingeld en kon pas bij begin van het daglicht worden ontzet. Tijdens de nacht maakte Lt. Ross twee tochten van ongeveer 100 meter door open veld, waarbij machinegeweren van de Duitsers het gehele veld bestreken, naar de dichtstbijzijnde infanterie positie in een poging om een boodschap af te geven aan zijn batterij commandant in het bataljon hoofdkwartier en te vragen om ondersteunend vuur. Voor dit heldhaftig gedrag kreeg hij de Military Cross medaille. Gen-Maj. B.M.Hoffmeister wilde hem feliciteren en vroeg buiten langs de weg of een sergeant-majoor hem binnen wilde ophalen. Lt. Ross kwam echter niet naar buiten en de reden was dat hij onder geen beding de indruk wilde wekken dat officieren elkaar onderling de medailles toe bedeelden. De sergeant-majoor gaf Hoffmeister echter als reden van het niet verschijnen op dat Ross te druk met een taak bezig was om te kunnen weglopen.

Foto: De veteranen Bulloch, Ross, Bannerman en Lockhart (v.l.n.r.) In Otterlo in de jaren tachtig bij een herdenking van de Slag om Otterloo. Korporaal bij de artillerie (=Bombardier) Grenville Earl Smith kreeg een Military Medal voor heldhaftig aanvallen met hoog explosieve munitie die op een zeer korte tijd van twee seconden stond afgesteld in plaats van de voorgeschreven minimale tien seconden waarmee de vijand klem gezet werd.

Foto: Eerste Luitenant James (Jim) Howard Stone kreeg de Military Cross Medaille omdat hij in de nacht van 16 op 17 april 1945 onder zeer moeilijke omstandigheden met draadloze communicatie middelen toch contact wist te onderhouden en daardoor stand kon houden. Zijn commandopost werd tot op 100 meter van dichtbij beschoten en met een paar man bleef hij op zijn post tot ze ontzet werden. Kanonnier Rolland Bouchard kreeg een Military Medal medaille omdat hij een anderhalve ton zware truck door de vijandelijke linies bracht onder zwaar vuur om in het hoofdkwartier persoonlijk de ernst van de situatie uit te leggen. De vaste communicatielijnen waren immers verbroken. Sgt.-majoor Gordon Gustav Gunter werd tot Member in The Order of The British Empire benoemd omdat hij als sergeant-majoor het hoofdkwartier organiseerde door een team van koeriers te vormen die de verbindingen onderhielden en tegelijkertijd organiseerde hij de opvang en bewaking van krijgsgevangenen en zorg voor eigen gewonden. Sergeant Edward Albert Knight kreeg de Distinguished Conduct Medal (DCM) omdat hij, toen zijn machinegeweer weigerde hij de aanvallende Duitser met zijn blote handen uitschakelde. Ook ondersteunde hij met geweervuur op voortreffelijke wijze de tanks in de omgeving. Overste Glen Avon Rankin kreeg de Distinguished Service Order (DSO) voor zijn betoonde moed. 
Foto: Sgt. Humble en Sgt. Pop Barkwell (rechts). Zij hebben zich zeer heldhaftig gedragen gedurende de nacht van 16 op 17 april maar helaas kregen ze geen onderscheiding.
Operatie Cleanser op de Veluwe ( 14 t/m 18 april 1945). 1 = Start in Arnhem (28 gesneuvelde militairen); 2 = Terlet/Deelen (5); 3 = Otterlo (23); 4 = Barneveld/Voorthuizen/De Glind/ Nw.Milligen (27); 5 = Putten (2); 6 = Ermelo (1);  7 = Harderwijk/Nijkerk (1).

Totaal zijn er tijdens Operatie Cleanser 87 geallieerden gesneuveld. 









Tijdens de Operatie Cannonshot en Operatie Anger zijn bij de gevechten in de omgeving van de volgende plaatsen ook nog veel geallieerde militairen omgekomen.
Wilp = 25 gesneuvelden; Westervoort = 3; Apeldoorn (+ Teuge) = 47; Hoven = 2; Heino = 3; Posterenk = 1; Twello = 13; Ede = 14; Lunteren = 2; Hoevelaken = 4; Achterveld/Ham = 3; Renswoude/Scherpenzeel =6; Wageningen = 2; Bennekom = 1.
Totaal tijdens deze twee operaties = 126 gesneuvelden.

Totaal tijdens de  drie operaties: 87 + 126 = 213 gesneuvelde geallieerden!!

De serie foto's hierboven zijn de afbeeldingen van  Eerste Luitenant James (Jim) Howard Stone die een MC kreeg voor zijn heldhaftig gedrag (zie tekst daarboven), daarnaast rechts een Sherman tank vlak bij Otterlo, zie ook de extra bescherming voorop van de reserve rupsbanden, soms lagen daar zandzakken. De foto in de tweede rij links laat uitgelaten burgers van Otterlo zien wanneer ze de eerste bevrijders in hun dorp opmerken! De foto ernaast is een zgn. Flail tank, een extra uitrusting om bijvoorbeeld mijnen te ruimen. Op de derde rij linker foto: Otterlose burgers zitten bij een kapotgeschoten 88mm kanon van de Duitsers, een gevreesd wapen door de geallieerden. Daarnaast een foto van een motor-ordonnans, het geluid van die motoren vergeet niemand meer die dat ooit gehoord heeft. Tot slot onderaan een zogenaamde Churchill 'crocodile' tank met een vlammenwerper gemonteerd op de plaats van een miltrailleur. In de gepantserde trailer zit brandstof voor een bereik van ongeveer 150 meter. De totale bemanning van zo'n tank was vijf man. 
De Slag om Otterloo vanuit Duits standpunt bezien

Nadat de Canadezen op 12 april 1945 bij Westervoort de IJssel waren overgestoken zag het ernaar uit dat er nog een beslissende slag op de dunbevolkte Veluwe zou gaan plaatsvinden. Een confrontatie in de vesting Holland met zijn sterk ondervoede bevolking zou voor veel meer problemen zorgen. De Slag om Otterloo worden samen met die in de 'pocket van Delfzijl' als de laatste grote slagen in de Tweede Wereldoorlog in Nederland gezien.

  Foto: Een veteraan Irish Regiment of Canada staat hier bij de radioapparatuur die in 1945 gebruikt werd! Wat een verschil met de huidige apparatuur.

Die Schlacht von Otterloo vanuit Duits standpunt bezien.

Op 15 april trok de 5de Canadese Armoured (=Pantser) Division de Veluwe binnen en legde een bivak aan in het Nationaal Park De Hoge Veluwe. De geallieerden hielden hun hoofdkwartier in de Hervormde Kerk in Otterlo. Het Irish Regiment was daar nadrukkelijk aanwezig. (Zie kaart Otterlo). Tegen 03.00 uur in de morgen stoof een 800 man sterke Duitse infanterie eenheid het dorp binnen. De Duitsers wilden met deze aanval verhinderen dat ze door de Canadezen ingesloten zouden worden. De radioverbindingen werkten niet waardoor er een chaotische toestand in het dorp ontstond. De kerk en de lagere school waar het hoofdkwartier van de Canadezen zat, werden omsingeld en Duitsers èn Canadezen liepen letterlijk door elkaar heen. De kanonnen van de Canadezen werden uitgeschakeld en toen ging men over op handwapens en zelfs met blote handen werd er gevochten! Tijdens de gevechten vluchtten vier Canadese soldaten het Nationaal Park in en maakten bij toeval contact met de pantserdivisie van de Engelsen.

Bij het aanbreken van de dag (17 april) werden de geallieerde soldaten in het dorp door een eenheid Churchill tanks en twee WASP’s vlammenwerpers bevrijd. Vooral die vlammenwerpers hielden verschrikkelijk huis onder de Duitse militairen. Op grond van de grote verliezen en het enorme overwicht in materiaal capituleerden de Duitsers in de loop van de ochtend. Er waren 300 doden en gewonden aan Duitse kant en bij de Canadezen en Engelsen werden 50 man gedood. Onder de dorpsbewoners waren 4 slachtoffers te betreuren. (We weten nu dat deze getallen, vooral voor de geallieerde slachtoffers niet juist zijn. Er zijn 17 Canadezen, 6 Engelsen en 4 Nederlanders gesneuveld, dus 27 in totaal). De Duitsers wilden hun laatste troepen achter de Grebbelinie in veiligheid brengen en de geallieerden wilden naar het westen doorbreken. Otterlo lag precies op het cruciale kruispunt vandaar dit zware gevecht. De communicatie liet in die dagen zeer te wensen over. Otterlo kwam in een vreemde situatie terecht want eigenlijk waren ze de dag ervoor al bevrijd en nu moesten de troepen die al verder doorgegaan waren richting Voorthuizen en Barneveld weer terug naar Otterlo om hulp te bieden. Het verslag eindigt met de woorden: “Die befreiung von Otterlo wurde teuer bezahlt!”

De Landstorm Nederland Division verloor veel manschappen in de strijd, maar ook het aantal deserteurs was groot. Men wilde uit eigen geledingen zelfs hun officier Resler ombrengen en zich dan aan de geallieerden overgeven. Dit plan lekte uit en de aanstichters werden gearresteerd. Op 9 maart 1945 werden zij terechtgesteld. Vooral het SS-Wachtbataillon “Nordwest” van het 84ste Regiment onder commando van Lippert was een beruchte eenheid. Zij schoten zonder pardon Nederlandse burgers neer die bijvoorbeeld een Sperrgebiet (verboden gebied) betraden. In de dorpen Oosterbeek en Otterlo zaten de laatste sterke opposities van de Landstorm nog eind maart 1945. In de periode vanaf 16 maart tot 28 april 1945 namen de Canadezen alsnog 187 Landstormers gevangen. Zelfs na de officiële wapenstilstand van 6 mei 1945 streden delen van die Landstorm nog door! Dit was bijvoorbeeld het geval in Veenendaal dat gezien moet worden als een soort Duitse enclave in het al bevrijde Nederland.

Op 7 mei bliezen de Nederlandse SS-ers de Vaartbrug in Veenendaal nog op. Laat in de middag van de 9de mei vond er nog een confrontatie plaats tussen een verzetsgroep uit Wageningen, die meenden dat Veenendaal al bevrijd was, en de bezetters. Drie verzetsmensen werden daarbij nog gedood. Ook in Leersum vonden dit soort confrontaties onder andere op 5 mei plaats. Persoonlijk ingrijpen van de toevallig passerende Generaal Blaskowitz voorkwam een groot bloedbad. Toch zijn toen nog zeven mensen van de Binnenlandse Strijdkrachten en een van de Nederlandse SS bij deze onnodige gevechten omgekomen. Brigade-Generaal Crosse van de Britse 49th Infantry Division “Polar Bears” onderhandelde met de Duitse SS-Oberführer Martin M. Kohlroser in Doorn. Crosse stond erop dat de ongeveer 3000 Landstormers al hun wapens, uitrusting en andere militaire goederen voor inspectie afgaven aan de Engelsen. De fanatieke Kohlroser wilde in volle uitrusting afgemarcheerd worden naar het krijgsgevangenenkamp, maar dat stond Crosse onder geen voorwaarde toe. Kohlroser moest zich toen gewonnen geven.

Op 10 mei 1945 werden de Landstormers eerst in de jeugdherberg “De Eikelhof” in Elst (Utrecht) en daarna in Harskamp gevangengezet. Op 16 mei was de ontmanteling voltooid en in totaal 212 officieren en 5744 manschappen werden als POW’s in Harskamp geïnterneerd.  De Nederlandse SS-ers vochten erg fanatiek omdat ze dachten dat wanneer ze gevangen zouden worden genomen en naar Duitsland worden afgevoerd ze op heel weinig sympathie konden rekenen en bijvoorbeeld weleens in de Goelag in Rusland konden eindigen….

       


Foto: Bij aanvang van de Operatie Cleanser steken hier de geallieerde troepen de IJssel over in zogenoemde Buffaloes, amfibie-achtige voertuigen die meteen na het overvaren de oevers op konden rijden. Op de achtergrond de kerktoren van Wilp.

   





Tot slot hebben we drie voorbeelden gekozen uit de vele vliegtuigcrashes die boven Nederland hebben plaatsgevonden en wel de crashes die plaatsvonden op 28 mei 1943 in de bossen vlak bij Otterlo aan de Karweg, om meer precies te zijn dicht bij het Jeneverbessen bos. De twee andere crashes zijn die in het Nationaal Park vlak bij het standbeeld van De Wet en die in de bossen tussen Otterlo en Hoenderloo. Wij hebben voor deze crashes gekozen omdat ze alle drie zo dichtbij op het directe grondgebied van Otterlo plaatsvonden. Een uitstekend overzicht en beschrijving van al deze crashes en nog veel meer kunt u terugvinden in het boek van Evert van de Weerd getiteld: 'Luchtoorlog boven Ede'.  
Vliegtuigcrash Karweg Otterlo met Lancaster Bommenwerper

Inleiding

Omdat het dorp Otterlo, zeker hemelsbreed gemeten, zeer dicht bij het vliegveld Deelen ligt, is het niet verwonderlijk dat er tijdens de tweede wereldoorlog veel luchtactiviteiten hebben plaatsgevonden. Bekend zijn de acties van de Royal Air Force (=RAF) die de beslissende Slag om Engeland heeft gewonnen van de aanvallende Luftwaffe. Maar dat er vanuit Engeland door de United States Army Air Force (=USAAF) ook zeer veel vluchten naar Duitsland werden uitgevoerd is vaak minder bekend. In januari 1943 vond in Casablanca (Marokko) een geallieerde conferentie plaats waarbij besloten werd tot een taakverdeling tussen de RAF en de USAAF. Men wilde Duitsland vanuit de lucht zodanig treffen dat vitale industrieën uitgeschakeld zouden worden door massale luchtaanvallen met bommenwerpers en jagers. De RAF zou dan voornamelijk ’s nachts vliegen en behalve Duitse industrie ook vooral het transportwezen zoals spoorweg emplacementen en verkeersknooppunten trachten uit te schakelen. De USAAF vloog overdag en had tot hoofdtaak de Luftwaffe en vliegtuigindustrie uit te schakelen. Per vlucht of missie werd er rekening gehouden met een percentage verlies, dat was onder gunstige omstandigheden ongeveer 5 %, maar kon ook op lopen tot 20 %. Bekend voorbeeld van een ‘zwarte’ dag is de Amerikaanse aanval op Schweinfurt op 19 oktober 1943 waarbij 60 van de 261 vliegtuigen neergehaald werden door FLAK en Luftwaffe jagers. Om een indruk te krijgen van de omvang van zulk een verlies, de 60 vliegtuigen hebben samen 600 bemanning, dat is gelijk aan een infanteriebataljon. Slechts 1 op 10 man werd als POW (krijgsgevangen) naar Duitsland afgevoerd, de rest is omgekomen in de strijd.

Boven Nederland sneuvelden zo’n 9000 RAF mensen, de USAAF verloor 1500 mensen en ongeveer 1200 man zijn als MIA (= Missed in Action) opgegeven. Voor Ede zijn de cijfers: 78 man zijn gesneuveld en in de directe omgeving zijn ongeveer 40 geallieerde vliegtuigen gecrasht. Ook de Luftwaffe leed vergelijkbare verliezen alleen zijn dat overwegend jagers (‘Fliegerhorst’ op vliegveld Deelen) geweest terwijl het bij de geallieerden vooral bommenwerpers waren. 

Overzichtskaart van belangrijke crashes met geallieerde vliegtuigen boven het grondgebied van Gemeente Ede ziet u hierboven.

Wij hebben ervoor gekozen om drie crashes die in de directe omgeving van Otterlo plaatsvonden verder te onderzoeken en toe te lichten. De vlaggen zijn van de deelnemende naties die samen de geallieerde luchtmacht vormden, dat zijn van links naar rechts: Nederland, Nieuw-Zeeland, Canada, Verenigde Staten, Australië, Polen en Verenigd Koninkrijk. De Gemeentegrens voor Ede wordt door de gestippelde blauwe lijn aangegeven. De rode cirkels met vliegtuigafbeelding erin zijn de crashplaatsen, de blauwe cirkels met ꝉ teken erin geven de plaats aan waar militairen zijn gesneuveld die op de Begraafplaats in Ede begraven liggen.

‘Fliegerhorst’ Deelen.

Een van eerste zaken die de bezetter realiseerde was de uitbouw van het toen nog kleine vliegveldje Deelen tot de zogenaamde ‘Fliegerhorst Deelen’. Dat vond meteen al plaats in de zomer van 1940 dus kort na de inval in Nederland. Het vliegveld mag tot een van de best uitgeruste vliegvelden van de bezetters worden gerekend, zelfs in heel bezet Europa zijn er nauwelijks vliegvelden geweest die beter toegerust waren. Vanaf het spoorwegstation in Wolfheze kwam er een jaar later een zijlijn naar het vliegveld in Deelen om bommen, munitie, brandstof voor de vliegtuigen aan te voeren, in de volksmond het ‘Bommenlijntje’ genoemd. Als tegenhanger voor de nachtaanvallen door de RAF werd door de Luftwaffe een zogenaamd ‘Nachtjagd’ verdedigingssysteem opgericht. In september 1943 werd aan de Koningsweg een grote bunker gebouwd, codenaam Diogenes. Hier werd het gevechtsleidingcentrum van de 1st Jagddivision gehuisvest. Wat in die dagen lang niet algemeen bekend was is het feit dat deze bunker letterlijk een zeer belangrijk verbindingscentrum was. Het centrum coördineerde verbindingen met veel andere vliegvelden, radarposten, vuurleidingscentra van FLAK (= afweerkanonnen tegen vliegtuig aanvallen), radiopeilstations, vluchtbewegingen van eigen en geallieerde vliegtuigen. Er was een directe verbinding met het Luftwaffe Kommando Reich in Berlijn. De vliegtuigen van Duitse kant waren voornamelijk nachtjagers, namelijk tweemotorige Messerschmitt 110 en Junkers 88. Peilstations stonden o.a. bij Terlet (Teerose I) en bij de Posbank (Teerose II). Wanneer een vliegtuig neergeschoten werd boven Duitsland of bezet gebied en de bemanning was per parachute geland, dan werden ze vaak gevangengenomen en voor een ondervraging naar een Durchgangslager (=Dulag-Luft) gebracht dat lag in Oberursel (bij Frankfurt). Daarna werd men naar een zogenaamd Stammlager (Stalag-Luft) gebracht. De bekendste zijn Stalag-Luft I (Barth), Stalag-Luft VI te Heydekrug en Stalag-Luft VIII te Bankau.

1. Vliegtuigcrash Lancaster Bommenwerper bij Otterlo (28 mei 1943).

Op 28 mei 1943 is een viermotorige Lancaster bommenwerper bij de Karweg gecrasht. Deze Lancaster W4943 bommenwerper van het 156 Pathfinder Squadron Bomber Command RAF vloog een missie op weg naar Essen (Duitsland) en was gestart vanaf het vliegveld Warboys in Huntingdonshire (UK). In groepen van 50 vliegtuigen vlogen ze met een totale vloot van 518 vliegtuigen Nederland binnen bij de kust voor Egmond aan Zee. 19 bommenwerpers werden neergeschoten door nachtjagers en 4 werden neergehaald door luchtdoelgeschut (=FLAK=FliegerAbwehrKanone). De 15de keer (!!) dat dit vliegtuig op een missie onderweg was werd haar fataal. Al kort na het binnenvliegen van Nederland kreeg piloot Wallace problemen met de binnenste stuurboordmotor. Het toestel werd van 7 teruggebracht naar 6 km vlieghoogte. Duitse FLAK raakte even later het vliegtuig en er braken verschillende branden uit. De branden werden geblust maar de poging om de zware ‘cookie’, een bom van 2 ton te lossen mislukte. Kort hierna werd de Lancaster weer geraakt en nu waren de gevolgen ernstiger. Het elektrische systeem viel uit en de vleugel stond in brand ten gevolge van een salvo van een nachtjager gevlogen door Major W. Streib, Gruppenkommandeur met een JU-88 nachtjager. Zelfs het tijdstip van het neerhalen van de Lancaster is bekend, dat was om 01.15 uur.  Piloot Wallace gaf bevel aan de bemanning om het vliegtuig te verlaten. Jackson, Twinn en Harvey verlieten het toestel via het luik in de neus en Moore liep naar achteren om de mitrailleurs schutters Lister en Ross te waarschuwen. Ross zijn parachute opende zich niet en hij viel te pletter bij Lunteren. Moore kon Lister niet bereiken maar zag wel dat hij over zijn mitrailleurs gebogen hing. Via het achterste ontsnappingsluik verliet Moore het toestel. Om 01.20 uur is het vliegtuig bij de Karweg neergestort en een enorme explosie vond er plaats door ontploffende bommen waaronder de ‘cookie’.
Foto: Bemanningsleden Lancaster W4943 op weg naar Essen (28 mei 1943).
Van Links naar Rechts:
Sgt. R.J. Twinn, bommenrichter. Sgt. H.A.’Buster’ Lister, staartkoepel kanonnier, 26 jaar. Sgt. T.H. Harvey, navigator. F/Sgt. David L. Wallace, piloot, 23 jaar. Sgt. W.H. Moore, radiotelegrafist. Niet op deze foto staan: Sgt. R.J. ‘Jacko’ Jackson, boordwerktuigkundige en F/Sgt. David Ross, midden vliegtuig kanonnier, 23 jaar. Lister, Wallace en Ross zijn gesneuveld in Otterlo en liggen op de Begraafplaats in Ede begraven.
Foto: Bommenwerper Type Lancaster met Neus-, Midden vliegtuig- en Staart mitrailleurs afgebeeld.     
Foto: Restanten van de Lancaster Bommenwerper die gecrasht is bij de Karweg zijn door mij gevonden in de bossen waardoor de werkelijke plaats van neerstorten exact bekend is geworden.
Linker foto: Sgt.W.H. Moore, Radiotelegrafist, op een foto in 1985, is na de crash bji de Karweg via Deelen naar Otterlo gelopen en in het Cafe De Waldhoorn terecht gekomen en hij is daar door dokter Beumer behandeld voor zijn verwondingen. De Duitsers hebben hem opgehaald en 'abtransportiert'. Op de rechter foto zien we, ook in 1985 genomen, Sgt. R.J.Twinn. Hij koos na de oorlog een carrière als dominee in Canada. Hij was bommenrichter in de Lancaster bommenwerper. 
Foto: Dorpsarts Antoon F.J. Beumer (06-09-1888 – 19-02-1961) (Foto R. van Amerongen) hier afgebeeld op zijn afscheidsreceptie in Otterlo. Hij heeft met zijn veelzijdige praktijk ervaring veel bijgedragen aan het verzorgen van gewonde geallieerden, zoals o.a. Sgt. W.H.Moore, maar hij hielp ook Duitse gewonde militairen. 

2. Vliegtuigcrash met Mustang P51 D bij Kröller-Müller Museum in Otterlo
(23-09-1944).

Foto: Lt. Norman Frank BETTIN. Hij werd geboren in 1920 als zoon van William en Anita Bettin in Montello, Wiscosin, USA. Volgde de High school en werd daar boer. Op 12 mei 1942 ging hij als dienstplichtige in dienst in Milwaukee, Winconsin. Hij werd gevechtspiloot bij het American Army Air Corps en vloog met P38 en P51 vliegtuigen vanuit Honington Air Base (vanuit Suffolk zuidoost Engeland). Als piloot vloog hij bij het 383rd Fighter Squadron, 364th Fighter Group van het 8th USAAF. Met zijn Mustang P51 D vloog hij als begeleider van de B17 bommenwerpers die aanvallen op vooral het Ruhrgebied uitvoerden, maar hij vloog ook als piloot in de Mustang als aanval Jager-bommenwerper. Op 23 september 1944 stortte zijn Mustang neer in de bossen bij het Kröller-Müller Museum in Otterlo. Hij was bezig met een foto missie boven Deelen en werd op 100 meter hoogte door de FLAK-opstelling daar neergeschoten. Het toestel ontplofte toen het op de grond kwam. Boswerkers vonden daar op 7 oktober 1944 zijn lichaam en restanten van zijn vliegtuig. Hij werd eerst in Otterlo begraven maar is bij een herbegrafenis op de Amerikaanse Begraafplaats in Margraten definitief ter aarde besteld (Plot C-19-30). Foto: Mustangs P51 startklaar op de basis in Honington. Deze vliegtuigen werden alleen door de piloot bemand.
Foto: Graf van Lt.Norman Frank Bettin op de Amerikaanse Begraafplaats in Margraten, Nederland (Plot C-19-30) en  Onderscheidingen voor Lt. Norman Frank Bettin zijn o.a. Van Links naar Rechts op Foto:  Distinguished Flying Cross (= DFC); Air Medal with 3 Oak Leaf Clusters en World War II Victory Medal.  
3. Vliegtuigcrash met Short Sterling Mk III BK 656 LS-A bij Monument van
Christiaan de Wet, Otterlo Nationaal Park De Hoge Veluwe op 23 juni 1943.

Er waren zeven bemanningsleden aan boord. Geen van hen overleefde de crash.

Foto 1: F/O, Piloot John Vincent HAWKINS werd geboren op 24 maart 1915 in Auckland New Zealand. Technische opleiding. Na eerste training werd hij op 22 december 1941 geplaatst bij Service Flying School en kreeg zijn opleiding bij de Tiger Moth Havilland vliegtuigen. Vanaf oktober 1942 was hij werkzaam in Engeland. Hij voerde zeven operationele missies in 424 vlieguren vanuit Middenhall in Suffolk met de Short Stirling korte afstand bommenwerpers met het 15de Squadron. Hij diende bij de RNZAF, de Nieuw Zeelandse luchtmacht.  

Foto 2: Flt  Sgt, Navigator Dalton Joseph TICKLE, 24 jaar, ook hij diende bij de RNZAF en was een zoon van Robert en Hemeretta Tickle uit Auckland City, New Zealand. Hij voltooide zes operaties uit met in totaal 307 vlieguren.







Foto 3: F/O, Air Bomber Lloyd John GWYNNE, 30 jaar. Eveneens bij de RNZAF, zoon van Charles James en Louise Mary Gwynne uit Wellington, New Zealand en getrouwd met Dorothy Gwynne. Hij voltooide 5 operaties en had 235 vlieguren. 
Foto 4: F/Sgt, Sergeant Airgunner Alexander Walter CROZIER , geboren op 8 februari 1918 vloog ook voor de RNZAF, was zoon van Alexander en Annie Crozier uit Woodville, Hawke’s Bay, New Zealand. Hij had ook aan vijf operaties deelgenomen en 204 vlieguren gemaakt.
Foto 5: Sgt, Airgunner George Cairns HUTTON, werd op 1 augustus 1908 geboren in Fife, Scotland en vloog voor de RAFVR en was de jongste zoon van Philip en Jessie Hutton. Hij was een goede golfspeler en deze foto laat hem als speler zien op de Roll of Honour in Jordanhill College School, bij Glasgow.  
Foto 6: Sgt., Flight Engineer Francis Henry WILLIAMS. Geboren in 1921 als zoon van Francis Edmund en en Mrs. Williams uit Malvern, Worcestershire, England. Hij vloog voor de RAFVR. Zijn naam staat op de muurplaquette in Malvern rechts, drie van onderen.
 7. Sgt., Airgunner Morven WEBSTER. Ook hij vloog voor de RAFVR. Van hem zijn geen foto(s) beschikbaar.

De bemanning van de Stirling III BK6565 LS-A vertrok om 23.38 uur op 22 juni 1943 vanuit Middenhall met een missie op Mülheim in Duitsland. Nadat hun vliegtuig werd neergeschoten door de nachtjager van Hauptmann Wilhelm Dormann (vliegveld Deelen) crashte het om 02.07 uur vlak bij het Monument Christiaan de Wet bij Otterlo. Alle vier Nieuw-Zeelanders en drie Britten werden op slag gedood. Een ooggetuige meldde op 27 juni 1943 dat hij alle lijken zwaar verminkt heeft gezien en het wrak ook nog strooibiljetten en fosforbommen aan boord had. Men had dus niet de gehele bommenlast boven Mülheim uitgegooid. 







Foto: Graf voor Onbekende Soldaat, wij herdenken hiermee de militairen die gesneuveld zijn en waarvan we de naam of plaats waar ze omkwamen vaak niet weten.  
Commentaar op dit verslag: Vanuit historisch standpunt bezien is het altijd juist om de materie waar het om gaat van verschillende kanten te bekijken, in dit geval door het geallieerde, dat wil zeggen hoofdzakelijk Canadese standpunt en dat van de Duitsers. Opvallende punten zijn: in het Duitse verslag wordt met geen woord gerept over de fanatieke SS-officier die de honderden zeer jonge en onervaren Hitler Jugend soldaten rechtstreeks de dood injoeg en ze voorhield dat de Canadezen barbaren waren die geen krijgsgevangenen maakten maar iedereen die gevangen genomen werd meteen zouden liquideren. Verder worden in alle verslagen steeds verschillende aantallen genoemd van gesneuvelde en gevangengenomen militairen. Door de zeer chaotische situatie in de nacht van 16 op 17 april 1945 is het heel moeilijk om precies te achterhalen om welke getallen het exact gaat. Triest is het om te bedenken dat men niet eens weet hoeveel Duitsers er nu eigenlijk gesneuveld zijn, een leven verloren en men mist je niet eens……..Voor wie heb je het kostbaarste dat een mens kan bieden dan eigenlijk gegeven? De keuze om drie vliegtuigcrashes te bespreken is ingegeven door het feit dat deze drie fatale ongelukken zich heel dicht bij het dorp Otterlo hebben afgespeeld. Oudere Otterloërs, zoals Jas Beumer, hebben mij de plaatsen exact aangewezen en daar vond ik bijvoorbeeld de brokstukken die in de foto weergegeven zijn.
Foto: Korporaal P.R.Owston fouilleert een Hollandse SS-er die in burgerkleding wilde ontsnappen, de held!!

Foto links boven: Op 17 april 1945 werd deze foto van een ontredderde Duitse soldaat genomen op de hei voor Pension De Wever (nu Carnegie Cottage) aan de Weversteeg in Otterlo. De verslagenheid is van zijn gezicht af te lezen. Op de foto rechts boven ziet u Lt. L.J.Pronger de zojuist gevangen genomen Duitse soldaten ondervragen, direct na de Slag om Otterloo op de hei voor De Wever. Foto links onder toont de overblijfselen van een dood paard en een Duitse munitiewagen in de bossen vlakbij Otterlo. De foto rechts onder laat twee Duitse officieren zien die eveneens een verslagen indruk maken als krijgsgevangenen, zittend in de hei en wachtend op de dingen die gaan komen.
Radio journalisten Charles Lynch en Matthew Halton rapporteren vanuit Otterlo direct na de Slag op 17 april 1945.

Editior's Note: The narrative on this page was transcribed from a radio broadcast located at the URL below as verified on 2012 12 05. Charles Lynch was one of two journalists present fot the Battle of Otterloo and was emplyed by Reuters at the time. He is introduced by Matthew Hlaton of the Canadian Broadcasting Corporation. This news item was broadcast on 1945 04 17.

This is Matthew Halton (foto left at work) of the CBC speaking from Holland.  Victories in the air, but in the meantime there are still some ferocious battles.  Last night, for example, a thousand Germans had been cut off by the Canadians in a desperate effort to get back into western Holland.  They overran a Canadian headquarters and all through the long night there was a bloody battle. Here is Charlie Lynch to tell the story.  Charlie Lynch is a young Canadian, a war correspondent for Reuters, who has made a world reputation for himself since D-day in Normandy.

Charlie Lynch. The German dead were strewn about the tiny Dutch village of Otterloo today after one of the most savage little battles of this campaign.  This was a battle between Germans and Canadians, 1000 men on each side.  This morning 400 German dead lay on the roads and in the ditches and in the field.  Two hundred fifty Germans had been taken prisoner. Down a road leading into Otterloo from the north came a column of men.  A Canadian artillery sergeant challenged them when they came abreast of the gun lines.  The reply was a vicious burst of Spandau fire.  The battle of Otterloo was on. Ten seconds after the Canadian sergeant's challenge, there was bedlam.  Gunners jumped to their field pieces and fired them over open sights at the oncoming Germans.  When the enemy overran the guns, the gunners dug themselves in and went on fighting from their slit trenches with sten guns, rifles, and pistols.  Not a single gunner surrendered and not a single gun was captured but the Germans surged past the gun area and into Otterloo. If the Germans could have penetrated this headquarters area, they might have been able to dash right across the corridor.  They did not get through.  A Canadian colonel firing from beneath his caravan killed two.  His batman killed three.  Nearly everybody in the headquarters has at least one notch to carve on his gun.  Some have as many as ten. At the height of the battle, four WASP flamethrowers trundled into the battle-torn village of Otterloo.  They wheeled up to the road along which more Germans were pouring to join the break-through attempt.  Great tongues of flame spurted out.  Terrible screams came from those who did not die instantly.  In front of one flame thrower this morning, I saw 105 German dead, all terribly burned.  The flame throwers turned the tide. With 400 Germans dead and 250 taken prisoner, the enemy attack broke and tonight remnants of the German force are being rounded up in the woodlands around Otterloo. 

At 8:30 AM the fighting was over.  German prisoners started the tremendous task of burying their dead. Men like Lance-bombardier Tom Mauer of Hazel Dell, Saskatchewan; Gunner Larry Agnew of River Hebert, Nova Scotia; and Bombardier John A. MacLean of Montreal laid down their smoking guns and congratulated one another.  Man for man these gunners and headquarter's soldiers had outfought the Germans.  They killed more of the enemy than I have ever seen in such a small area. Their own casualties were not heavy.  Tonight there are 400 fresh graves at Otterloo.  The Canadians are ready to increase that number if the Germans want to try it again. [ Matthew Halton ] You've been listening to Charlie Lynch of Reuters describing what happened to a thousand Germans when they tried to overrun a Canadian headquarters.  This is Matthew Halton of the CBC speaking from Holland.
De originele geluidsband van Matthew Halton en Charly Lynch is te beluisteren via: http://www.cbc.ca/player/play/1726531870/  (Original tape Lynch/Halton)  
Duitse aanval op Otterlo (16-17 april 1945).

Het Duitse leger had in Nederland het 25ste Armee Korps LXXXVIII gelegerd dat was in Noordwest Europa de grootste legereenheid in de eindfase van de Tweede Wereldoorlog. Een belangrijk onderdeel vormde het 953ste  Grenadier Regiment die oorspronkelijk in Denemarken vanaf 23 november 1943 als onderdeel van de 361 Infanterie Division opereerde. Het Regiment werd in juli 1944 bij Brody totaal verslagen en in augustus 1944 opgeheven. Op  21 september 1944 werd in het militaire trainingscentrum in Wahn (Duitsland) uit het Grenadier Regiment 1167 de nieuwe 361ste  Volks Grenadier Division opgericht en dit Regiment werd in februari 1945 in de Saarpfalz (Duitsland) ontbonden en weer opnieuw opgericht in maart 1945. Ongeveer 1000 manschappen van de 953ste Volks Grenadier Division ontsnapten, na de mislukte poging om door de linie in Otterlo westwaarts door te breken naar de Grebbelinie, richting Harderwijk. Op 18 april 1945 ’s morgens om 08.00 uur vertrok een kleine vloot van marine schepen uit de haven van Harderwijk net voordat de Strathcona’s daar aankwamen. Harderwijk was het voorlopige eindpunt voor de 5th Canadian Armoured Division van General-Major B. Hoffmeister.

De divisie vertrok van hieruit meteen naar Delfzijl en omgeving waar nog hevige schermutselingen op Nederlands grondgebied plaatsvonden. De 361ste Volks Grenadier Division bestond uit 4 onderbemande bataljons.  Verder namen aan de tocht vanuit Apeldoorn richting Otterlo deel de 953ste Volks Grenadier Division, het 858ste  Grenadier Regiment en een allegaartje van artillerie soldaten die nu ineens als infanterie manschappen moesten vechten! Het 858ste  Grenadier Regiment leverde de best getrainde soldaten, zij waren bijvoorbeeld al vanaf D-Day (6 juni 1944) overal ingezet en hadden veel gevechtservaring. Ongeveer 400 man ontsnapten vlak voor de aanval in Otterlo richting Harskamp. De rest, naar schatting tussen 600 en 800 man viel Otterlo vanaf 24.00 uur ’s nachts onverwacht aan. Om middernacht viel een groep van 25  veelal nog zeer jonge soldaten onder aanvoering van een zeer fanatieke SS officier Otterlo vanuit het oosten aan. De locatie is nog min of meer hetzelfde als toen in 1945. De Duitsers kwamen vanaf de (huidige) Hoenderloseweg via het braakliggende bouwland vóór de (huidige) Pothovenlaan richting Hervormde Kerk, het centrum van het dorp. In de lagere school en kerkgebouw zaten de hoofdkwartieren van de Canadezen. Die kregen het plotseling zwaar te verduren en letterlijk iedereen die maar een (hand)wapen kon hanteren moest aan de bak. Daarom is onder geallieerde slachtoffers bijvoorbeeld ook een leger kok ( Gunner Roger Narey) te betreuren.

In de vroege morgen van de 17de april 1945 was de situatie aanvankelijk nog erg chaotisch. Pas door een toevallige samenloop van omstandigheden kregen, met onverwachte steun van de Britten, de Canadezen hulp en vooral door de inzet van vlammenwerpers, vooral langs de Hoenderloseweg, was het pleit snel beslecht. De Duitse soldaten zaten in eenmansputjes en hadden geen schijn van kans tegen de overmacht van het Canadees-Britse leger. In Duitse verslagen worden de verliezen aan Duitse kant geraamd op 300 doden en gewonden. Dit getal varieert nogal in de verschillende rapporten en dat komt vooral omdat de totale aanval zeer overhaast en chaotisch werd uitgevoerd. Het was een bijeengeraapte groep soldaten van verschillende Regimenten en andere legeronderdelen waarover, zelfs voor Duitse begrippen, nauwelijks goed bijgehouden materiaal te vinden is.  

In het overzicht “Deutsche Militärische Verluste im zweiten Weltkrieg”, geschreven door Rüdiger Overmans, heeft hij als leidraad gekozen voor twee samples uit de zgn. “Totenkartei” en de “Allgemeine Kartei” van de Deutsche Dienststelle archieven in Berlijn. Mannen die in Duitse militaire dienst kwamen, dat is inclusief Waffen-SS en Volkssturm, werden in de Tweede Wereldoorlog (WWII) in een omvangrijk kaartsysteem vastgelegd. Overmans probeerde op die manier een antwoord te krijgen op de vraag: Hoeveel Duitse mannen, die in militaire dienst zijn geweest, zijn er in WWII gesneuveld? Men zou verwachten dat met het bekende Duitse ‘gründlich-pünktlich’ gezegde in gedachten, uit deze archieven gemakkelijk een antwoord op deze vraag te vinden zou zijn, maar niets bleek minder waar. Overmans claimt dat er 5.3 miljoen Duitse militairen hun leven in de WWII hebben verloren. Dat getal is aanmerkelijk hoger dan schattingen uit rapporten tot nu toe vermelden. Hij zegt dat dit komt omdat de verliezen voor 1945 te laag geschat zijn en dat de verliezen in 1945 veel hoger zijn geweest. In de “Totenkartei” staan diegene vermeld die verklaard overleden zijn, namelijk 3.1 miljoen namen. Dit wordt algemeen aangenomen als een betrouwbare bron. Overmans gaat ervan uit dat de medewerkers van de Dienststelle archieven in Berlijn de “Totenkartei” en de “Allgemeine Kartei” kaartenbakken met elkaar vergeleken hebben om de ‘dubbelle’ kaarten eruit te zeven. In de “Allgemeine Kartei” kaartenbakken staan de gegevens van alle in militaire dienst opgeroepen militairen. In de “Allgemeine Kartei“ kaartenbakken zitten de namen van 15.2 miljoen mannen. Hij nam toen twee samples van totaal 4.151 gevallen uit de twee kaartenbakken samen en kwam met statistische berekeningen tot de conclusie dat er dan totaal 5.3 miljoen mannen zijn omgekomen. Maar hij heeft bijvoorbeeld aangegeven dat soldaten die de kaartenbakken omzeild hebben maar een kleine minderheid moet zijn geweest. Dat gold dus voor soldaten met een slecht geweten over de oorlogsmisdaden die ze hadden gepleegd en dus onzichtbaar werden, krijgsgevangenen (=Prisoners Of War= POW’s) die naar het buitenland waren afgevoerd, zoals o.a. Canada en de Verenigde Staten, en daar een nieuw leven onder andere identiteit waren begonnen, mannen die niet terugkeerden omdat hun familie was omgekomen, hun vrouw hertrouwd was, krijgsgevangenen in de Goelag van Rusland.

In individuele gevallen klinkt die aanname als juist maar alles tezamen in het een aanzienlijk getal dat aangeeft dat mogelijk Overmans zijn grafieken de bovengrens van de verliezen aangeeft en niet het gemiddelde. Een belangrijk verschil in de uitkomsten kan ook zijn gevormd door het feit dat het veel uitmaakte waar de soldaat verdween. Was dit in de ‘Ehemalige Ostgebiete’ dat zijn de oostelijke delen van Duitsland zoals de provincies Oost-Pruissen, Silezië en Pommeren, in Österreich of in de Bundesrepublik?

Na de oorlog was een groot deel van de bevolking uit de oostelijke provincies naar het westen van Duitsland gevlucht en dat maakte identificatie een stuk moeilijker zo niet onmogelijk. Wat kon er bijvoorbeeld direct na de winter in begin 1945 gebeurd zijn wanneer een soldaat bijvoorbeeld geen brief meer naar huis schreef? De communicatie werd snel slechter door de oprukkende Russische en geallieerde legers in Duitsland. In de eerste plaats natuurlijk bestaat de mogelijkheid dat hij bij gevechtshandelingen is gesneuveld. Hij kon ook gevangen genomen zijn door het Rode Leger, niet goed geregistreerd zijn door de Russen en gestorven zijn in gevangenschap. Maar ook kon hij zijn gevechtseenheid hebben verlaten (desertie) om zijn hachje te redden en ging hij op zoek naar familieleden. Maar vooral in Duitsland werden honderdduizenden soldaten met name door de Russen gevangen genomen en als oorlogsmisdadigers behandeld en naar de Goelag kampen gestuurd, waar velen in de maanden direct na het beëindigen van de oorlog alsnog zijn omgekomen. We proberen hier een zo betrouwbaar mogelijk beeld van de werkelijke aantallen slachtoffers weer te geven en dan zijn bovengenoemde redenen van ‘verdwijnen’ uit de registraties van militairen zeker punten die in acht moeten worden genomen.

Waarom gaan we dieper op de problematiek van het vinden van de juiste aantallen gesneuvelden in? Het is en blijft toch immens tragisch dat een jong leven wordt afgekapt door oorlogshandelingen en we doen die tragedie af met een ruwe schatting. Ook heel veel gewone dienstplichtige Wehrmachtsoldaten hadden helemaal geen heldhaftige dadendrang om zich op het slachtveld te bewijzen voor een krankzinnige Führer. Niet alleen de geallieerden overwinnaars mogen genoemd worden maar enig respect voor deze gewone jongens die gesneuveld zijn in de kracht van hun leven lijkt ons op zijn plaats.

Hoe zorgvuldig Overmans zijn data ook bewerkt heeft, er valt wel een en ander op te merken over die werkwijze. Bijvoorbeeld het feit dat hij twee samples uit de kaartenbakken heeft genomen die erg verschillend van grootte zijn. Als de verdeling van de sets, relatief tot de variabelen die worden onderzocht, gelijk zijn, dan is er niets aan de hand. Maar vooral de verdeling over de tijd is in de twee sets niet identiek! We spreken dan over minstens honderd of misschien wel tweehonderd duizend doden verschil. De Deutsche Dienststelle is de opvolger van de “Wehrmacht Auskunftstelle”. Het aantal vermiste soldaten en onverklaarde gevallen nam toe naarmate de oorlog vorderde. Tot 1943 vormde het aantal vermisten en onverklaarde gevallen maar een fractie van het totaal gesneuvelden. In 1944 waren de aantallen geregistreerde doden maar iets hoger. In 1945 echter waren de aantallen vermisten en onverklaarde gevallen hoger dan het aantal gekende doden! Dan kan het totaal over de gehele oorlog misschien wel correct zijn maar gekoppeld aan een oorlogsjaar, dan moeten we oppassen met het toekennen van de juiste waarde aan het getal. Voor de begin- en middenperiode van de oorlog zijn de getallen die Overmans geeft mogelijk te hoog.

Wie rapporteerden de verliezen correct? Was dat op divisie niveau, of op korps- of legergroep niveau? Overmans gebruikt de gegevens die de hogere legerleiding verzameld heeft. Zijn die gegevens betrouwbaarder dan de gegevens die direct aan het front werden verzameld? Daarover bestaat gerede twijfel. Overmans keek alleen naar de overleden aantallen soldaten, maar is het niet veel beter om naar het onderscheid te kijken tussen ‘gesneuveld’ (KIA = Killed In Action), ‘gewonden’ en ‘vermisten’? Vermiste soldaten zijn niet altijd ook omgekomen soldaten, zij zijn, vooral in de oostelijke provincies van Duitsland, veelal gevangen genomen door de Russen en afgevoerd. Het aandeel soldaten dat overleed vóór dat ze medische hulp kregen kon sterk variëren. Redenen hiervoor zijn: de aard van de strijd, hoe efficiënt werkt de evacuatie en wat zijn de mogelijkheden van de medische staf. Maar ook het feit dat er soms ter plaatse besloten moest worden opereren of niet deed het aantal erg variëren. Andere doodsoorzaken zijn bijvoorbeeld ongelukken binnen de leger eenheid, ziekten, veroordeling tot vuurpeloton, enz. Samengevat op dit punt er zijn veel meer redenen om aan te nemen dat het aantal soldaten dat hun leven liet groter is dan alleen het aantal dat al gesneuveld staat genoteerd. Het was natuurlijk lastig om van afgevoerde gewonden bij te houden of zij in de dagen na het oplopen van de verwondingen nog in leven bleven. In een rapport van de legerarts van het OKH (=Oberkommando des Heeres) staat een Tabel A, gedateerd 6 maart 1944, die de situatie tot 20 februari 1944 weergeeft.

Tabel A

Situatie per 20-02-1944
Aantal Duitse militairen Killed in Action (=KIA) 795.698
Overleden aan ziekten, ongelukken,enz. 32.724
Vermisten 588.860
Gewonden overleden in hospitalen 295.709
Gewonden overleden door ziekten, ongelukken, enz. 99.363
Totaal: 1.812.354
Totaal (zonder vermisten): 1.223.494

Uit bovenstaande cijfers kan men opmaken dat 35 % van de soldaten van het totaal (minus de vermisten) op een andere manier zijn omgekomen dan KIA (= Killed In Action). Dit kan vergeleken worden met de situatie aan het Oostfront tot 31 augustus 1943. Overmans vraag: “Hoeveel Duitse soldaten zijn er omgekomen?” kan niet alleen met een ontworpen protocol voor slachtoffers rapportage beantwoord worden. Het systeem van slachtoffers rapportage verschilde nauwelijks van dat van de geallieerden, het was in het leven geroepen om de beleidsmakers een indruk te geven over de mogelijkheden die voor de strijd nog overbleven en om manschappen sterkten te kunnen bepalen. Of een soldaat gedood werd of gewond was geraakt of werd vermist was voor dit systeem niet relevant. Dood of vermist in beide gevallen was zijn plaats opengevallen. Bij gewond lag het anders. Dan kan hij: 1. Alsnog bezwijken aan zijn verwondingen, 2. Hij wordt invalide of uit dienst ontslagen, 3. Hij kan herstellen maar niet voldoende om weer dienst te gaan doen, 4. Hij herstelt voldoende en gaat terug naar het front, 5. Hij herstelt volledig.
  Samengevat kunnen we mogelijk stellen dat de door Overmans gepresenteerde getallen over de verliezen aan Duitse kant tot december 1944 goed lijken te kloppen maar dat de gebeurtenissen in 1945 met haastig samengestelde onderdelen van rekruten die net van de opleidingsscholen afkwamen een vertekend beeld hebben gegeven van de aantallen gesneuvelden in een totaal overzicht. Statistisch gezien valt er zeker over de gebruikte samples best een kritische noot te kraken iets wat in bovenstaand betoog geprobeerd is uit te leggen. Wij hebben toch gemeend om de aanpak van Overmans te bespreken omdat het een van de weinige, uitvoerige bronnen is die over de basisvraag “Hoeveel Duitse soldaten zijn er omgekomen in WWII?” een gefundeerd antwoord heeft trachten te geven.
Bron: Rüdiger Overmans, Deutsche Militärische Verluste im Zweiten Weltkrieg, 1999, Uitg. R.Oldenbourg Verlag, München.

Totaalaantal verliezen aan Canadese militairen in Tweede Wereldoorlog.

Totaal aantal Canadese militairen die gesneuveld zijn: 42.000 militairen.
Onderverdeeld in drie groepen, namelijk 2000 Marine mensen; 17000 Luchtmacht mensen en 23000 Leger mensen. In dit totaal zitten
8 vrouwen die als militair zijn omgekomen. Op zee kwamen verder nog 1600 man van de Koopvaardij om. Na 16 mei 1945 zijn mensen van de Landstorm Divisie (vooral Nederlandse SS-ers) volledig ontwapend en 272 officieren en 5744 manschappen opgesloten in Harskamp. Tussen 16 maart en 28 april 1945 werden bij de Landstorm Nederland Divisie (SS-ers) 187 POW’s gemaakt (zie foto’s hieronder). In de Vliegende Hollander van vrijdag 20 april 1945 (Hitler’s verjaardag!) zien de afvoer van Duitse krijgsgevangenen naar de legerplaats De Harskamp. De foto links is genomen op het kruispunt Otterloseweg – Rijksweg in Ede. De foto op de rechter pagina laat de krijgsgevangenen achter prikkeldraad zien in het legerkamp in Harskamp.

Totaalaantal verliezen aan Canadese Militairen in de Tweede Wereldoorlog in Nederland.

Totaalaantal militairen die in Nederland gesneuveld zijn: 5706 (=13,6 %) militairen. Zij liggen in 3 grote Commenwealth War Cemeteries in Nederland begraven. Dat zijn: 1. Groesbeek: hier liggen 2331 Canadezen, 2. Holten: hier liggen 1355 Canadezen en 3. Bergen op Zoom: hier liggen 968 Canadezen. Totaal: 4654 Canadezen.

Op 4 andere, kleinere Commenwealth Cemeteries liggen de overige 1052 Canadezen begraven. In Groesbeek staat het Groesbeek Memorial Gedenkteken centraal op de Begraafplaats. Dit is een herinnering aan de 1047 vermiste geallieerde militairen, waaronder 943
Britten en 102 Canadezen.   


Duitse Militairen die gesneuveld zijn in de Slag om Otterlo.
Hoeveel Duitse soldaten zijn er eigenlijk gesneuveld in de Slag om Otterlo? Hierover bestaat veel onduidelijkheid zoals in de Tabel hierboven te zien is. Wij hebben de verschillende aantallen uit de beschikbare ooggetuigenverslagen bij elkaar gezet en wat vooral opviel dat het hier allemaal grove schattingen zijn, laat staan dat er namen genoemd of bekend zijn gemaakt van de gesneuvelden. De SS-ers onder deze militairen kunnen natuurlijk op weinig sympathie rekenen, ook zoveel jaren later nog steeds niet. Maar de grootste groep onder de gevallenen waren gewone Wehrmacht soldaten, opgeroepen en onder dwang verplicht om voor het “Vaterland” te gaan strijden. Op de enorme begraafplaats Ysselsteyn liggen > 31.700 militairen begraven. Op die plaats hebben we de hieronder vermelde namen teruggevonden en de zekerheid gekregen dat deze soldaten inderdaad in Otterlo zijn omgekomen. Compleet is deze lijst zeker niet, maar we hebben in ieder geval een aanzienlijk deel van de gesneuvelde soldaten kunnen identificeren en diegenen die niet geïdentificeerd konden worden zijn met de grafzerk voor de “Ein Deutscher Soldat”  in herinnering gebleven. Onvoorstelbaar dat op het moment dat van beide zijden, namelijk geallieerd en van Duitse zijde, vrijwel iedereen al met zijn gedachten bij de bevrijding of in ieder geval het einde van de oorlog bezig was, er nog zoveel jonge levens geofferd moesten worden. Deze (bijna) laatste grote slag in de Tweede Wereldoorlog op Nederlands grondgebied geeft de waanzin van de oorlog nog maar weer eens pijnlijk duidelijk weer!
 

Op de Duitse Begraafplaats Ysselstein: Gesneuvelde Soldaten Duitse leger in april 1945 tijdens de 'Schlacht um Otterloo'.
Totaal voor zover ons nu bekend:
38 bekend met naam, enz. en 24 onbekend maar deze soldaten zijn wel gesneuveld in Otterlo.
Foto: Militairen van de Seaforth Highlanders horen zojuist het nieuws ( let op de man die telefoneert in het midden) dat de oorlog is afgelopen!!


Foto: De roemloze aftocht van de Duitse militairen vanuit Nederland de grens naar de Heimat over!







Data van bevrijding Steden en dorpen op de Veluwe: April 1945.

01/04 = Vorden                                                    17/04 = Wageningen
02/04 = Lochem                                                   17/04 = Vaassen
08/04 = Laren (Gld)                                             17/04 = Uddel
14/04 = Zutphen                                                  17/04 = Voorthuizen
15/04 = Brummen                                               17/04 = Kootwijk
15/04 = Arnhem                                                   17/04 = Hoog Soeren
16/04 = Eerbeek/Hall                                          17/04 = Hoenderloo
16/04 = Dieren                                                     18/04 = Epe
16/04 = Wekerom                                                18/04 = Heerde
16/04 = Lunteren                                                 18/04 = Putten
16/17/04 = Otterlo                                               18/04 = Ermelo
16/04 = Loenen                                                    18/04 = Harderwijk
17/04 = Harskamp                                               19/04 = Nunspeet 
17/04 = Apeldoorn                                               19/04 = Nijkerk
17/04 = Ede 


Dankbetuigingen
Mrs. Donna Maxwell uit Canada links gehurkt naast een van oudste Canadese veteranen tijdens de herdenking van de Bevrijding van Kamp Westerbork (07-05-2016). Zij heeft mij geweldig geholpen om mijn hoofddoel, namelijk het ‘zichtbaar’ maken van de gesneuvelde geallieerden, mogelijk te maken. Daarvoor heel hartelijk dank!  Mrs. Donna Maxwell, Canada, thank you very much for your great support in our research for photographs of the Canadians soldiers! 
Foto:  Veteraan John A. ‘Jock’ McStay, Porterslake, Nova Scotia, Canada.

The Seafort Highlanders of Canada Bataljon. Jock is born in Merritt, British Columbia on the 22nd March 1924. His father served in WWI with the 72nd Btn. of the Seaforth Highlanders of Canada. He enlisted also in the Seaforth Highlanders of Canada on the 24th April 1942 shortly after his 18th birthday. In daily life he was a motor cyclist, so in the army he became a Dispatch Rider. Via landing in Algeria he sailed for Italy. After battles overthere he went to southern France and later on to the northwest of Europe. Via Corporal rank he became Sergeant and crossed the river IJssel and in various fighting patrols they rounded up so-called ‘ SS-Werwolfs’ and the Regiment liberated finally Amsterdam.  Jock returned to civil life in Canada on November 6th 1946. In England he married Miss Dawn Evelyn Mays. They are over 68th years married now and have three children, seven grandchildren and two great grandsons. On the photo I took  Jock walking in Westerbork Concentration Camp, Netherlands on the 70th Anniversery of the Liberation of this camp on the 7th of May 2016. Thank you so much my friend what you and your fellow soldiers did for our freedom !!
Dankbetuigingen verder voor:

•   Jaranda de Jonge, mijn lieve kleindochter, die de Engelse tekst voor mij heeft nagekeken, waarvoor heel hartelijk dank!
• Mr. Craig Michael Heaton, thank you very much for your great help finding more details concerning the British soldiers died overhere in Otterlo.
• Mevr. Miny Vos, trouw supporter van mij, zij gaf mij volledig de ruimte om dit boek te kunnen maken.
• Mevr. Jeanne C.H. Mets heeft veel van de Nederlandse tekst doorgenomen en mij van waardevolle tips voorzien. Heel hartelijk dank daarvoor.
• De heren Gerhard Starke, Laurens Prophitius, Rijk Ploeg en Martin Hijink voor het aandragen van materiaal over de Slag bij Otterloo, hartelijk dank.
• De heer Peter van Beek, Hoofd Archief Gemeente Ede, die gezorgd heeft dat de plaquette op het Monument aan de Dorpsstraat in Otterlo is vervangen door een exemplaar dat de namen correct weergeeft, veel dank voor je bemiddeling!
• De heren Riezebos Sr. en Jr. die, waar mogelijk, een aantal foto’s van de gesneuvelde Canadezen hebben bewerkt waardoor ze veel beter zichtbaar zijn geworden, bedankt voor jullie inzet.
• De heren Ribbers en Groters uit Otterlo voor het beschikbaar stellen van fotomateriaal waarvan dankbaar gebruik is gemaakt.
• Mevr. I. Voigt, die het mogelijk maakte veel van de namen van de gesneuvelde Duitsers te kunnen achterhalen, veel dank voor de moeite die u daarvoor heeft genomen.
• Dhr. Peter ten Dijke, Fotograaf die de graven van de geallieerden heeft gefotografeerd waarvoor veel waardering van mijn kant.
• Dhr. Eric Mackay, directeur Tegelmuseum Otterlo voor het beschikbaar stellen van het evacuees verslag. Hartelijk dank voor uw medewerking.

Foto verantwoording: In het eerste hoofdstuk zijn dankbaar gebruik gemaakt van een aantal oude ansichtkaarten die we al jaren in ons bezit hebben. Veel foto’s konden we van internet halen en de foto’s van de vliegtuigcrashes zijn voor het grootste deel afkomstig uit het boek: “Luchtoorlog boven Ede” van Evert van de Weerd. De foto’s van de graven van de geallieerden zijn grotendeels gemaakt door de fotograaf Peter ten Dijke uit Bathmen. De foto’s van de geallieerden zijn met hulp van Mrs. Donna Maxwell (Canada) of door eigen onderzoek in het buitenland via familieleden in ons bezit gekomen. Verder zijn een aantal foto’s door mijzelf genomen en in de tekst ingelast.

De jongens op de twee foto's hieronder hebben ons bevrijd!! Aan hen en alle helden dragen we deze

website met veel respect op.








Deze Gingko boom als symbool voor hoop en vrede was de eerste boom die

weer groeide nadat de atoombom in Japan was gevallen. Hij staat op de Duitse

Begraafplaats in Ysselstein (L). Kapitein Lodewijk J. Timmermans heeft zich daar

zeer verdienstelijk gemaakt om ook de Duitsers een laatste rustplaats te geven.
© Copyright 2017 - slagomotterlo.nl